Lubbers: zelf misdaad op Antillen aanpakken

WILLEMSTAD, 9 MAART. Nederland wil zelf de grensoverschrijdende criminaliteit op de Nederlandse Antillen en Aruba gaan bestrijden. Bovendien moet het vrije personenverkeer tussen de overzeese gebiedsdelen en Nederland aan banden worden gelegd.

Dit blijkt uit de tekst van het vertrouwelijke “synthesedocument” dat premier Lubbers gisteravond aan het eind van de eerste vergaderdag van de Toekomstconferentie presenteerde aan de deelnemers. Lubbers fungeert als onafhankelijk voorzitter tijdens de conferentie.

Volgens het stuk van de premier “vereisen de gemeenschappelijke veiligheid en zorg voor de internationale relaties van de landen van het Koninkrijk een koninkrijksverantwoordelijkheid. Dit geldt onder meer voor de bestrijding van criminaliteit van grensoverschrijdende aard”. Die koninkrijksverantwoordelijkheid zou “concreet gestalte moeten krijgen”.

In een nieuw Koninkrijksstatuut zou bovendien moeten worden vastgelegd dat “over en weer vestigiging en werken mogelijk is”, maar met uitzondering van mensen die armlastig zijn (en leven van sociale voorzieningen), die criminele antecedenten hebben of een gevaar vormen voor de openbare orde.

Gisteravond was reeds duidelijk dat Nederland met dit document op ramkoers lag met de delegaties van Aruba en de Nederlandse Antillen. Voor deze delegaties is het werkstuk van Lubbers, dat de basis zou moeten vormen voor de uitkomst van de conferentie, onverteerbaar. Behalve de al genoemde elementen stipuleert het document hoe de verhoudingen van de eilandgebieden ten opzichte van Den Haag er in de toekomst uit moeten zien. Hoofdlijn is dat het land Nederlandse Antillen zal ophouden te bestaan, waarna Nederland in het Caraïbische gebied gelijkwaardige banden zal onderhouden met de zes eilanden Curaçao, Aruba, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius, en Saba. Curaçao en Aruba zouden een “enkelvoudig bestuur” krijgen.

“Voor de andere eilanden zal zelfbestuur worden verzekerd in nader te bepalen relaties tot Nederland”, aldus het document. Een Curaçaos delegatielid zei gisteravond direct na afloop van de eerste vergaderdag: “Dat stuk kan direct naar de prullenmand.”

Pag.3: Minister Hirsch Ballin pessimistisch over afloop

De condities waaronder Curaçao zich kan losmaken van de Antillen zouden de nekslag betekenen voor de zogeheten “financiële offshore”, omdat het eiland de belastingen in overeenstemming zou moeten brengen met door Nederland geratificeerde internationale verdragen. Ook de belemmeringen voor het vrij personenverkeer naar Nederland zijn voor Curaçao onacceptabel.

In een voorlopig commentaar zeiden leden van de Arubaanse regeringsdelegatie het werkdocument van Lubbers “onbespreekbaar” te vinden.

Aruba kreeg na de zogeheten Ronde Tafel Conferentie in 1983 een aparte status als land binnen het koninkrijk los van de Nederlandse Antillen. “Het synthesedocument komt er in ieder geval op neer dat Aruba zijn status als land zou verliezen en gewoon eilandgebied zou worden. Daarin zullen wij niet toestemmen,” aldus een van de Arubaanse delegatieleden.

De status aparte van Aruba was de aanleiding voor het organiseren van de conferentie. Door het uittreden van het eiland uit de Nederlandse Antillen, is, in de woorden van de Antilliaanse premier Maria Liberia Peters, “tijdbom gelegd onder de huidige constitutionele orde van de Nederlandse Antillen.” Ook het eiland Curaçao wenst nu een directe relatie met Den Haag zonder de verantwoordelijkheid te hoeven dragen voor de vier kleinere eilanden. Nederland wil daar wel in toestemmen maar niet nadat Curaçao en de andere eilanden bestuurlijk en financieel orde op zaken hebben gesteld.

Minister Hirsch Ballin (Antilliaanse en Arubaanse zaken) was gisteravond niet optimistisch gestemd over een goede afloop van de conferentie. “Het is voor de andere partijen zeker niet een kwestie van slikken of stikken, maar ik ga liever zonder resultaten naar huis dan met wat beloften over een nieuwe staatkundige structuur zonder dat de bestuurlijke en financiële problemen zijn opgelost,” aldus de bewindsman.