Eerlijk zelfportret van Cyril Collard; Romantische liefde zonder condooms in het Aidstijdperk

Les nuits fauves. Regie: Cyril Collard. Met: Cyril Collard, Romane Bohringer, Carlos Lopez, Maria Schneider. In: Amsterdam, Cinecenter en Rialto; Rotterdam, 't Venster; Den Haag, Haags Filmhuis; Utrecht, 't Hoogt; Nijmegen, Cinemariënburg; Arnhem, Filmhuis.

Het is moeilijk in de week dat Cyril Collard twee keer de (Franse) voorpagina's haalde nog met enige distantie over zijn film Les nuits fauves te oordelen. Drie dagen nadat Collard op 35-jarige leeftijd aan Aids overleed, ontving zijn debuutfilm vier Césars op het jaarlijkse Franse filmgala, dat tevens in zijn geheel aan Collard opgedragen werd. Volgens de Franse filmprofessionals was Les nuits fauves niet alleen het beste debuut, maar ook de beste film van 1992. Bovendien werd hoofdrolspeelster Romane Bohringer onderscheiden als de beste "nieuwe' actrice en kreeg de duizelingwekkende montage van Lise Beaulieu een onderscheiding. Wie meent dat de Amerikaanse Oscaruitreiking het monopolie heeft op sentimentaliteit, kon zich bij de televisieuitzending van het Césarsgala van het tegendeel vergewissen. Het lijkt geen toeval dat Catherine Deneuve bij het in ontvangst nemen van haar beeldje voor Indochine waardig en met gevoel voor perspectief de namen van drie van haar overleden leermeesters noemde: Jacques Demy, François Truffaut en Luis Buñuel.

Het is twijfelachtig of Collard, popmusicus, voormalig assistent van Maurice Pialat en auteur van de in 1988 verschenen roman Les nuits fauves, bij leven en welzijn ooit een groot regisseur geworden zou zijn. Eerder wekt hij de indruk in deze ene film, een vrije bewerking van de gelijknamige, autobiografische roman, zijn hele talent en boodschap aan de wereld te hebben willen stoppen. Het resultaat is in ieder geval een vitale en authentieke hartekreet, en een van de minst hypocriete Aids-films tot nu toe. De seropositieve held, na lang aarzelen vertolkt door Collard zelf, is geen heilige en er wordt ook niet een film lang waardig afscheid genomen. Tot de beste momenten behoren de achteloos gefilmde bezoeken aan het ziekenhuis, zoals te verwachten viel min of meer documentair gedraaid met Collards eigen verpleegster.

Collard heeft vooral een vitale film willen maken, een ode aan zijn eigen gretigheid, ongeduld en hartstocht. Het zou een eufemisme zijn om te beweren dat Collard zich in het personage van Jean niet beter tracht voor te doen dan hij is. Deze Jean, cameraman van beroep, ontpopt zich als een egocentrische schooier, achter wiens gepassioneerde masker vooral narcisme schuil gaat. Zijn seropositiviteit maakt hem iets gevoeliger en ontvankelijker voor andere mensen. Daardoor kan hij voor het eerst verliefd worden, op een twaalf jaar jonger meisje van achttien (Romane Bohringer). Hij is ervan overtuigd dat hun liefde haar zal beschermen tegen besmetting met het HIV-virus en verzuimt haar dus voor het eerste onveilige seksuele contact in kennis te stellen van zijn gezondheidstoestand of zelfs van zijn voorliefde voor mannen. Wanneer hij haar toch zijn bekentenis doet, werpt ze, na aanvankelijke boosheid, enthousiast de condooms het raam uit, vervuld van romantische liefde tot in de dood.

Dit kerngegeven van Les nuits fauves valt moeilijk te accepteren, ook niet met de uitdrukkelijke toevoeging van Collard dat het verhaal zich afspeelt in 1986, toen de ernst van het Aids-risico nog niet zo algemeen bekend was. De hele film lijkt een grote vorm van verantwoording te zijn voor Collards schuldgevoel; van een werkelijke ontwikkeling van zijn personage lijkt echter nauwelijks sprake. In een aaneenschakeling van wilde, soms sentimentele, maar altijd teder-gewelddadige scènes, vechten Collard, Bohringer en een sado-masochistische straatjongen (Carlos Lopez) hun onwaarschijnlijke driehoeksrelatie uit. Subtiliteit is ver te zoeken in deze, met verbazingwekkende lichamelijkheid, schijnbaar uit de losse pols gedraaide emotionele gooi- en smijtfilm. Collard gaat onzorgvuldig, want gehaast, om met zijn talent, neemt niet de moeite om overbodige scènes te polijsten of te verwijderen, maar slingert ons zijn slordige gevoelsleven in het gezicht.

Les nuits fauves heeft in potentie de allure van een film van John Cassavetes, maar haalt dat niveau zelden. Het is wel een bewonderenswaardig zelfportret en een wegens zijn eerlijkheid curieus document humain. Met filmkunst heeft een dergelijke onderneming weinig te maken; dat men er in Frankrijk zo kapot van is zegt meer over de academische steriliteit van de overige filmproduktie aldaar.