Bosnië nog steeds toneel van talrijke oorlogsmisdaden

WASHINGTON/ NEW YORK, 10 MAART. In Bosnië is, alle internationale druk en bezorgdheid ten spijt, geen vermindering te bespeuren in het aantal gevallen van grove schendingen van de mensenrechten. Moord en marteling blijven onderdeel uitmaken van “een bewust beleid van etnische zuivering”.

Dat heeft gisteren Sadako Ogata gezegd, de directrice van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR. Ze sprak op een conferentie die in New York is gewijd aan het vluchtelingenprobleem in de wereld. Volgens Ogata is "etnische zuivering' in Bosnië geen bijprodukt of consequentie van de oorlog, maar een van de doelen die in die oorlog worden nagestreefd. Bij het bereiken van dat doel vormen moord, verminking, marteling en verkrachting belangrijke instrumenten.

De Amerikaanse regering overhandigde gisteren de VN haar zesde rapport over in voormalig Joegoslavië gepleegde oorlogsmisdaden. In het 28 pagina's tellende rapport worden grote aantallen nieuwe wandaden gedocumenteerd. In de meeste gevallen zijn ze gepleegd door Serviërs, maar er zijn ook Kroaten en moslims die zich aan oorlogsmisdaden schuldig maken. Sinds de publikatie van het vorige rapport zijn in Bosnië opnieuw duizenden gevallen van moord en foltering bekend geworden, zo wordt in het rapport geconcludeerd. Onder de opgesomde oorlogsmisdrijven bevindt zich de massa-executie van vierhonderd moslims in het kamp Keraterm in juli vorig jaar. Verder worden bijzonderheden gegeven over veel voorkomende misdaden als het dwingen van gevangenen hun eigen familieleden te mishandelen en het verkrachten van vrouwen.

In Bosnië zelf lieten gisteren de Bosnische Serviërs een hulpkonvooi voor de belegerde enclave Gorazde tot Bosnië toe. Het konvooi werd kort voor deze stad tegengehouden voor een grootscheepse inspectie. Vandaag hoopt men Gorazde te bereiken. Een tweede konvooi, op weg naar de eveneens belegerde stad Konjevic Polje, werd voor de tweede opeenvolgende dag bij Zvornik aan de grens met Servië de toegang tot Bosnië geweigerd. Een reden werd niet opgegeven. De weigering is in strijd met herhaalde beloften van de politieke en militaire leiders van de Bosnische Serviërs, Radovan Karadzic en generaal Ratko Mladic, dat alle hulpkonvooien zullen worden toegelaten.

Bij Zvornik deed zich een incident voor toen een van de extremistische Servische leider Vojislav Seselj - hoog op de Amerikaanse lijst van vermoedelijke oorlogsmisdadigers - aan de grens arriveerde en Bosnië niet binnenkon omdat het wachtende konvooi hem de weg versperde. Seselj stapte uit en eiste op hoge toon dat de VN-vrachtwagens moesten vertrekken om hem door te laten. Toen dat onmogelijk bleek, dreigde hij op het VN-personeel te schieten, dit onder luidruchtige toestemming van Servische omstanders, die hem aanspoorden het VN-personeel “in de Drina te gooien”. Kort daarop werd op het VN-konvooi geschoten. Daarbij werd een persoon gewond. Het is niet duidelijk of de schoten door Seselj of zijn gezelschap werden afgevuurd.

Het moslim-offensief bij de enclave Srebrenica in het oosten van Bosnië lijkt op een mislukking uit te lopen. De Serviërs hebben een tegenoffensief ingezet en de lus rond Srebrenica aangehaald. Ze slaagden erin twee strategische heuvels ten westen en ten zuiden van Bratunac - zes kilometer van Srebrenica - te veroveren. (Reuter, AP)