Internationalisering

Het bedrijfsleven maakt barre tijden door. Het is kommer en kwel omdat wereldwijd de klad blijkt te zitten in allerlei vormen van economische bedrijvigheid. Zelfs het tot voor kort nog luid geprezen economische stelsel van Japan vertoont opeens barsten en scheuren.

De ernst van de situatie weerspiegelt zich helaas - nog - niet in de bereidheid om principiele lessen te leren en grensverleg- gende dingen te doen. Integendeel, het is verbijsterend te zien dat ondernemers en politici vrijwel onmiddellijk hun toevlucht nemen tot het grote en verhullende excuseren: Wij worden 'getroffen' door een internationale economische malaise, heet het dus. Daarmee wordt de schijn gewekt dat de gebeurtenissen hun oorzaak vinden in een van buiten komend onheil, waarvoor je geen verantwoordelijkheid draagt. Het is jammer, maar we kunnen het ook niet helpen.

In werkelijkheid worden we voor de zoveelste keer met de neus op de harde feiten gedrukt. De bomen blijken nog steeds niet tot in de hemel te groeien. Maar we zijn hardleers en dus blijven we statistische voorspellingen voor de werkelijkheid houden.

Wanneer het dan weer eens zo laat is dat de dynamiek van de werkelijkheid ons dwingt te ontwaken uit onze planningdromen, dan blijken wij tot overmaat van ramp niet handig te zijn in menswaardige krimpscenario's. Om het voorzichtig te zeggen.

Hoe kan het eigenlijk ook anders? Te lang hebben we gewerkt met eenzijdige groeiscenario's en niet zelden zelfs tegen beter weten in. In lijn hiermee hebben we grootschalige, anonieme mammoetor- ganisaties gebouwd in de vorm van monolitische machineburocra- tieen. Dit zijn alle maatschappelijke constructies, waarin managers worden opgepept om de bloedeloosheid van het systeem te compenseren met een infuus van vermeende mannelijkheid. Dit uit zich in veel gevallen in ongebreidelde agressieve expansiviteit.

Uitbreiden komt veel meer op de voorgrond te staan dan begrenzen. Misschien wel omdat begrenzen dicht in de buurt komt van omhullen en dat is nu net een typisch vrouwelijke kwaliteit.

Hoe dit ook zij, in de machocultuur die thans dominant is, past bravouregedrag. Dus big is better in plaats van 'klein maar fijn'. Dus ook geen ordinair winkeltje op de hoek, want je telt pas mee wanneer je global gaat. Ook al is dit veel te ver voor je eigen geestelijke horizon.

Kortom, internationalisering is in de afgelopen jaren het sleutelwoord geworden in managementland.

Zo is het gekomen dat ondernemers en andere leiders elkaar begonnen te imiteren met plechtige statements, dat het de grote uitdaging voor de toekomst zou zijn om wereldspeler te worden. Wie dat niet voor elkaar zou kunnen krijgen, kon het verder wel vergeten.

Na korte tijd al bleek echter dat de nieuwbakken wereldspelers bezig waren aan een hachelijke wedstrijd schaatsen op bomijs. Immers, de wereldeconomie is een global village, waarin iedereen iedereen kent en in de gaten houdt. Maar dat niet alleen. Alle wereldspelers maken gebruik van dezelfde informatie, die bovendien overal tegelijk voor iedereen ter beschikking is. Het gevolg is dat ze maar een ding op de markt aan te bieden hebben: uniformiteit. Hun kraampjes zien er allemaal hetzelfde uit en luid schreeuwend proberen zij dezelfde spullen te slijten aan dezelfde klanten.

Deftiger gezegd: niche-marketing is zo niet onmogelijk, dan toch zeer moeilijk geworden voor de wereldspelers.

Niet in de laatste plaats omdat via schreeuwerige reclame wordt bevorderd dat consumenten ontstaan met een gestandaardiseerde wereldsmaak. Hoe verzin je het in een tijdperk van toenemende individualisering. De resultaten beginnen nu zichtbaar te worden. Terwijl menigeen bezig was zich rijk te rekenen, is er een gigantische overcapaciteit opgebouwd, waarmee we geen kant opkunnen.

Wat goed ondernemerschap werd genoemd, blijkt in feite neer te komen op een hardnekkige preoccupatie met omzetvolume.

Dit heeft allemaal weinig te maken met moordende internationale concurrentie. Het is gewoon een koekje van eigen deeg. Gebakken uit grootheidswaan. Het is precies ook deze waan, die veelvuldig wordt gerationaliseerd in de stelling dat je onder de huidige omstandigheden alleen kunt overleven door de zwakheden van de andere spelers zo lang mogelijk te blijven uitbuiten. Het supreme doel zou dan zijn dat de ander door totale uitputting in je armen valt. Dat is het moment van opkopen en daarna rest alleen nog de geleidelijke eliminatie. Voor Fokker dreigt dat levensgroot. Bij DAF zullen ze er alles aan moeten doen om dat te voorkomen. Als ze het al echt willen. De minister van economische zaken schijnt de huidige operatie alleen maar te zien als een aardige voor- bereiding voor een overname in een later stadium.

Zoiets heet eufemistisch: op zoek gaan naar een sterke partner.

Maar dat valt niet mee in een wereld vol spelers die bezig zijn elkaars zwakheden uit te buiten.

Dat er ook een andere mogelijkheid is, namelijk elkaars zwakheden compenseren, zal ik volgende keer aan de orde stellen.