Twee keepers

Tijdens een forumavond van de supportersvereniging van PSV verklaarde Ben de Graaf van de Volkskrant dat nationale gevoelens minder bij hem opkomen, aangezien hij zich "wereldburger' voelt.

Een acceptabel standpunt, maar niet helemaal het mijne, want in bescheiden mate word ik toch wel eens besprongen door die gevoelens en ik moet zeggen dat het best wel een prettig gevoel kan zijn. Het vervelende is echter, dat je dus ook bedroefd, althans teleurgesteld moet zijn wanneer je landgenoten internationaal de boot in gaan. Daarom zat ik in het midden van de vorige week toch ietwat neerslachtig op de bank na drievoudig verlies te hebben aanschouwd. Eerst ging Feyenoord voor de bijl, vervolgens Ajax en ten slotte PSV.

Persoonlijk leek mij de verlies partij van de Rotterdammers tegen het uitstekend combinerend Spartak Moskou niet alleen verdiend, maar bovendien enigszins voorspelbaar. Met Ajax lag het anders. Goed uit de startblokken schietend, de leiding nemend, de Fransen (zo te zien) dol spelend en dan toch, bij een tussenstand van 2-2 alles uit handen geven. Althans: toestaan dat de tegenstander het initiatief herovert en zijn winnende stempel op de wedstrijd drukt. Daar ben je dan Ajax voor en zij Auxerre en dat klopt dus niet, want er zijn slechts drie grote ploegen in Frankrijk en daar hoort zo'n "boerencluppie' niet bij.

Nu zit de gedachtenfout in dat idee van "boerencluppie'. Als het over het Dordtse EBOH (Eendracht Brengt Ons Hoger) ging, werd er in mijn jongenstijd altijd geroepen over "Elf Boeren Op Hol'. Want boeren worden volgens die arrogante redenatie geacht niet te kunnen voetballen. Wie bij Ajax op visite komt, wordt vanaf de derde rang allercharmanst ontvangen met de kreet "Boeren! Boeren!'. Ook al voelt men zich alles behalve plattelander, laat staan agrariër. Ik maak me sterk, dat die onderschatting - die altijd door de verliezers ontkend wordt - er niet zou zijn geweest indien de tegenstander Paris Saint Germain, Olympique Marseille of Monaco zou hebben geheten. Bij PSV's afgang tegen IFK Göteborg kan van onderschatting geen sprake zijn geweest. Hier speelde precies het omgekeerde: niet te veel, maar juist te weinig zelfvertrouwen.

Wat frappant was, achteraf, het verschil in reactie van twee prominente Nederlandse doelverdedigers. Stanley Menzo, die de trieste handeling van in eigen doel scoren tot de zijne maakte, leek een houding aan te nemen waarbij hij niet al te sterk op het eigen tekort schieten was gefixeerd. Daarentegen vestigde Hans van Breukelen de indruk de schuld van de hele wereld op zich te willen nemen. In een gebaar, dat overigens symphatiek aandeed, gaf hij te kennen alle drie treffers van Zweden op zijn geweten te hebben. Dat leek mij overdreven.

Ook Menzo zou zo ver niet behoeven te gaan, want er was een Frans doelpunt uit een vrije schop, dat de absolute schoonheidsprijs verdiende. Toch is er een verschil tussen beide portiers. Van Breukelen wekt altijd het gevoel op van maximale inzet, van gedrevenheid en concentratie. Menzo is uit ander hout gesneden. Stanley kan de onmogelijkste ballen stoppen en niet al te moeilijke missen. Ook lijkt hij soms eerder overgeconcentreerd dan rustig. Het kan de moeite lonen zijn pogingen om zijn voorlopig verloren post onder de lat van Ajax (en Oranje) terug te winnen, gade te slaan. Het zal allicht een zwaar gevecht worden, maar als het hem lukt zal er reden tot felicitatie zijn, want die jonge Van der Sar zal zijn kans met alle geweld willen grijpen.