Brussel: "douceurtjes' voor BAe moeten terugbetaald

BRUSSEL, 10 MAART. De Europese Commissie heeft van de Britse regering geëist dat “douceurtjes” worden terugbetaald die zij aan British Aerospace had verstrekt toen dat bedrijf voor 150 miljoen pond de Rover-autofabrieken overnam. Het gaat om een bedrag van 44,4 miljoen pond plus rente. Dat heeft een commissie-woordvoerder vanmorgen meegedeeld.

Het Europese Hof had de Britse regering begin vorig jaar op procedurele gronden vrijgesproken van de betaling. De toenmalige commissaris voor mededinging Leon Brittan had toen al aangekondigd dat de zaak zou worden heropend. Vooral Frankrijk volgde de zaak met argusogen sinds de Britse EG-commissaris (die tegenwoordig buitenlandse handel in zijn portefeuille heeft) de fusie van de Canadese vliegtuigbouwer De Havilland en het Frans-Italiaanse ATR verbood.

Een deel van de douceurtjes (11 miljoen pond) bestond uit schenkingen en de rest kreeg BAe door uitstel van betaling van de overnamesom. De door de EC geëiste rentebetaling gaat terug tot augustus 1990, toen Brussel voor het eerst de Britse regering gebood het bedrag op BAe te verhalen. De rente moet overeenkomen met die op Britse staatsleningen. BAe kan bij het Hof in Luxemburg in beroep gaan tegen het besluit.

De Europese Commissie keurde in de zomer van 1988 de overname van het staatsbedrijf Rover door BAe goed onder de voorwaarde dat de Britse regering van verdere steun afzag. In 1989 ontdekte de commissie dat de Britse regering toch nog extra financiële voordelen had toegekend aan BAe. De verkoop van Rover werd door Londen gepresenteerd als de ideale oplossing, omdat ze de Britse belastingbetaler verloste van een verliesmakende verplichting, die in tien jaar al 3,5 miljard pond aan subsidies had gekost. Pas later ontdekte de Rekenkamer dat de verantwoordelijke minister, Lord Young, de overname had weten door te drukken door “douceurtjes” te betalen. De affaire zorgde in Engeland maandelang voor een verhit politiek debat. (Reuter)