Don Martina verwacht geen spoedige oplossing Antillen

De Toekomstconferentie over de nieuwe staatkundige verhouding met de Antillen en Aruba is door de verwerping van het "synthesedocument' van premier Lubbers in een kritieke fase beland. Volgens Don Martina, oud-premier van de Antillen, is een definitieve oplossing van de staatkundige problemen niet op korte termijn te verwachten.

WILLEMSTAD, 10 MAART. Don Martina (51), oud-premier van de Nederlandse Antillen, moet zelf lachen om de beeldspraak waarmee hij de positie aanduidt waarin de partijen van de Antilliaanse Toekomstconferentie zijn beland. Volgens hem is het nu een kwestie van “hisa pareu”, gelijk oversteken. De term is ontleend aan het begrafenisritueel, zegt Martina. “De doodkist moet aan beide kanten tegelijk worden opgetild, anders rolt het lijk eruit.” En zijn volle lach galmt door de lobby van het International Trade Center even buiten Willemstad, waar de conferentie plaatsheeft. Gelijk oversteken betekent volgens Martina, die als lid van de oppositie deel uitmaakt van de delegatie van Curaçao, dat niet alleen Aruba volledig aan zijn trekken komt, zoals premier Lubbers in een "synthesedocument' heeft voorgesteld. Ook Curaçao moet direct een status aparte krijgen en niet, zoals voorzitter Lubbers heeft geopperd, pas nadat allerlei bestuurlijke zaken en rechtsstatelijke controlemechanismen zijn geregeld.

De delegatie van Curaçao heeft zojuist een “goed gesprek” gehad met de Nederlandse premier, zegt Martina. “De vraag is natuurlijk of je met een goed gesprek veel opschiet. Wij hebben ons streven duidelijk, krachtig en zonder enkel misverstand naar voren gebracht.”

Wat was uw voornaamste bezwaar tegen de tekst van Lubbers?

“We hadden sterk de indruk dat de voorzitter nauwelijks geluisterd had en dat dit een pure formulering was die al voorgekookt was in Den Haag. Het stuk ademt vooral datgene wat Hirsch Ballin wil. Nederland is te opdringerig, te snel met zeggen hoe wij de dingen hier moeten doen. Dat blijkt niet alleen hier tijdens de conferentie, maar ook uit het afkondigen van een Algemene maatregel van Rijksbestuur, de staatsrechtelijke houdgreep om orde op zaken te stellen op St. Maarten. Met die stap wordt indirect de autonomie van het land de Nederlandse Antillen aangetast. Nederland had eerst onze regering de instrumenten moeten geven om zélf de problemen op St. Maarten op te lossen. In de huidige structuur heeft de Nederlandse Antillen die mogelijkheid niet.

“Een ander voorbeeld: op de conferentie zegt Nederland dat er hier een ombudsman moet komen. Maar wie zegt dat dat hier in zo'n kleine gemeenschap werkt? Dat is een Nederlandse ervaring, een experiment dat goed is uitgevallen. Maar wij moeten hier zelf op grond van een brede maatschappelijke discussie vaststellen wat de prioriteiten zijn.”

Maar bent u wel bij machte om u te verzetten tegen wat Nederland wil? Het spreekwoord luidt: wie betaalt, bepaalt.

“Ik vind dat wij sterk staan. Krachtens het door de VN vastgelegde en door Nederland erkende recht op zelfbeschikking maken wij zelf uit onder welke modaliteit wij daaraan vorm geven: onafhankelijkheid of een of andere band met Nederland.

“Tegen Hirsch Ballin heb ik gezegd: niet omdat een aantal bestuurders er een rotzooitje van gemaakt heeft moet je ons volk zijn autonomie afnemen. Autonomie is niet van een regering of van bestuurscolleges, maar van het volk. Het volk heeft in 1954 autonomie gekregen. Als de bestuurders het niet goed doen, laat het volk zich daar dan over uitspreken, maar kom niet aan de autonomie, daar gaan we zeker niet aan meewerken.

“Lubbers heeft in het bilateraal gesprek erkend dat ons een positie als land binnen het Koninkrijk toekomt. Maar Nederland heeft gelijk als gezegd wordt dat de controle op de overheid hier gebrekkig is. Zoiets als een deugdelijke Rekenkamer, wat Hirsch Ballin wil, moet er zeker komen. Daarvoor heb ik vorig jaar oktober ook zelf een initiatief-wetsontwerp ingediend. En zo zijn wij ook voor allerlei zaken die Hirsch Ballin wil regelen ter verbetering van de democratische rechtsstaat. Daar hebben we geen enkel probleem mee. Alleen: laat aan óns over om te bepalen in welke volgorde wij bijvoorbeeld klachtenbehandeling, openbaarheid en bestuurlijke rechtspraak gaan verbeteren of invoeren.”

Maar de vraag die sommige mensen zich stellen is: is Curaçao bij machte zich als baron Von Münchhausen aan de eigen haren uit het moeras te trekken? Gewezen wordt op de kleine gemeenschap, de verwevenheid van belangen, de Curaçaose mentaliteit.

“Ik wil niet de vuile was buiten hangen, maar ik wil toegeven dat we goede mensen op dit eiland hebben, integere mensen, mensen ook die het goed voorhebben met dit eiland, die buitenspel zijn gezet. De politiek heeft jammer genoeg veel kapot gemaakt en niet de ontwikkeling doorgemaakt die het eiland nodig heeft. Het wantrouwen van de Nederlandse regering jegens onze bestuurders wordt gedeeld door brede lagen van onze bevolking.

“De zaken moeten hier serieus worden aangepakt. We moeten onze mensen motiveren harder te werken maar zij moeten ook rechtvaardig worden beloond. We moeten harder werken aan het wegwerken van sociale wantoestanden en verbetering van onderwijs en gezondheidszorg.”

Die plannen zijn er al jaren. Kunt u de Nederlandse delegatie de garantie geven dat dat alles wordt aangepakt?

“Ik zou niet weten welke garanties. Men moet vertrouwen op onze woorden.”

Is dit een historische conferentie of zullen er geen belangrijke besluiten vallen?

“Dit is mijn derde conferentie. Ik heb ook de ronde-tafelconferenties meegemaakt van 1981 en 1983. We zijn over deze zaken al zo'n twintig jaar bezig en het zal nog wel even doorgaan. Het heeft ten slotte ook eeuwen geduurd voordat de landen van Europa ophielden met onderlinge oorlogen en een modus vonden voor samenwerking.”