Taiwan motor van opkomst China

Plotseling is het gedaan met de ongebreidelde economische expansie die Taiwan jarenlang ten beste gaf. Maar verdwenen is die groei niet; hooguit verplaatst. Taiwanees kapitaal en management vormen de motor achter de vliegende opkomst van China.

Taiwan is een belangrijke katalysator geworden in de spectaculaire groei van China's economie en export. Statistieken van China en Taiwan wijzen uit dat China's totale buitenlandse handel vorig jaar voor het eerst die van Taiwan heeft overtroffen. De Chinezen voerden voor 165 miljard dollar in en uit, de omvang van de Taiwanese handel bedroeg 154 miljard dollar. Daarmee werd China vorig jaar de elfde handelsmogendheid ter wereld, net boven Spanje. Taiwan is nu nummer 13.

Het Chinese handelsvolume zal volgens economen in Hongkong dit jaar tot 200 miljard dollar stijgen, een toename van ruim 20 procent. De Taiwanese handel zal voortaan bescheidener groei vertonen, voorspellen ze. Afgelopen januari was dit meer dan duidelijk; zowel de import- als exportstromen tussen Taiwan en zijn meeste handelspartners lagen 7 tot 8 procent onder het niveau van een jaar eerder.

Deze ontwikkelingen zijn toe te schrijven aan de grootschalige verplaatsing van Taiwans exportapparaat, gedurende de laatste jaren, naar de kustprovincies van het Chinese vasteland. De lonen bedragen daar slechts een tiende van die in Taiwan en ook grond en grondstoffen zijn aanzienlijk goedkoper. De meeste schoenen, textiel, sportartikelen, plastic, elektronica en motorenonderdelen die vijf jaar geleden nog Made in Taiwan waren, worden nu in China gemaakt, vaak door dezelfde kleine firma's die hun operaties, inclusief oude machines via Hongkong naar de overkant van de Straat van Taiwan hebben verplaatst. Exacte cijfers van de Taiwanese investeringen in China bestaan niet, omdat een groot deel van de kapitaalstromen via ondergrondse en familiekanalen loopt. De kleinste schatting van regeringsinstanties en onderzoeksinstituten in Taipei is 5 miljard dollar. Veel economen denken dat de investeringen dichterbij de 10 miljard dollar liggen. De indirecte handel tussen China en Taiwan bedroeg vorig jaar 7,3 miljard dollar.

Het effect van Taiwanese ondernemingszin op de drie Zuidchinese kustprovincies Fujian, Zhejiang en Guangdong is vergelijkbaar met dat van de activiteiten die Hongkong sinds begin jaren tachtig ontplooit in de delta van de Parel Rivier in de provincie Guangdong. Belangrijk verschil is dat de vervlechting met de eigen economie bij Hongkong-bedrijven in China veel groter is dan bij Taiwan-bedrijven.

De industrieterreinen van de delta worden in de meeste opzichten als een deel van de economie van Hongkong - Groot Hongkong - beschouwd, en maken deel uit van een systeem dat forward of outward processing heet. Weliswaar wordt op Chinees grondgebied gewerkt, maar het gaat hierbij om Hongkong-firma's, met Hongkong-kapitaal, onder Hongkong-management.

Om politieke en quotaredenen zetten China en Hongkong de uitvoer van deze firma's in de handelsstatistieken van Hongkong. Het land dat de grootste hoeveelheid hiervan importeert, de Verenigde Staten, beschouwt de desbetreffende goederen niettemin als Chinese export. Dit is de belangrijkste reden voor het escalerende conflict over China's uit de pan rijzende handelsoverschot met de VS. Washington becijfert het overschot over 1992 op 18 miljard dollar, China zegt dat het slechts 4,4 miljard dollar was, omdat het de goederen die door Hongkong-firma's in China zijn gemaakt en het land via Hongkong verlaten, voor eindinspectie aldaar, niet meetelt.

Pag 14: Sprong naar vasteland kost Taiwan deel industrie; De geldvoorraad van Taiwan is namelijk niet oneindig; "Onze efficiency is twee, drie keer hoger dan de hunne'

Taiwan verricht zijn meeste investeringen in China via Hongkong-kanalen. Door deze omweg en door de fysieke scheiding tussen het eiland en het Chinese vasteland hebben Taiwanese firma's geen rechtstreekse binding meer met de economie van Taiwan. Als een met Taiwan-kapitaal gestichte - en vaak onder Taiwan-management staande - fabriek in China eenmaal draait, wordt de uitvoer ervan als Chinees beschouwd. Die export verschijnt in de Chinese statistieken, de winsten gaan zelden of nooit terug naar Taiwan. Ze worden opnieuw geïnvesteerd in China of eindigen in de financiële circuits van Hongkong. Het resultaat is dat China's export omhoogvliegt, net als het handelsoverschot.

Taiwans handelsoverschot loopt de laatste jaren terug wegens stijgende produktiekosten, verlies van concurrentiekracht en, vooral, de verplaatsing van de exportmachine naar China. Als de kwestie van de schending van intellectuele eigendomsrechten door Taiwan buiten beschouwing blijft, kunnen zijn handelsbetrekkingen met de VS gerust ontspannen worden genoemd. Amerika's problemen met China vertonen daarentegen steeds meer gelijkenis met die met Japan: steeds groeiende export en minimale import. In Taipei zijn de meningen over Taiwans groeiende vervlechting met de vasteland-economie ernstig verdeeld. Anticommunistische ideologen menen dat de enorme injectie met Taiwan-kapitaal het communisme verder zal helpen uithollen en de "vreemdzame evolutie' naar het post-communisme versnelt; de "opslokking van China door Taiwan'. Cynici daarentegen menen dat Peking Taiwans expansie op het vasteland aanmoedigt om zo de weg te banen voor politieke pressie. Als de economische afhankelijkheid groot genoeg is, zouden de Chinezen Taiwan te zijner tijd kunnen dwingen China's voorwaarden voor hereniging te aanvaarden.

Leidende economen in het Chung Hua Economic Research Institute constateren met zorg dat Taiwan met zijn "Grote Sprong naar het vasteland' aan een proces van de-industrialisering is begonnen. Als de huidige trend niet wordt omgebogen of afgeremd, zal de hele industriële produktie - met uitzondering van de meest geavanceerde onderdelen - de komende jaren naar het vasteland vloeien. De in Taiwan achterblijvende high tech-bedrijvigheid heeft echter een smalle basis, en de investeringen erin zijn onvoldoende, aldus de economen.

Voor het eerst sinds jaren was in 1992 niettemin weer sprake van toenemende groei van de binnenlandse investeringen in Taiwan, dank zij hoge overheidspremies. Hoge lonen, extreem hoge landprijzen en hoge kosten voor milieubescherming drukten in de jaren hiervoor het tempo van de investeringsgroei aanzienlijk, tot nog maar 1,7 procent in 1991. Illustratief is ook de absolute daling van de buitenlandse investeringen in Taiwan: van 1,6 miljard dollar in 1991 tot nog slechts 887 miljoen vorig jaar. De omvang van de buitenlandse investeringen in China bedroeg tegelijkertijd 20 miljard dollar.

Winden economen zich nog het meest op over de de-industrialisering, bankiers zijn nerveus over de kapitaalvlucht in brede zin. Ting Yu-tung, econoom bij de Bank of Taiwan, constateert dat de lokale economie investeringen misloopt doordat miljarden naar het Chinese vasteland gaan en nog eens vele honderden miljoenen naar Zuidoost-Azië, met name Vietnam, waar Taiwan verreweg de grootste investeerder is. Daarnaast verlaat veel kapitaal het land doordat privé-personen het (vaak in de vorm van stapels bankbiljetten die "op de man' worden vervoerd) overhevelen naar familieleden in China, door grote toeristische bestedingen en vooral door hoge uitgaven aan wapens.

Dit jaar moet Taiwan 3 miljard dollar aanbetalen op een bestelling van Amerikaanse F16's en Franse Mirages. Ex-premier Hau Pei-tsun zei voor de verkiezingen van december vorig jaar uit partijpolitieke overwegingen dat de strijdkrachten geen extra geld krijgen voor wapenaankopen die de normale defensiebegroting overschrijden. De nieuwe premier Lien Chan zal dat naar verwachting bekrachtigen. De Taiwanese geldvoorraad is namelijk niet oneindig.

In het Westen wordt vaak gemakshalve gedacht dat Taiwan zulke hoge reserves heeft - 82 miljard dollar nu - dat het daaruit op elk gewenst tijdstip extra uitgaven kan bekostigen. Lin Yuh-jiun, van Chung Hua Research, wijst er echter op dat de reserves niet van de regering zijn, maar van exporteurs. Onder de geldende deviezenrestricties hebben zij hun buitenlandse valuta moeten overdragen aan de centrale bank, in ruil voor almaar revaluerend lokaal geld. Chen Mu-tsai, directeur-generaal van de directie Monetaire Zaken van het ministerie van financiën, vreest dat Taiwans betalingsbalans spoedig een tekort zal vertonen. Een beperking van de handel met en de investeringen op het vasteland zou een eenvoudige remedie zijn. De regering overweegt dit al jaren, maar heeft er tot nog toe vanaf gezien onder druk uit het zakenleven.

Het krijgt hierin steun van minister van economische zaken Vincent Siew. Beperkingen, zegt hij, ondermijnen de concurrentiekracht van Taiwan, tot voordeel van Zuid-Korea, Japan en Westerse landen.

Volgens Siew kan Taiwan louter dank zij de snelle groei van de handel met het vasteland de relatief hoge economische groei van 6 à 7 procent handhaven. “Het is overduidelijk in ons voordeel. Waarom dan beperkingen?”, aldus Siew.

Zakenlieden, groot en klein, zijn het met hem eens. C. Y. Kao, voorzitter van het bestuur van de President Enterprises Group, een van de grootste industrieconglomeraten in Taiwan, heeft zes voedselverwerkingsfabrieken in China. Eén ervan, voor de produktie van tomatenketchup, staat in Urumqi, de hoofdstad van het moslimgebied in het Verre Westen. Volgens Kao is het er uitstekend werken: het gebied zit vol intellectuelen en technici uit Shanghai, vervolgd, onderdrukt, levenslang verbannen. “Zij weten wat het communisme hun heeft aangedaan en koesterden daar wrok over. Zij dragen hun ervaring over op de jongere generatie en werken graag voor bedrijven uit Taiwan”, aldus Kao.

Stralend van zelfvertrouwen zegt hij dat het vasteland veel meer van Taiwan afhankelijk is dan andersom. “Als wij niet verkopen en investeren, kan hun export niet groeien”, zegt hij. “Zij hebben onze marketingexpertise nodig.” En bovendien: “Onze efficiency is twee, drie keer hoger dan de hunne.”

De economen van Chung Hua Research vullen echter aan dat heel weinig Taiwanese investeerders erin slagen hun vasteland-operaties net zo afhankelijk van Taiwan te maken als Taiwan is van de Japanse industrie. Duizenden Taiwanese bedrijven zijn nog steeds volledig overgeleverd aan Japanse leveranciers voor chips en precisie-instrumenten. De meeste met Taiwanees kapitaal opgerichte firma's op het Chinese vasteland daarentegen leunen slechts een paar jaar op onderdelen en management uit Taiwan. Zij leren de trucs snel zelf en gaan dan hun eigen weg.

Anders ligt het wat hun afhankelijkheid betreft van Taiwans export- en marketingexpertise. Die is minder snel te kopiëren. Lin Yuh-jiun, van het Chung Hua Economic Research Institute, wijst erop dat nog steeds 25 tot 30 procent van Taiwans uitvoer in handen is van Japanse handelsconglomeraten. Iets dergelijks valt nu te verwachten in de relatie tussen China en Taiwan: de in China door Taiwanezen opgebouwde bedrijven zullen voor hun afzet en export nog lange tijd aangewezen zijn op Taiwanezen. Wel is het zo dat marketingexperts en handelsbevorderaars uit Taiwan al gastcolleges en voordrachten houden voor Chinese handelsinstituten en overheidsorganisaties. De discussie over de vermeende afhankelijkheid spreekt niet iedere Taiwanees aan. Sommige daadkrachtige types halen hun schouders op en constateren dat Taiwan groot en rijk is geworden door keihard werken en avonturisme en dat het altijd een paar stappen voorsprong op China zal houden. C.P. Chang, de energieke, spraakzame secretaris-generaal van de Euro-Asia Trade Organisation, een semi-overheidsorganisatie die bij afwezigheid van diplomatieke betrekkingen de handelsrelaties met Europese overheden behartigt, zegt: “Ik ben het eens met politici en zakenlui die visie en lef hebben, niet met economen en bankiers die alleen naar statistieken en bedragen kijken. (...) Tegen de tijd dat China onze computerindustrie overneemt, zullen wij de Japanse halfgeleiderindustrie hebben overgenomen!”

Dat mag wat overdreven zijn, gewiekste zakenlieden kunnen veel bereiken, meent hij. Ondanks politieke obstakels heeft de laatste jaren een informele "Groot-Chinese Handelsgemeenschap' van China, Taiwan en Hongkong gestalte gekregen, zonder actieve deelname van de betrokken regeringen. “Dit is een waarlijke hulde aan het vernuft van de Chinezen”, aldus C. P. Chang.