Behaagzieke Little Richard liet het bij een dansje op de vleugel

Concert: Little Richard. Gehoord: 9/3 Ahoy, Rotterdam.

“I am the Originator. The Architect of Rock & Roll!” Wie het nog niet wist, kreeg het nadrukkelijk te horen van de artiest zelf. Little Richard is zich terdege bewust van zijn positie als een van de belangrijkste grondleggers van de rock & roll. Zonder hem geen "wop-bop-a-lula', geen Long Tall Sally of Good Golly Miss Molly. Bijna veertig jaar na dato is het nauwelijks voor te stellen wat een klap het moet hebben gegeven, toen de rauwe oerkreten en de hysterische gilletjes van Richard Penniman voor het eerst uit radio's en jukeboxen schetterden. Des te opmerkelijker is het, dat de inmiddels zestigjarige peetvader van alle rockers nog nooit eerder op een Nederlands podium stond.

Misschien waren de verwachtingen al te hoog gespannen, maar Little Richard smeerde zijn oude glorie wel erg dunnetjes uit over de twee uur "history in person' die hij beloofde. Opscheppen kan hij als de beste. “Dit is waar Michael Jackson het vandaan heeft,” snoefde hij na een grandioze entree met een dansje op de glimmend zwarte vleugel. Even, heel even leek het erop dat het een gouden avond zou worden. De rollende piano-akkoorden en de nog altijd even rauwe stem deden de opwinding van het overrompelende Lucille herleven. De behaagzieke "Quasar of Rock' in zijn stralend witte glitterkostuum werkte zich al meteen in het zweet.

“Ik ga niet weg voor ik al mijn hits heb gespeeld,” probeerde hij de pittige toegangsprijs van 75 gulden te rechtvaardigen. Op dat moment werd de doorgewinterde Las Vegas-entertainer in hem wakker. Richards sentimentele terugblik op de bloeitijd van de rock & roll bleef niet beperkt tot zijn eigen verleden. Halfslachtige versies van Fats Domino's Blueberry Hill en Be Bop A Lula van Gene Vincent leken vooral bedoeld om tijd te rekken. Een adequaat orkest van doorgewinterde Muscle Shoalsmuzikanten volgde hem slaafs in een nogal sloom ingezet The Girl Can't Help It, dat op een geforceerde manier tot meezinger werd gebombardeerd. Het overwegend een dagje oudere publiek in het half gevulde Ahoy kwam pas uit de stoelen toen het uitdrukkelijk werd toegestaan. Stramme veertigers dansten voorzichtig de jive in het gangpad en een groepje jongere fans liet zich op het podium uitnodigen, om daar door twee lijfwachten uit de buurt van de ster gehouden te worden.

Little Richard haalde telkens weer de vaart uit zijn show, door stuntelige aankondigingen en de jammerlijk op de feiten vooruitlopende vraag of we wel een "good time' hadden. Tot driemaal toe verklaarde hij plechtig dat het moment was aangebroken voor zijn onsterfelijke Tutti Frutti, om toch weer op andere gedachten te komen en een heel wat minder opwekkend country- of bluesnummer in te zetten. Toen het verlossende "wop-bop-a-lula' eindelijk de zaal in werd getorpedeerd, was dat voor velen aanleiding om de uitgang op te zoeken. Daar stond een broer van Richard Penniman klaar om het Nederlandstalige boekje Schreden naar Jezus uit te delen, om iedereen op het hart te drukken dat de duivel geen vat meer heeft op de verwaterde rock & roll-show van Little Richard. Helaas, want het was Lucifer die hem ooit zijn beste liedjes aanreikte.