BKR

Op de kunstpagina in NRC Handelsblad van 4 maart trof mij de volgende passage:

“Door de BKR hebben Nederlandse kunstenaars een enorm slecht imago gekregen”, zegt Kees de Valk, voorzitter van de afdeling beeldende kunst van de Kunstenbond FNV: “Men heeft het idee dat ze al potverterend alleen maar kunst maken waar niemand om vraagt, die in kelders verdwijnt”.

Ik heb de indruk dat De Valk hier voorbijgaat aan een fundamenteler probleem van de hedendaagse (postmoderne?) kunst, te weten de volstrekte onverschilligheid die haar bestaan of niet-bestaan het gros der burger inboezemt.

Een oorzaak hiervan kan men ad oculos gedemonstreerd zien in het kunstwerk van Joseph Beuys dat in het bovenstaande artikel van Mark Peeters staat afgebeeld, met als titel "zonder titel' (1963). Hetgeen te begrijpen valt, want hoe zou men dit geval moeten benoemen: oude paal met slappe muts? Of paal met oude muts? Hoe het ook zij, als dit kunstwerk ergens op straat of waar dan ook - behalve in een museum - zou staan, zou geen mens er een kunstwerk in herkennen.

Dat een dergelijke culturele situatie, die ik zou willen omschrijven in termen van een museumdirecteurenkunst, zich er niet toe leent, genoemde burgers met warme of ook maar enige (positieve) gevoelens voor deze "kunst' en haar producenten te vervullen, lijkt me evident. Jammer en jammerlijk genoeg worden van deze globale afkeer ook talloze grote en echte kunstenaars (hoe dan ook gedefinieerd, behalve in Beuys-termen) in ons land het slachtoffer.