Zes miljoen voor fonds topsport in Rotterdam

ROTTERDAM, 9 MAART. Premier Lubbers verklaarde onlangs nog dat de topsporters in Nederland niet bij het kabinet hoeven aan te kloppen. Voor extra financiële steun waren ze bij hem aan het verkeerde adres. De gemeente Rotterdam gelooft wel in subsidie voor sporters met talent en ambitie. De geldkraan gaat open om de sport in Rotterdam op een kwalitatief hoger niveau te brengen door een stedelijk topsportfonds.

Vanmorgen overhandigde de Stichting Rotterdam Topsport het Beleidsplan 1993-1996, In 1996 is Rotterdam topsportstad, in het Zuiderparkhotel aan de Rotterdamse wethouder van Sport en Recreatie Van der Schalk. Die was blij dat de stad een instrument had om, behalve de breedtesport, ook de topsport te stimuleren. Hij noemde de stichting een voorbeeld voor andere gemeenten. In december 1992 had de gemeenteraad aan de stichting gevraagd het plan binnen een paar maanden op tafel te leggen.

De voorstellen van de stichting kwamen tot stand in overleg met de Nederlandse Sport Federatie en het Nederlands Olympisch Comité. Tot en met 1996 draagt de gemeente ongeveer 1,5 miljoen gulden per jaar bij aan de stimulering van topsport in Rotterdam. Het resterende bedrag van een half miljoen hoopt de stichting bijeen te sprokkelen dankzij sponsors. De stichting zoekt vijf "Gold'-sponsors, vijf "Silver'-sponsors en 25 bedrijven die de Rotterdam Topsport Business Club financieel ondersteunen. Ze hebben al twee gouden en een zilveren gevonden.

Volgens Jaap Noordenbos, direkteur van de stichting en samensteller van het beleidsplan, maken nu al een kleine twintig topsporters gebruik van het Topsportfonds. Robin van Helden, Erik de Bruin, Emile Mellaard, Stella Jongmans en Frans Maas zijn de bekendste atleten, andere Nederlandse kampioenen zijn zwemster Inge de Bruijn en badmintonner Jeroen van Dijk.

Honkbal-international John Balentina is de enige teamsporter die in aanmerking komt voor financiële steun. De Bruin en Maas zijn om de steun te kunnen krijgen speciaal lid geworden van een Rotterdamse verenging. De stichting stelt als eis dat de betrokkene woont of sport in Rotterdam. “Wij zijn niet bang voor een volksverhuizing. Sporters uit Groningen komen echt niet in Rotterdam wonen om gebruik te maken van onze facaliteiten”, aldus Noorderbos die verder verklaart dat de steun voor de topsporters beperkt blijft tot onkostenvergoedingen en een bijdrage aan betere trainingsfacaliteiten.

Het topsportbeleid van Rotterdam kreeg voor het eerst gestalte in 1990. Sinds dat jaar onderhoudt de Stichting Topsport Rotterdam contacten met Rotterdamse onderwijsinstellingen, zoals de Erasmus Universiteit en Schoevers Opleidingen. De combinatie topsport-studie wordt vergemakkelijkt door aangepaste studieroosters, gespreide tentamens en onderwijs per fax. Het is verder de bedoeling dat de Rotterdamse topsporters binnen een paar jaar gebruik kunnen maken van een nieuwe sporthal, die is gepland in de buurt van het Feyenoord-stadion. Rotterdam zal in de komende jaren bestaande locaties voor ijshockey, honkbal, atletiek en het CHIO een grondige opknapbeurt geven.

Rotterdam is de eerste Nederlandse gemeente die de topsport op deze schaal steunt. Noordenbos bevestigt dat andere steden zoals Den Haag en Utrecht zijn genteresseerd in het Rotterdamse initiatief. “Nee, dat zien wij niet als concurrentie. Elke steun voor topsport in Nederland is van harte welkom. Een spannende race heeft behalve een leider ook volgers nodig.” Om in aanmerking te komen voor steun moeten de sporters op “olympisch niveau kunnen presteren”. Maar, zo zei Noordenbos, de stad Rotterdam koestert zelf geen olympische idealen meer.