Meesterzet Bundesbank op rente-schaakbord

AMSTERDAM, 10 MAART. Wederom is de Bundesbank erin geslaagd de financiële markten te verrassen.

Werden op donderdag tegen de verwachting in de officiële tarieven (disconto en Lombardtarief) ongewijzigd gelaten. Een dag later werd na sluiting van de beurs, geheel ongebruikelijk, wel een verlaging van de zogenaamde Repo-tenders werd aangekondigd. Bedacht dient te worden dat de Repo-tarieven gewoonlijk op woensdagen worden bekendgemaakt. Deze belangrijke verlaging van 8,49 tot 8,25 procent kan niet anders worden gezien als een voorbode op een verlaging van de officiële tarieven. De eerste mogelijkheid daartoe is de tweewekelijkse vergadering van de beleidsbepalende Bankrat op donderdag 18 maart. Getuige het feit dat de kapitaalmarktrente onder grote neerwaartse druk blijft staan, kan de Bundesbank worden gecomplimenteerd met het meester-schaakspel dat zij momenteel speelt. De financiële markten houden hierdoor vertrouwen in het anti-inflatiebeleid van de Duitse centrale bank.

Het is interessant hoe DNB op korte termijn haar rentebeleid zal vormgeven. Zij kan: niets doen, het beleningstarief verlagen of zowel de officiële tarieven als het beleningstarief verlagen. Bij de uiteindelijke keuze speelt vooral de gulden/Dmarkkoers een belangrijke rol. Door de recent toegenomen kracht van de gulden (D-markkoers van 1,1240 gulden) heeft DNB voldoende speelruimte om de rente te verlagen. Dit betekent dat de eerste optie het minst waarschijnlijk is. Een tweede factor is het rente-écart tussen Duits en Nederlands geldmarktpapier. Nog altijd liggen de Nederlandse geldmarkttarieven ongeveer 30 basispunten lager dan in Duitsland. Voor eenmaands interbancaire deposito's moet ten onzent 7,85 procent worden betaald, tegen 8,25 procent in Duitsland. Het Nederlandse beleningstarief ligt echter 5 basispunten hoger dan het tarief op de vergelijkbare Duitse Repo's. Om deze discrepantie weg te nemen zou DNB het beleningstarief met 0,2 procent kunnen verlagen tot 8,1 procent. Een grotere verlaging is slechts mogelijk als tevens de officiële tarieven worden verlaagd. DNB zal hiertoe waarschijnlijk pas overgaan na een vergelijkbare actie van de Bundesbank. Het huidige renteniveau van eenmaands deposito's impliceert overigens wel dat beleggers een verlaging van de officiële tarieven op korte termijn verwachten.

In tegenstelling tot de langere geldmarkttarieven, bewoog de daggeldrente zich in de verslagweek rond de 8,3 procent, duidend op relatief krappe geldmarktverhoudingen. De verruiming uit hoofde van netto-overheidsbetalingen werd teniet gedaan door een hogere kasreserve, de verkoop van een deel van de open-marktportefeuille en een toename van de bankbiljetten in omloop. De relatief krappe geldmarktverhoudingen kwamen ook tot uiting in het contingentsverbruik. Vorige week wisten de banken nog een kleine besparing te realiseren, terwijl maandag op 50,5 procent van de contingentsperiode een even groot percentage van het toelaatbare beroep was verbruikt.

Bron: Economisch Bureau ING Bank