"CDA en PvdA zijn aangewezen partners'; GPV-generalist Van Middelkoop verheugt zich op politiek na Lubbers

Wordt de Tweede Kamer bevolkt door specialisten, ambtenaren en politieke mieren? Wie naar de critici van het parlementaire bedrijf luistert, zou het bijna denken. In een serie vraaggesprekken dienen de generalisten uit de Kamer hun critici van repliek en schetsen enkele politieke hoofdlijnen. Vandaag: de GPV'er E. van Middelkoop.

DEN HAAG, 10 MAART. Van één ding is hij overtuigd. De politiek zal volgend jaar na het vertrek van Lubbers als minister-president en als CDA-leider aanzienlijk veranderen. “Achter elkaar. Dat geloof ik zeker”. De manier waarop nu in Den Haag politiek wordt bedreven - torentjesoverleg, bilateraaltjes in de ministerraad, voorgekookte debatten - Brinkman zal het zeker anders doen.

Eimert van Middelkoop (44), de helft van het GPV-koppel in de Tweede Kamer, lijkt zich er nu al op te verheugen. De prop gaat uit de buis als Lubbers vertrekt? “Dat is een aardig beeld, ja. Ik heb altijd veel waardering gehad voor de man, hoewel ik toch zeer nieuwsgierig ben hoe de politieke geschiedschrijver na verloop van tijd over zijn persoon zal oordelen. Dat zal wel eens minder kunnen zijn dan wij nu denken.”

De verkiezingsstrijd zal gevoerd worden met nieuwe gezichten. Maar wat zullen de thema's zijn? Van Middelkoop vindt het een “behoorlijk lastige vraag” en heeft er dan ook lang over moeten nadenken. Het milieu acht hijzelf belangrijk, maar “helaas” zal die discussie volgens hem minder zwaar aangezet worden dan in 1989. Hoog op zijn lijstje staat de leefbaarheid van de samenleving, tot uitdrukking komend in zaken als als criminaliteit, het illegalenvraagstuk en het vreemdelingenbeleid.

Leefbaarheid is geen thema dat tot “een brede profilering in de politiek zal leiden”, geeft Van Middelkoop toe. “Maar of politieke partijen nu van mening verschillen of niet, dat zegt nog niets over het belang van de zaak. Er zijn zoveel onlustgevoelens in de samenleving aan het loskomen. Daar maak ik me ongerust over.”

Op het terrein van het minderhedenbeleid is tussen alle partijen minus de Centrum Democraten afgesproken dat de discussie zal worden gevoerd zonder oogmerk van politiek gewin. Dit betekent volgens Van Middelkoop niet dat het onderwerp buiten de campagne zal worden gehouden. “Het minderhedenbeleid blijft iets moois met een hoog idealistisch en ook moralistisch gehalte, maar daar kan je niet mee volstaan. Het is ook een kwestie van emancipatie. Ik vind dat we in minder bevoogdend en paternalistisch moeten zijn.”

Algemeen is de verwachting dat de politiek bij de komende verkiezingen allereerst duidelijk zal moeten maken waarom de mensen moeten gaan stemmen en daarna pas op wie. Van Middelkoop verwacht dat “het voortschrijdende functieverlies van de nationale politiek” het beeld van de verkiezingscampage zal bepalen. Decentralisatie en privatisering aan de ene kant, Europeanisering aan de andere kant, het maakt “onze agenda minder breed”, zegt de nummer twee van het GPV.

“In het verleden ging de discussie tijdens de campagne en daarna bij het opstellen van het regeerakkoord in belangrijke mate over de financieel economische parameters. Die staan nu in het Verdrag van Maastricht. De toetredingsvoorwaarden tot de EMU zijn een dicaat voor de verkiezingsprogramma's en zeker ook voor het regeerakkoord. Dat leidt tot functieverlies. Daar komt de ideologische consensus tussen de partijen dan nog bij”.

Dat Kamerleden door al deze ontwikkelingen in een vacuüm komen te verkeren, is volgens hem niet het geval. Hun werkterrein wordt beperkter. Als er al sprake is van een vacuüm dan zal dat eerder bij de kiezer ontstaan. Zijn politieke interesse is niet meeverschoven richting regio of Europa. Van Middelkoop: “De Nederlandse kiezer heeft nog altijd een nationale politieke oriëntatie.”

Wat ondanks alle veranderingen blijft is het grote 'wie-met-wie' spel als de verkiezingen achter de rug zijn. Als je het vanuit een ideologische benadering bekijkt, zijn alle combinaties mogelijk, erkent Van Middelkoop. Eindelijk een mogelijkheid voor de paarse coalitie van PvdA, VVD en D66? Van Middelkoop is er kort over. “Die wordt samengehouden door een negatief anti-CDA sentiment. Bovendien beschikt deze over een agenda van de jaren zestig en zeventig die voor een belangrijk deel is leeggeroofd doordat een aantal van de belangrijkste onderwerpen, euthanasie en gelijke behandeling, door het huidige kabinet is geregeld.”

“Aan de andere kant denk ik niet dat de VVD van Bolkestein zich gelijkelijk naast de PvdA kan plaatsen om te dingen naar de gunst van het CDA. Als je de survival of the fittest wil tegengaan dan zijn CDA en PvdA de aangewezen partners. De VVD is onder leiding van Bolkestein libertijnser geworden. Dat zie je aan de manier hoe ze zich opstellen tegenover het maatschappelijk middenveld. Daar gaat Bolkestein ongeremd tegenaan. Dat maakt die partij veel minder dan in de jaren tachtig de aangewezen coalitiepartner voor het CDA.”

De logische volgende vraag is of de huidige coalitie zou moeten worden aangevuld met D66. Het is een van de redenen waarom er volgens Van Middelkoop weer op een 'ouderwets' lange formatie mag worden gerekend. “De vraag om de interne machtsverhouding in welke coalitie dan ook zal de formatie veel meer belasten dan in 1989 het geval was”, zegt hij. “Een van de belangrijkste motieven voor de andere partijen om D66 op te nemen zal zijn die partij weer klein te krijgen. Het zou dus wel eens een open vraag kunnen zijn.”

D66 komt dus niet direct in aanmerking voor aanvulling van de coalitie, maar hoe denkt Van Middelkoop in een formatieperiode waar "van alles kan' eigenlijk over de rol die zijn eigen partij kan spelen? Ruim tien jaar geleden viel nog wel eens de term "Staphorster-variant'. Hierbij zouden de drie kleine christelijke partijen de coalitie van CDA en VVD, die onder de 75 Kamerzetels was gezakt aan de benodigde meerderheid kunnen helpen. Maar wat te denken van een constructie waarbij het GPV de huidige combinatie van PvdA en CDA van een meerderheid voorziet. Voor het gemak dopen we hem de 'Bunschoter-variant'. Van Middelkoop: “Ik vind hem aardiger dan de Staphorster-variant. Je zou je deze kunnen voorstellen bij een zwaar gedecimeerde PvdA en een licht beschadigde CDA-fractie. Dan kan je aan zo'n variant gaan denken, omdat wij ook bij de PvdA goodwill hebben.”

Vooralsnog ziet hij het vooral als een theoretische mogelijkheid. De euthanasie en de wet gelijke behandeling moge dan wel politiek zijn 'afgedaan', vergeten zijn ze bij het GPV de debatten over deze twee gevoelige kwesties nog lang niet. Van Middelkoop: “Voor het eerst voelde ik mij een vreemde in mijn eigen politieke vaderland. De manier waarop we buiten de politieke discussie werden gezet heeft veel pijn gedaan. Het deel van de samenleving waar je als overheid altijd een beroep op kunt doen als het gaat om de rechtsstaat en het bouwen van een fatsoenlijk Nederland heeft een knal gehad. Dat laat littekens achter.”