Blijdenstein ziet het netto resultaat kelderen

ROTTERDAM, 10 MAART. Blijdenstein-Willink, dat in 1991 nog een winst van ruim 9,9 miljoen boekte, heeft vorig jaar een verlies van ruim 3,6 miljoen gulden geboekt. Reden voor het verlies is volgens de fabrikant de kosten van te nemen efficiency-maatregelen.

De omzet van Blijdenstein bleef met bijna 137 miljoen gulden op het niveau van 1991. Het dividend zal worden gepasseerd. Over 1991 werd 2 gulden per aandeel betaald.

Het bedrijfsresulaat verminderde van 14,1 miljoen tot 8,2 miljoen gulden. Deze afneming was voor een deel het gevolg van van de afwaardering van de voorraden, handelsvorderingen en collectieboeken voor een bedrag van bijna 3,3 miljoen gulden. Het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen halveerde tot ruim 5,6 miljoen gulden. Hiervan lag de oorzaak in een “sterke” toeneming van de bedrijfslasten bij het samenwerkingsverband Verosol Nichibei Europe (VNE) en Verosol USA.

In de VS liep de omzet van Verosol “belangrijk terug” waardoor Blijdenstein-Willink daar een negatief bedrijfsresultaat moest boeken. “De verwachting, op grond van diversificatie van het produktenaanbod en verbreding van de distributiekanalen, konden niet worden waargemaakt,” zo schrijft de directie in een toelichting op de jaarcijfers. Ook bij Verosol Nichibei Europe kwamen de verwachtingen niet uit. Hier kreeg Blijdenstein-Willink met een lagere omzetgroei te kampen dan waarop was gerekend waardoor VNE in de rode cijfers terecht kwam.

De lagere omzet in de VS en in Australië werden behalve door VNE ook gecompenseerd door Lakatex (bedrukte gordijn- en meubelstoffen). Dat beleefde “zonder meer een goed jaar met een hogere omzet en een overeenkomstig resultaat”. De gevolgen van de tragere economische groei werden beperkt door de geografische spreiding van de omzet, waardoor groei in de resultaten in de zwakkere markten werd gecompenseerd door de prestaties op de sterkere markten.

Blijdenstein-Willink wil geen uistpraken doen over de verwachtingen voor het lopende boekjaar. De directie heeft inmiddels het groeitempo verlaagd. Het bedrijf kiest voor een meer geleidelijke groei vanuit de werkmaatschappijen. Dearbij wordt de nadruk gelegd op kostenbeheersing, verbetering van de efficiëntie en het vergroten van de effectiviteit van de kernactiviteiten.