Rode wangen bij maken van eerste Citotoets Arabisch

AMSTERDAM, 9 MAART. Hoogrode wangen en doodernstige ogen. Alleen een gum en een potlood liggen op elk van de negentien tafels. De achtste groep van de Arabische Bouschrâschool in Amsterdam maakt zich vanmorgen op voor de tweede dag van de Citotoets Arabisch.

Hun eigen leerkracht wenst hun nog sterkte, uit alle kelen klinkt “bedankt” en de rest van de ochtend is het louter Arabisch. Leraar S. Rhord, voor het onderwijs in de eigen taal (OET), deelt de toets uit en geeft instructies. Dan leest hij het eerste verhaal voor. Alle ogen lezen mee, van rechts naar links, alleen die van Youssef dwalen na de vierde zin af. Hij kijkt naar de mond van Rhord, naar de Arabische platen aan de muur (de wereld, het menselijk lichaam, de insekten) en ten slotte naar buiten. Als Rhord is uitgelezen, vult de stilte zich met het gekras van potloden, de fluistering van hardop-lezen en een enkele zucht.

“Sommige onderdelen zijn afschuwelijk moeilijk”, zegt dr. J.J. de Ruiter. “Zelfs voor mij.” Hoewel hij toch, in het Werkverband taal en minderheden aan de katholieke universiteit Brabant, de toets Arabisch heeft ontwikkeld, die dit jaar - net als de Turkse - voor het eerst officieel wordt afgenomen. Vooral de toets Arabisch is moeilijk. Terwijl de kinderen een behoorlijk taalniveau Turks weten te behalen, blijven de kinderen die Arabisch leren daar ver bij achter. De Ruiter kent de oorzaak: “Turks is wel de eigen taal van de kinderen die de toets Turks krijgen. De Marokkaanse kinderen spreken thuis voor het grootste deel Berbers, een taal die nog geen geschreven vorm kent.”

Maar ook voor de Arabische Marokkanen is het vandaag getoetste Arabisch geen thuistaal. Het standaard-Arabisch is de officiële taal in de Arabische landen: het televisiejournaal voert het, de officiële kranten. Maar verder horen de kinderen haar nergens spreken. De Ruiter: “We hebben de toets eerder ook in Marokko uitgevoerd en de Berberse kinderen deden het niet veel slechter dan de Arabische. Ze hebben dus niet een extra, natuurlijke achterstand.”

De vraag is wat Youssef met standaard-Arabisch moet, als hij op straat zijn vrienden in een dialect ervan aanspreekt. “Het is belangrijk als je wilt functioneren in de Arabische wereld”, zegt De Ruiter en hij moet lachen als hij zichzelf hoort. Deze kinderen wonen en blijven in Nederland. Die hoeven nooit anders dan als toerist te functioneren in standaard-Arabië.

OET-leraar Rhord vindt Arabisch altijd nuttig. Niet alleen voor het zelfbewustzijn van de kinderen of voor het behoud van hun culturele identiteit, zoals de overheid het onderwijs in de eigen taal aanprijst. “Als ze met vakantie zijn in Marokko, moeten ze met hun familie Arabisch kunnen spreken.” Het verschil tussen het Marokkaanse dialect en het klassiek Arabisch is volgens hem niet zo groot. En op de Bouschrâschool zitten maar twee kinderen die echt geen kennis van het Arabisch hebben en dus een vreemde taal aanleren.

Het niveau van de kinderen is goed, zegt hij. Beter dan op andere scholen - omdat hier zo goed Arabische les wordt gegeven. Directeur G.J. Bart van de school durft over de vijf uur per week dat de kinderen op school Arabisch spreken niet te oordelen - hij spreekt het zelf niet. Hij ziet wel een opvallend verschil met vroeger: “Toen moest ik in de gewone lessen vaak vermanen: "spreek Nederlands'. Nu hoor je de Marokkaanse leraar wel zeggen: "Spreek Arabisch'.”

Na anderhalf uur zijn de kinderen klaar met de toets. Aziz met zijn rode wangen, Hajar met haar staalblauwe ogen en Youssef met zijn ernstige blik rennen naar buiten. Moeilijk? Nee, makkelijk, zegt Aziz tevreden. Hij is een bijzonder goede leerling, vult zijn lerares aan. Ook de "gewone' Citotoets heeft hij zo goed gemaakt dat hij een HAVO/VWO-advies heeft gekregen. Maar de andere leerlingen vallen hem bij. Alleen vond Youssef het laatste deel van de toets moeilijk.

Na een kwartier pauze gaan ze verder met hun gewone lessen. Maar het is geen gewone ochtend op de Bouschrâschool. Straks komt de politie de helft van de klas meenemen naar het bureau in het kader van drugpreventie.