Teenagers tijdschrift Icarus no. 9. 165 blz. ...

Teenagers tijdschrift Icarus no. 9. 165 blz. $8,95. 29 E. 21st Street, New York, NY 10010

Hondentrouw aan Anton Koolhaas Tirade 344. Uitg.G.A. van Oorschot, 96 blz. ƒ17,50

Het moderne nationalisme Raritan, winter 1993. 154 blz. $5. 31 Mine Street, New Brunswick, NJ 08901

Teenagers tijdschrift

Zomaar vanuit het niets lanceert het Amerikaanse literaire kwartaaltijdschrift Icarus opeens een kleine wervingscampagne in Nederland. Het negende nummer werd, samen met enig achtergrondmateriaal, rechtstreeks vanuit New York toegestuurd aan de pers in de hoop dat er aandacht aan besteed zou worden - een hoogst ongebruikelijke aanpak.

Icarus s ook een ongewoon literair tijdschrift, in die zin dat het zich richt op een jong publiek, de tieners. Buiten de bladen die via scholen verspreid worden bestaat er voor deze groep nergens ooit iets. Terwijl het, voor alle mogelijke andere produkten toch zo'n belangrijke - grote en beïnvloedbare - doelgroep is. En hoewel een mens zijn indrukwekkendste leeservaringen opdoet op jonge leeftijd, blijkt literatuur het moeilijkst te slijten aan pubers. Ze vallen bovendien net tussen de rijk voorziene planken met jeugdliteratuur en die met "grote' literatuur in. Wat voor een boek geef je als ouder in 's hemelsnaam aan een "kind' van vijftien of zestien?

Uitgever van jongerenboeken Roger Rosen probeert met Icarus dit dilemma op te lossen. Veiligheidshalve zorgt hij er voor dat het blad tevens een publiek van volwassen lezers aanspreekt. In een glossy voor jongeren werd Icarus al als "pretty cool' gekenschetst. De veeleisende "grote' lezer kan zich bij Icarus speciaal verheugen op de internationale aanpak én het feit dat uitsluitend gloednieuw literair werk wordt gebruikt.

Elke aflevering heeft een internationaal maatschappelijk relevant thema: apartheid, sport, straatbendes, "de aarde', werk, wereldbewoners (dit nummer), en in de toekomst heldendaden, de grote stad, en de "Coca Cola Culture'. Of deze voor scholieren niet helemaal onbekende onderwerpen nu wel zo de leeslust zullen prikkelen, is maar de vraag; aan de buitenkant van het blad is niet te zien dat hier tenminste geen maatschappijleerachtig betuttelend toontje wordt aangeslagen. De bijdragen worden uitgezocht op hun "emotional impact' en vooral hun eenvoud en toegankelijkheid. Dát is de concessie aan de jonge lezer, de opvoedende thema's moet hij dan maar voor lief nemen.

Nummer 9, "The People of This Place: Natural and Unnatural Habitats', over exotische primitieve beschavingen, bevat in de nagestreefde Granta-traditie fictie en nogal veel non-fictie, van minder beroemde schrijvers en journalisten. Vooral al die non-fictie ligt erg ver uit de buurt van de belevingswereld van witte westerse jongeren.

Jan Kees van de Werk, waarschijnlijk verantwoordelijk voor de plotse verspreiding van Icarus in Nederland, droeg twee interessante interviews bij met de Afrikaanse schrijvers Chenjerai Hove en Werewere Liking: “I do believe in great feelings that eradicate all barriers.”

Ook de opmaak ontleende Icarus, met een mooi woord, aan Granta. Nu het echte boeien nog.

Icarus no. 9. 165 blz. $8,95. 29 E. 21st Street, New York, NY 10010

Hondentrouw aan Anton Koolhaas

Tom van Deel, Leo Vroman en A. Alberts werkten met anderen mee aan Tirade's Koolhaasnummer dat eind 1987 bij zijn 75ste verjaardag verscheen. Zij zijn nu weer present, naast weer anderen, in een nummer dat met een dertigtal bladzijden een hommage aan Anton Koolhaas (1912-1992) wil brengen. Vorig jaar kreeg hij, nog net op tijd, de P.C. Hooftprijs.

Koolhaas is zo'n auteur die hondentrouw afdwingt. Zijn bewonderaars zijn niet zomaar blij met elk woord van de geliefde meester, ze zijn hem er ook werkelijk dankbaar voor. Zelden wordt in een themanummer over een auteur, zelfs als het een hommage betreft, een zo warme toon aangeslagen. Hans van den Bergh, hartelijk: “Want het lijkt mij vast te staan: als dieren met elkaar zouden praten, dan deden ze het zoals Koolhaas zegt.” Tirade brengt hier, zoals niet vaak, een blije meute critici en schrijvers bij elkaar die het er allemaal met elkaar over eens zijn dat Koolhaas een uitzonderlijk begaafd auteur was. Vooral zijn benadering van de dood heeft menigeen diep geroerd. Doeschka Meijsing, zij spreekt zelfs van een "uniek meesterschap in de wereldliteratuur': “Koolhaas heeft, met name in zijn dierenverhalen, het doodstille individu getekend in dat ene oorverdovende moment dat het begrijpt dat de dood zijn enig lot en zijn enig eigendom is.”

De man Koolhaas wordt geschetst door Alberts (te kort), Vroman ("ingewikkeld hoor, al dat gesterf'), en heel mooi Willem Jan Otten: “Koolhaas was een broedse man”.

Van een desnoods onaf stukje Koolhaas-proza uit zijn nalatenschap helaas geen spoor.

Nog meer Otten: de tekst van een hoorcollege over intimiteit tussen mens en boot in Van Schendels Fregatschip Johanna Maria dat hij gaf als gastschrijver aan de Rijksuniversiteit van Groningen. “Je kunt denken aan een minnaar die met een geliefde een liefde bedrijft die haar mooier en uitgelezener maakt dan ooit tevoren; en daardoor wordt de minnaar zelf mooier en uitgelezener - hij kan denken van zich zelf dat hij de enige is, de onverwisselbare.”

“Je kunt smeren wat je wilt, maar je gaat je toch steeds meer als een afgekoeld flensje voelen” - Vonne van der Meer schreef een half grappig, half sentimenteel verhaal waarin een lingerieverkoopster een onzekere weduwe van in de zeventig helpt iets gedekt spannends uit te zoeken, om aan te trekken als ze het voor 't eerst met haar nieuwe minnaar, een weduwnaar, zal gaan doen.

Tirade 344. Uitg.G.A. van Oorschot, 96 blz. ƒ17,50

Het moderne nationalisme

De Amerikaanse professor van Palestijnse afkomst Edward W. Said, wiens nieuwe boek Culture and Imperialism (Knopf) internationaal alle aandacht krijgt, zal op dit moment ongetwijfeld door de serieuze Amerikaanse media belaagd worden met verzoeken om zijn mening te geven over de betrokkenheid van Palestijnen bij de bomaanslag op het World Trade Centre in New York. Hij fungeert in voorkomende gevallen als onofficiële pleitbezorger in de intellectuele pers. Het academische literaire tijdschrift waar hij, naast onder anderen Elaine Showalter en Frank Kermode aan verbonden is, Raritan, bevat regelmatig artikelen van hem. In het laatste nummer een lange tekst van een lezing voor Amnesty International, waarin hij betoogt dat we nog lang niet los zijn van de negentiende-eeuwse opvattingen over cultuur, ras, taal en volk. Achter de ideeën van bijvoorbeeld een invloedrijk denker als Matthew Arnold wijst hij de hiërarchische opvattingen over naties en culturen aan die nog steeds ongemerkt doorwerken: het Europese staat boven zwarte, Aziatische en Semitische rassen. Zich wel bewust van verschillen in Zeitgeist stelt hij de Europese notie van "nationalisme' daterend uit de vorige eeuw tegenover het jongere en kritischer "anti-imperialistische nationalisme' in India, Afrika en de Arabische wereld. Sterker nog: het Westen gaat onder leiding van Amerika en versterkt met Universele Rechten van de Mens terug naar oude waarden, met de Golfoorlog als voorlopig hoogtepunt. De echte toetssteen voor mensenrechten is de Palestijnse kwestie. om die aan te kunnen moet volgens Said logischerwijs eerst de Palestijnse natie (met meer dan vijf miljoen burgers) erkend worden.

Tevens in Raritan: een roddelig verslag door Alfred Chesters vriend Edward Field van een recente ongezellige theevisite bij Paul Bowles; en het tweede deel van een beschouwing over het echtpaar Macbeth en Nietzsche.

Raritan, winter 1993. 154 blz. $5. 31 Mine Street, New Brunswick, NJ 08901