Klomp

Terwijl de Spaanse bisschoppen fulmineerden tegen de nazi-praktijken in de Nederlandse ziekenhuizen, publiceerde minister Hirsch Ballin een verdedigingsschrift in El Pais onder de titel: "Nou breekt mijn klomp'.

Volgens hem een uitdrukking die Nederlanders gebruiken als ze versteld staan. Volgens mij niet. Ik heb het nog nooit zo gehoord, hoogstens als een komisch bedoelde, opzettelijk archaïsche manier om een soort pseudo-verbazing uit te drukken. Misschien dat het in de ministerraad in ernst wordt gezegd: “nou breekt mijn klomp, collega.” Nee, die gedachte is te afschuwelijk. De klomp moet een bewust gekozen retorische stijlfiguur zijn, die het beeld moet oproepen van een eerlijke vrije boer, te simpel voor ingewikkelde moraaltheologische spinsels, maar met het hart op de juiste plaats. Zoals ons kaasmeisje Frau Antje in Duitsland de eerlijke volvette zuivelprodukten verkoopt, zo moet de sympathieke klompenboer Hirsch in de katholieke landen het Nederlandse euthanasiebeleid aan de man brengen. Zoals ook de organisatoren van het damtoernooi een bordje ophingen met de tekst: “Laarzen en klompen uit s.v.p.” Zo laten ze merken dat het daar goed en vertrouwd volk is, heel wat anders dan de internationale mafia van de schaakwereld.

De combinatie van de klomp en de Spaanse bisschoppen moet wel een golf van solidariteit in het Nederlandse volk oproepen. Wat denken die Spaanse bisschoppen wel om ons de les te lezen? Denken ze dat we de Inquisitie zijn vergeten, Alva, de Bloedraad? Jammer dat Duitse bisschoppen het nog niet gewaagd hebben om de vergelijking met Hitler te maken, dan zouden we helemaal in heilige verontwaardiging kunnen terugslaan.

Of in Spanje de klomp ook als zo'n trouwhartig symbool wordt ervaren is nog de vraag. Daar zal hij herinneringen oproepen aan Prins Willem de Achterbakse, die het ene zei en het andere deed, en aan Vlootvoogd Piet de Wreedaard, die zijn gevangenen met de oren aan de mast spijkerde.

De televisieserie Medisch Centrum West, altijd bij de tijd, had laatst een aflevering over een moeilijke beslissing over leven en dood. Pasgeboren baby heeft jaren van lijden voor zich, met geringe overlevingskansen. Vader: “Het is toch een mens, ons kind, dat kunnen we niet afmaken.” Moeder: “Maar de last is te zwaar voor ons, denk ook aan zijn zusje, en voor hemzelf zal het leven ondragelijk zijn.” Medische staf, uiterst zorgvuldig en terughoudend: “We kunnen dit en we kunnen dat, maar alleen uzelf kan de zware beslissing nemen.” Op het allerlaatste moment, als de bittere afscheidsceremonie al bezig is, breken bij moeder de tranen door. Freekje mag blijven. Dat wisten de kijkers trouwens al lang, want het was werkelijk een wolk van een kind dat daar vertoond werd. De programmamakers zouden niet durven om het wat aan te doen. Een filmregisseur werd eens bijna door dierenbeschermers gelyncht omdat in zijn film een kat in de droogtrommel van de wasmachine verdween, zonder dat overigens het dier bij de opnames iets was overkomen. Nog erger zou de volkswoede zijn geweest als Freekje een haar gekrenkt was. Maar verder was het een tip-top voorbeeld van typisch traditionele Nederlandse zorgvuldige besluitvorming. Alle levensbeschouwelijke standpunten waren vertegenwoordigd. Iedereen was even integer en de voorlichting was open, eerlijk en volledig. De uiteindelijke beslissing, hoe die ook uit zou vallen, was het resultaat van een eerlijke weging van alle relevante maatschappelijke krachten, en liet iedereen in zijn waarde. Heel wat anders dan bij al die heetgebakerde buitenlanders, die volgens een krantebericht de Nederlandse ambassades platbellen met de vraag of er in Nederland niet iets gedaan kan worden voor hun zieke moeder, met wie ze de laatste tijd veel problemen hebben.

Maar als je die uitzending in gedachten nog eens bekijkt, maar dan met het oog van een Spaanse bisschop, wordt het anders. De bisschop ziet in Freekje een ziel. De besluitvormingsprocedure, in onze ogen zo zorgvuldig, wordt opeens absurd. Waar praten ze eigenlijk over? Over het voor en tegen van moord. En wat een vreemde wetgeving is dat, die toelaat dat de beslissing over leven en dood ervan afhangt of bij moeder op het laatst de tranen doorbreken.

De filosoof die een artikel schreef over de vraag "Hoe is het om een vleermuis te zijn?' leerde ons dat het misschien mogelijk is om te bedenken hoe het voor ons zou zijn om een vleermuis te zijn, maar niet hoe het voor een vleermuis is. Zo kan ik proberen om te bedenken hoe het voor mij zou zijn, als ik een Spaanse bisschop was, maar niet hoe het voor een Spaanse bisschop is. Dat weerhoudt me niet om nog een stapje verder te gaan en me nu te verplaatsen in een Spaanse bisschop die probeert om zich in een Nederlander te verplaatsen. De bisschop, uitstekend geïnformeerd, weet dat in het land van vrouw Antje en boer Hirsch al weken een discussie aan de gang is over de betekenis van de door Dostojevski opgetekende ontmoeting van de Spaanse groot-inquisiteur en Jezus Christus. De bisschop bedenkt nu zelf een parabel, om het Nederlandse standpunt recht te doen. Misschien iets te theoretisch voor een rechtgeaarde Nederlander, maar hij blijft nu eenmaal een Spaanse bisschop. Hij stelt zich voor dat Jezus wederom op aarde teruggekomen is en deze keer de poort doorgaat van Medisch Centrum West. Jezus schrikt van de zorgvuldige maar harde besluitvormingsprocessen die daar plaatsvinden. Maar dan ontmoet hij de geneesheer-directeur, die een monoloog afsteekt. “Je hebt het toch zelf gewild, Jezus? Je hebt je volgelingen gezegd dat ze hun familie in de steek moesten laten. Je hebt iedereen opgedragen om de huisgoden de deur uit te doen. Alle menselijke banden moesten verbroken worden ten behoeve van de ziel. Een fantastisch opgeblazen ziel, maar een ziel in reincultuur, een fantoom, niets. Zonder goden, priesters of familie. Een ziel zonder wereldlijke banden, een ziel zonder eigenschappen. Het heeft een tijdje geduurd voordat de zielen zo eenzaam en leeg zijn geworden als jij gewild hebt, maar nu zitten wij met de gebakken peren. Wij zijn barmhartig. We hebben de consequentie getrokken. Voor jouw mens zonder eigenschappen hebben we een supermarkt van eigenschappen. Schone levers, schone longen. Nieuw leven, vers gemaakt. Oude troep weg. Het bevalt je niet? Wordt orgaandonor, het vleselijk lichaam is toch maar ijdelheid voor iemand die in een ziel gelooft.” Jezus had slechts gezwegen. Misschien wist hij niets te zeggen. De geneesheer-directeur deed de poort open. “Ga weg, Jezus, en kom nooit meer terug.”