Onderzoek: ook uitgaven voor alcohol sterk toegenomen; Scholieren roken veel meer

ROTTERDAM, 9 MAART. Scholieren geven aan alcohol momenteel bijna twee keer zoveel geld uit als in 1990. Ze besteden er gemiddeld 95 gulden per maand aan, vergeleken met 54 gulden twee jaar geleden.

Ruim een derde van de scholieren geeft zo'n 25 gulden per week uit aan alcohol. Dat komt neer op tien tot twaalf alcoholische consumpties buitenshuis per week. Dit staat in het vandaag gepubliceerde "Scholierenonderzoek 1992', het derde dat sinds 1984 is uitgevoerd door het Nederlands Instituut voor Budgetvoorlichting, samen met het Sociaal en Cultureel Planbureau, de Stichting Economisch Onderzoek en de Rijksuniversiteit Leiden. Voor het onderzoek werden 15.000 scholieren (twaalf tot twintig jaar) van ruim tweehonderd scholen ondervraagd. Bij de geldbedragen in het onderzoek is geen rekening gehouden met de inflatie, die vanaf 1984 12,5 procent bedroeg.

Evenals drinken is roken de laatste jaren fors toegenomen onder de scholieren. Van de 16-jarige jongens voorbeeld gaf acht jaar geleden 17 procent geld uit aan rookwaren en 37 procent aan alcohol; nu is dat respectievelijk 29 en 55 procent. Het percentage scholieren dat rookt is de afgelopen twee jaar toegenomen van 19 tot 24 procent. Vooral meisjes zijn meer gaan roken; 30 procent van de 17-jarige meisjes geeft daar geld aan uit, dat was 20 procent in 1990. Het percentage scholieren dat geld uitgeeft aan alcohol is de laatste twee jaar niet gestegen, maar het aan alcohol bestede bedrag van 95 gulden per maand is een toename van 70 procent vergeleken met 1990.

Gemiddeld geeft de scholier 339 gulden per maand uit (voor alle scholieren vijf miljard per jaar). Het grootste deel wordt "besteed" aan sparen: twintig cent van elke gulden. Aan kleding gaat 11 cent op; uitgaven aan kleding zijn sinds 1990 met 37 procent gestegen tot honderd gulden per maand. De rest gaat naar snacks (8 cent van elke gulden), alcohol (8), uitgaan (7), en roken (4). Aan drugs wordt 0,74 cent besteed, aan gokken gaat 0,62 cent op.

In 1984 hadden jongeren gemiddeld ruim 180 gulden per maand te besteden, nu bedraagt dat voor jongeren tot 18 jaar gemiddeld 253 gulden. Oudere scholieren - die sinds 1986 studiefinanciering ontvangen - hebben een gemiddeld maandinkomen van 685 gulden.

Het inkomen van scholieren komt, behalve uit de studiefinanciering, van ouders (zakgeld en kleedgeld) en bijbaantjes. Ouders zijn naar verhouding niet meer geld gaan geven, maar scholieren verdienen zelf meer bij. In 1984 had 42 procent van hen een baantje - vaak babysitten, winkelwerk, kranten bezorgen - tegen 55 procent (tot 18 jaar) en 57 procent (ouder dan 18) nu. Meisjes hebben minder te besteden dan jongens, zo krijgen zij gemiddeld zo'n acht procent minder zakgeld.