Rome op de bres voor banen

Italianen zijn van nature geen zwartkijkers, maar bij een recent opinie-onderzoek bleken zij de rest van dit jaar somberder tegemoet te zien dan de inwoners van andere EG-landen, Japan en de Verenigde Staten. Voor het eerst in een decennium verwachten de Italianen dat dit jaar meer problemen brengt dan het afgelopen jaar, dat toch zeker niet onopgemerkt voorbij is gegaan. Vooral de ontwikkeling van de economie, en met name van de werkgelegenheid, leidt tot laag-gestemde verwachtingen.

De dreigende groei van de werkloosheid beheerst het debat over het economische beleid in Italië. Alles moet daarvoor wijken; zelfs de herintreding van de lire in het Europese Muntstelsel is ondergeschikt gemaakt aan het voorkomen van een explosie van de werkloosheid.

Elf procent van het land zit nu zonder werk, met enorme uitschieters in het zuiden, waar de gemiddelde werkloosheid rond de twintig procent ligt. De problemen van de algemene recessie die ook andere landen treft, worden versterkt door de privatiseringsplannen en door het smeergeldschandaal.

Het kabinet heeft de afgelopen dagen een aantal maatregelen genomen tegen een explosie van de werkloosheid. In veel bouwputten ligt het werk stil, omdat uitvoerende ondernemers of politici die de opdracht hebben gegeven, betrokken zijn geraakt in de golf van corruptieschandalen. Het pakket dat de pijn van de smeergeldschandalen voor de samenleving moet verzachten, bevat een decreet dat hervatting van deze werkzaamheden mogelijk moet maken, ook al loopt het onderzoek nog. Het is een onomstreden onderdeel van het bredere amnestiepakket van het kabinet.

De privatiseringsplannen van het kabinet zullen onvermijdelijk leiden tot een verlies aan banen. Politieke overwegingen hebben zó lang een rol gespeeld bij het beleid van staatsbedrijven dat vele daarvan met een te hoog aantal werknemers zitten. Daarom hebben de vakbonden grote aarzelingen, ook al onderschrijven ze de ratio van privatisering, het verminderen van de politieke invloed in de economie. Het kabinet heeft zaterdag een reeks maatregelen genomen die de pijn van de privatisering moeten verzachten. Deze maatregelen maken deel uit van een groter werkgelegenheidspakket, waarmee in drie jaar ongeveer tien miljard gulden is gemoeid. Landbouw, toerisme en de wapenindustrie zijn terreinen die speciale aandacht krijgen. Verder komt er speciale staatshulp voor personeel van kleine bedrijven dat zijn baan verliest.

De ontwikkeling van de werkloosheid ligt politiek extra gevoelig omdat in de ogen van veel vakbondsleden de slechte economische situatie veel te maken heeft met de smeergeldaffaires. Aan de ene kant vergroten die, wegens de politieke onzekerheid, de druk op de lire. Aan de andere kant hebben die een monopoliepositie voor bedrijven in de hand gewerkt, waardoor die niet gewend zijn aan een open markt en krachtige concurrenten. De vakbonden overwegen volgende maand een algemene staking te houden, al lijkt hun opstelling verzacht na de kabinetsbesluiten van zaterdag.

Een van de weinige goede economische berichten van de afgelopen maanden is de ontwikkeling van de inflatie. Die is sinds vorig jaar zomer gestaag gedaald. De dalende vraag heeft het effect van de devaluatie - een duurdere import - teniet gedaan. In september vorig jaar was de inflatie op jaarbasis nog 5,2 procent, in januari 4,3 procent.

Maar de verwachting is dat de inflatie weer sterk zal stijgen en vorig maand werden daarvan de eerste tekenen al zichtbaar. In februari was de inflatie op jaarbasis gestegen naar 4,5 procent en als het basispakket aan de hand waarvan de inflatie wordt berekend niet was veranderd, zou de stijging 4,6 procent zijn geweest.

Veel economen zeggen dat er een tijdbom aan het tikken is die binnenkort moet ontploffen. Veel bedrijven hebben hun prijzen bevroren, ondanks hogere kosten, om geen marktaandeel te verliezen. Verwacht wordt dat elke economische opleving zal worden aangegrepen om de gestegen prijzen door te berekenen, met als gevolg een extra sterke stijging van de inflatie.

Van veel kanten wordt voorspeld dat de inflatie aan het einde van het jaar tussen de zes en zeven procent zal liggen. Mogelijk remt een tegenvallende groei de inflatie nog wat af. Na de tegenvallende groei van 1,2 procent vorig jaar blijft de industriële produktie een dalende lijn vertonen. Voor dit jaar wordt gerekend op een groei van 0,6 procent. Mensen die voorspellen dat de economie in de tweede helft van dit jaar zal aantrekken, worden bestempeld als optimisten.

De werkgeversorganisatie Confindustria blijft hameren op de noodzaak van een lagere rente. De Banca d'Italia is daarover in een beleefde maar harde woordenwisseling verwikkeld met de andere banken. Gouverneur Carlo Azeglio Ciampi zegt bij herhaling dat de rente die de banken in rekening brengen, omlaag kan. De banken repliceren dat Ciampi breekt met een oude traditie en zich voor het karretje van de regering laat spannen en om politieke redenen een renteverlaging wil.

Achter deze discussie gaan groeiende problemen in de banksector schuil. Ook hier doet de invloed van de corruptie-affaire zich voelen. Vooral de staatsbanken, ongeveer drie kwart van de banksector in Italië, hebben bij herhaling leningen verleend niet op basis van een financiële analyse, maar na politieke garanties. Nu een heel netwerk van politieke partijen en staatsbedrijven in elkaar valt, voorzien ook de banken problemen voor hun balansen.