Verlies aan milieu rechtvaardigt claim tegen Staat

Er zijn tijden dat de absurditeiten van de dag zulke proporties bereiken dat ze buiten het gezichtsveld geraken en dus niet meer kunnen worden begrepen. De oliemaatschappijen willen de Staat aanklagen als ze niet in de Waddenzee naar gas mogen boren. Er zit daar voor circa twintig miljard gulden in de bodem, waarvan het grootste deel trouwens ook naar de Staat zou gaan. Maar de regering doet een beetje aan milieu, en dus wordt er geaarzeld tussen verlenging van het moratorium - niet boren derhalve - en toch maar weer boren.

Over de dijkverhogingen langs Waal, Rijn, Lek, Maas en Linge is inmiddels duidelijk geworden dat deze een risico moeten dekken dat kleiner is dan het bezwijken aan een bijensteek, maar ondanks een commissie met een heus advies gaan ze door. Voor hetzelfde bedrag als er misschien uit het Waddengas komt: twintig miljard, een uitgave om een oud landschap om te spitten tot een nieuw, zonder enig zinnig doel.

De ultra snelle trein die Amsterdam met Brussel en Parijs moet verbinden wint dertien minuten als er een verwoestend tracé van Rotterdam door het Groene Hart naar de hoofdstad wordt aangelegd, een tijdwinst die door megalomane politici wordt opgevoerd als het verschil tussen de vooruitgang en het Stenen tijdperk. De keus gaat kennelijk al helemaal niet meer tussen zin en onzin maar tussen lelijkheid en afzichtelijkheid: op zandbaan of paalconstructies. Deze laatste zou - het staat er werkelijk - “het landschap sparen”. De extra kosten ervan: zo'n twee miljard gulden.

De Nederlandse binnenvaart heeft in alle toonaarden laten weten dat zij het groeiende goederenvervoer over de grote rivieren de komende decennia uitstekend kan opvangen, de Bundesbahn heeft eraan toegevoegd geen investeringen in een aansluiting te willen doen, van Europoort tot het begin van de lijn zal er zo'n dertig kilometer met trucks gependeld moeten worden en wat gebeurt er? De NS laat weten dat zij zonder de zogeheten Betuwelijn in het Europa van de Vooruitgang uitgerangeerd zal worden tot een achterlijk lokaaltje, en dus gaan de plannen door. De kosten zullen, alweer, vele miljarden bedragen.

In Duitsland staat een wetsvoorstel op stapel, de zogenoemde Beschleunigungsgesetz, waarmee de overheid zichzelf een soort carte blanche verschaft om inspraak, bezwaarschriften en beroepsprocedures te omzeilen bij de uitvoering van grootse plannen: men denke aan olie- en gasboringen, hoge snelheidslijnen, autowegen, vliegvelden, en wat er nog meer nodig wordt gevonden om zowel veel geld uit te geven als tegelijkertijd de volksgezondheid en de natuur om zeep te helpen.

De milieubeweging staat er, zowel hier als in Duitsland met een miljoenen achterban, versuft bij en begint de zoveelste actie tegen wegwerpverpakkingen, PVC-buizen en vóór statiegeld. De verbeelding heeft ook daar een dieptepunt bereikt.

Wat hebben deze situaties met elkaar gemeen? Zo op het oog weinig, maar voor wie goed kijkt gaat het hier toch vooral om treffende staaltjes van bestuurlijke radeloosheid, grotesk onvermogen tot keuzes en werkelijkheidszin. De kernvraag wordt niet beantwoord, en wellicht ook niet gesteld, of alleen maar gemakshalve vergeten.

Nederland heeft de aanbevelingen van de VN-Commissie Brundtland over "Duurzaamheid' geaccepteerd en tot formeel beleid verheven. De resoluties van de UNCED (Rio, 1992) verplichten tot het bewaren en verbeteren van de levensvoorwaarden voor toekomstige generaties. Bovendien hebben regering en Kamer het Nationaal Milieubeleidsplan aangenomen en daarin is voor al deze expansiedrift geen plaats.

Boren naar gas in de Waddenzee zal inderdaad weinig of geen milieuschade opleveren omdat de techniek van het (schuine) boren vrijwel feilloos is. Het moratorium zal dan ook wel niet worden verlengd. Maar daar wordt de bestuurlijke radeloosheid niet minder door, want de aangeboorde voorraden worden vervolgens in de voortdurende expansie gestopt, en niet in het scheppen van een duurzame samenleving. Want daar worden dergelijke voorraden niet aangeboord doch in reserve gehouden.

Duurzaam betekent in de praktijk kennelijk alleen méér van hetzelfde, waarbij duidelijk is dat niemand het eindresultaat voor ogen heeft of durft uitspreken.

In Noorwegen is daar enig zicht op gekomen door een studie van de socioloog Dag Hareide ("Het Goede Noorwegen') waarin een antwoord wordt gezocht naar het gecombineerde resultaat van produktie-, inkomens- en consumptiegroei, milieu- en natuurvernietiging en welvaartsbeleving. De studie maakt een eind aan het romantische ideaal van "de goede oude tijd' door een onthullend statistisch beeld van armoede, levensverwachting, kindersterfte, alcoholisme en criminaliteit in het Noorwegen van een eeuw geleden. Het stond er beroerd voor in die tijd, en alleen door de groei van inkomen, kennis en materiële consumptie neemt de achterlijkheid af en de sociale cohesie toe, in een gestage lijn, die echter sinds medio jaren zestig weer begint te dalen, in toenemende snelheid. Er is een kennelijk verzadigingsniveau, waarboven de materiële groei niets meer toevoegt, integendeel. Een duurzame, stabiele samenleving komt niet tot stand als de urban stress blijft toenemen, wat een soort maatstaf is voor het geheel aan uitdijende steden, voortgaande produktie en consumptie met al z'n lawaai, afval en vervuiling. Er is een keerpunt, zo blijkt. De vraag dient gesteld wanneer dat keerpunt hier wordt of werd bereikt. Mijn hypothese luidt dat we het al zijn gepasseerd, en dat een drastische koerswijziging onvermijdelijk wordt. Meer expansie die tot steeds minder welvaart leidt, dat kan toch niet de bedoeling zijn.

Het beste middel om een eerste koersverandering in te zetten ligt voor de hand. Als een claim bij de Staat van twintig miljard gulden het boorverbod moet opheffen, dan rijst de vraag hoeveel het verlies aan milieu, natuur, landschap en welbevinden bedraagt, eveneens in geld. Tot nog toe waren ruimte en natuur gratis, hoewel zij economisch schaarse goederen zijn. De milieubeweging doet er goed aan dit ongelijke evenwicht te herstellen door het voorbeeld van de claim te volgen. De aan het milieu onttrokken waarde bedraagt, per jaar, vele miljarden. Een claim bij de Staat voor, alweer, twintig miljard in een aansprekende proefprocedure voor het verlies aan Waddennatuur, Betuwe en Groene Hart is de logische consequentie.