Zuidafrikaanse militairen bestrijden elkaar in Angola

JOHANNESBURG, 9 MAART. Zuidafrikanen vechten tegen Zuidafrikanen in de oorlog in Angola. Het is de ironie van de veranderde verhoudingen in zuidelijk Afrika. Jarenlang gaf Zuid-Afrika militaire steun aan UNITA in het Angolese conflict. Nu vechten naar verluidt oud-soldaten van het Zuidafrikaanse leger in de opgelaaide burgeroorlog als huurlingen aan de kant van Savimbi, terwijl oud-collega's zich grof laten betalen voor hun diensten door de MPLA-regering van president Eduardo dos Santos.

Zuidafrikaanse kranten hebben met een beroep op militaire bronnen bericht dat tachtig tot honderd huurlingen de afgelopen weken naar Angola zijn vertrokken om aan MPLA-zijde in leidinggevende posities te vechten. Het zou gaan om uitgetreden soldaten van het Portugees-sprekende 32-bataljon, dat in de grensoorlog tussen Namibië en Angola tegen SWAPO-strijders werd ingezet. President De Klerk ontbond het bataljon vorig jaar onder druk van het ANC, nadat soldaten in opspraak waren geraakt door hun brute gedrag in de townships rond Johannesburg.

Tot de groep huurlingen zouden volgens de berichten ook gedesillusioneerde leden behoren van de militaire inlichtingendienst en het Burgerlijk Samenwerkingsbureau, een geheime tak van het leger die door oppositiegroepen verantwoordelijk wordt gehouden voor aanslagen op anti-apartheidsactivisten in de jaren tachtig.

De Angolese regering betaalt de huurlingen vijfduizend dollar per maand, wat met de huidige wisselkoers in Zuidafrikaanse randen een zeer bovenmodaal salaris is. Een Zuidafrikaanse bemiddelaar verklaarde dit weekeinde in een zondagskrant echter dat de mannen zijn ingehuurd door een anonieme “internationale oliemaatschappij” om installaties in het noorden van het land te beschermen.

De Zuidafrikaanse regering zit met het optreden van haar oud-soldaten in de maag. Minister Pik Botha waarschuwde dat de huurlingen op eigen risico hun diensten aanbieden en dat ze niet op steun van zijn departement van buitenlandse zaken hoeven te rekenen wanneer het misloopt.

Bovendien overtreden de huurlingen de Defensie-wet, die soldaten verbiedt te werken voor andere staten. Onder de wet vallen niet alleen beroepssoldaten, maar ook alle blanke Zuidafrikaanse mannen die na hun diensttijd deel blijven uitmaken van het leger via de Citizen's Force, de National Service of de Commando-groepen in de regio's. De dienstplicht wordt in Zuid-Afrika gevolgd door vaak herhaalde kampen en oefeningen.

Een woordvoerder van het Zuidafrikaanse leger schatte gisteren desgevraagd dat een miljoen blanke mannen tussen 17 en 65 jaar onder de Defensie-wet vallen. Op overtreding van de wet staat een maximum gevangenisstraf van twee jaar of een boete van 5.000 rand (3.000 gulden), op het recruteren van huurlingen vijf jaar of 10.000 rand.

Sinds UNITA de verkiezingsuitslag in het voordeel van Dos Santos vorig jaar oktober niet erkende en de wapens weer oppakte, zijn er vele beschuldigingen geweest van Zuidafrikaanse betrokkenheid in het conflict. Buurlanden meldden schendingen van hun luchtruim door Zuidafrikaanse vliegtuigen. De Angolese regering verklaarde meermalen dat blanke Zuidafrikaanse soldaten aan de kant van UNITA vochten.

Zuid-Afrika ontkende alle berichten over inmenging. Minister Botha noemde ze zelfs “een belediging voor mijn intelligentie”, omdat Zuid-Afrika, net verlost van de paria-status, internationaal niets te winnen heeft bij nieuw militair optreden in een buurland. Toen de Angolese regering begin januari verklaarde een Zuidafrikaans vliegtuig te hebben neergeschoten, kon Botha op een persconferentie triomfantelijk melden dat de Angolese regeringstroepen per ongeluk een eigen vliegtuig hadden neergehaald.

Critici wijzen echter op de weinig betrouwbare staat van dienst van de Zuidafrikaanse regering bij het geven van militaire informatie. Ook in het verleden ontkende Zuid-Afrika meer dan eens betrokkenheid bij het conflict, terwijl later bleek dat Zuidafrikaanse troepen in grote gebieden van Angola waren verspreid. Als de Zuidafrikaanse regering om logische politieke redenen op afstand wil blijven, zijn er genoeg oude-kameraden-contacten tussen het Zuidafrikaanse leger en UNITA om steun te geven, zeggen opponenten. Het ANC begon daarom vorige week een “handen-af-van-Angola” campagne en riep de Amerikaanse president Clinton op de MPLA-regering die de verkiezingen won, te erkennen.

De Zuidafrikaanse politie is inmiddels met een onderzoek begonnen naar de groep huurlingen. Tegelijk zijn luchtvaartautoriteiten en het leger bezig met een onderzoek naar privé-ondernemingen die zonder toestemming naar andere Afrikaanse landen vliegen, wat mogelijk te maken kan hebben met geheime wapen-export. Minister Louw van defensie heeft verklaard dat de regering bij voldoende bewijs deze ondernemingen zal vervolgen.