In zaak Köksal politieagenten alsnog bestraft

VENLO, 9 MAART. De Venlose burgemeester J. van Graafeiland heeft alsnog maatregelen aangekondigd tegen drie van de zes politieagenten die op 7 januari betrokken zijn geweest bij de arrestatie van Hüsseyin Köksal.

De man overleed aan een hersenbloeding. De burgemeester heeft het voornemen uitgesproken een 58-jarige brigadier voorwaardelijk strafontslag aan te zeggen en twee agenten te berispen. Het voornemen wordt in disciplinaire maatregelen omgezet als de politiemensen naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende verweer inbrengen tegen het verwijt van plichtsverzuim. Tot strafontslag van de brigadier wordt overgegaan als hij zich weer aan ernstig plichtsverzuim zou schuldig maken.

De maatregelen die Van Graafeiland nu heeft aangekondigd komen overeen met de conclusies van het Centraal Adviesbureau voor Publiek Recht en Administratie, waaraan hij de vraag had voorgelegd of de zes agenten disciplinair dienden te worden gestraft.

Volgens de opsteller van het advies, mr. P.J. Schaap, blijft er niets over van de verdenking van dood door schuld die het openbaar ministerie hanteert bij het lopende gerechtelijk vooronderzoek. Op grond van het onderzoek van de rijksrecherche en een nader advies van een neuroloog is hij tot de conclusie gekomen dat de dood van Köksal te wijten is geweest aan een hersenbloeding die vóór zijn arrestatie was opgetreden. De dood van Köksal had niet meer kunnen worden voorkomen. Bovendien was het volgens de Maastrichtse neuroloog prof. J. Troost niet onbegrijpelijk dat de brigadier de symptomen van de hersenbloeding verwarde met die van dronkenschap. Dat neemt volgens Schaap niet weg dat de brigadier zich aan ernstig plichtsverzuim heeft schuldig gemaakt door tijdens de arrestatie ongeprovoceerd geweld te gebruiken.

De agent die getuige was van het optreden van de brigadier dient volgens Schaap te worden berispt omdat hij niets heeft ondernomen om een einde te maken aan het geweld. “Daar staat tegenover dat het ging om een jonge agent die pas een jaar in dienst was en niet tegen zijn oudere collega durfde op te treden”, aldus de adviseur. Hij vindt dat een dergelijke maatregel ook op zijn plaats is voor de agent die de geweldpleging met opzet in het dagrapport verzweeg. De agent hield er volgens Schaap rekening mee dat de brigadier inmiddels met hartklachten naar het ziekenhuis was overgebracht.

In een verklaring heeft burgemeester Van Graafeiland gisteren wel aangekondigd dat de richtlijnen omtrent het waarschuwen van een arts stringenter zullen worden toegepast. Tot nu toe werden de richtlijnen door de korpsleiding zo geïnterpreteerd, dat er geen arts hoeft te worden gewaarschuwd “zolang de arrestant zo laveloos is dat er geen zinnig woord uit te krijgen is”, citeert Schaap uit zijn advies. “In dit geval kon de arrestant nog op zijn benen staan en wat woorden uitbrengen, vandaar dat de politie dacht dat hij na een paar uur ontnuchtering wel gehoord kon worden. En het taalprobleem speelde natuurlijk ook mee.”