Horror-archief toont wezen Stroessner-dictatuur Paraguay

In Paraguay werd in december vorig jaar het archief van de geheime politie in beslag genomen. De honderdduizenden documenten illustreren hoe de politiestaat van Alfredo Stroessner 35 jaar lang te werk ging bij zijn onderdrukking van dissidenten. In Latijns Amerika, waar dictaturen de bewijzen van hun gruweldaden plegen te verdonkeremanen, is de opening van het "horror-archief' uniek.

ASUNCIÓN, 9 MAART. In februari 1989 werd de Paraguyaanse president Alfredo Stroessner na een bewind van 35 jaar verdreven, tijdens een korte, bloedige staatsgreep. Stroessner woont sindsdien in Brazilië in ballingschap. Zijn opvolger, generaal Andrés Rodrgues maakte een energiek begin met de hervorming van de dictatuur tot een democratie. Het oude bestel is nog steeds diep geworteld, maar daarvan komt, mede dankzij de ongekende persvrijheid, steeds meer aan het licht.

Tot de meest opzienbarende gebeurtenissen hoort de inbeslagname van het complete archief van Stroessners geheime politiedienst Investigaciones, die zich vooral bezighield met de vervolging van politieke tegenstanders. Het archief werd na een anonieme tip gevonden in het politiebureau van Santa Lucia de Lambaré, een buitenwijk van de hoofdstad Asunción.

Wat de jonge onderzoeksrechter José Agustin Fernandez daar aantrof ging alle verwachtingen te boven: honderdduizenden dossiers van Paraguayaanse burgers, afgedwongen verklaringen en foto's van vermiste personen, cassettes met afgeluisterde gesprekken en opnames van martelingen die vervolgens waren werden afgespeeld voor familieleden, lange rijen namen van verklikkers, waaronder bekende politici, journalisten en musici, een soort dodenlijst, correspondentie met ambassades en met buitenlandse inlichtingendiensten.

De documenten van het "horror-archief', zoals het in de volksmond al sneli gin heten, staafden de gruwelverhalen van gevangenen die de praktijken van Investigaciones overleefd hadden; onder leiding van de beruchte politiechef Pastor Coronel was tientallen jaren lang systematisch gemarteld en gemoord. Enige dagen na de inbeslagname werd ook een deel van het archief van La Técnica, de "afdeling technische zaken' van het ministerie van binnenlandse zaken, geconfisqueerd. Beide archieven werden overgebracht naar het Paleis van Justitie, waar vrijwilligers begonnen met het in kaart brengen van de wijze waarop beide diensten Alfredo Stroessner 35 jaar lang in het zadel gehouden hadden.

In die periode zijn volgens schattingen 450.000 Paraguayanen de gevangenispoorten gepasseerd. Een netwerk van duizenden informanten controleerde minutieus een groot deel van de Paraguayaanse bevolking. Niemand was veilig voor de inlichtingendiensten, die overal een communistisch complot zagen. Via telefoon-taps, schaduwen en infiltratie werden de "bewijzen' verzameld voor de "marxistische infiltratie' in de politiek, de pers, de kerk en de kunstwereld.

In de werkkamer van rechter Agustin in het Paleis van Justitie is het een puinhoop. De vloer ligt bezaaid met papieren. Daartussen zitten mensen te lezen en aantekeningen te maken. Mensen lopen in en uit. Bij de deur staat een politieman sloom voor zich uit te staren; de rechter zelf zit in spijkerbroek op de bank tereré, de Paraguayaanse volksdrank te drinken.

“Kijk”, zegt hij, “dit zijn boeken waarin alle gevangenen vermeld staan die het bureau van Investigaciones in en uit gingen. Er staan namen in van vermisten waarvan de politie altijd ontkend heeft dat ze bij hen geweest waren. Bij alle gevangenen staat een datum van vertrek, maar bij hen staat niets, of er staat: gevlucht.”

“In Argentinië waren er na de dictatuur alleen getuigenverklaringen. Hier hebben we nu ook documenten”, zegt Agustin. “We gaan proberen of we Stroessner naar Paraguay kunnen halen, en hem berechten voor moord en verdwijning.” Hij wijst de namen aan van de gebroeders Ramirez, die in 1976 verdwenen. Naar nu blijkt, zijn ze door Investigaciones gemarteld en vermoord. Op basis van in het archief gevonden memo's van Coronel aan Stroessner, waarin op gedetailleerde wijze verslag gedaan wordt van de situatie van de gevangenen, is een arrestatiebevel uitgevaardigd voor Stroessner, en wordt nu zijn uitlevering gevraagd aan Brazilië. Coronel en een paar andere folteraars zitten al vast, maar de ideologische breinen van de terreur, zoals de directeur van La Técnica, Antonio Campos Alúm, zijn in januari verdweneen, waarschijnlijk naar het buitenland.

Een document, gepresenteerd op de twaalfde jaarvergadering van de World Anti Communist League, die in 1979 in het bijzijn van 400 afgevaardigden uit tachtig landen in Asunción gehouden werd, beschrijft de strijd tegen het communisme op "psycho-sociaal vlak': met gebruik van het onderwijs, de religie en de media moest volgens het document de ideologische oorlog opgevoerd worden. Ook werden nieuwe bewijzen gevonden van "Operatie Condor', de samenwerking tussen de Zuidamerikaanse dictaturen in de strijd tegen de "communistische subversie'. Argentijnen en Uruguayanen werden door La Técnica gemarteld en soms vermoord, of overgedragen aan de bevriende veiligheidsdiensten.

Al vanaf het begin van Stroessners dictatuur, in 1954, werd op internationaal niveau samengewerkt in de strijd tegen de "subversie'. Uit brieven blijkt nu ook dat agenten uit de Verenigde Staten "technische ondersteuning' verleenden, wat de VS altijd ontkend hebben. Ook geeft het archief details over het verblijf van nazi-misdadigers in Paraguay. Volgens een brief van Campos Alúm overleed Martin Bormann, rechterhand van Hitler, in 1959 in Paraguay aan maagkanker. De Westduitse veiligheidsdienst was daarvan op de hoogte, zo blijkt uit de brief.

Gezien de explosieve informatie die het archief bevat wekt de knullige manier waarop met ze wordt omgesprongen bevreemding. Een parlementaire mensenrechtencommissie heeft haar vrees voor de veiligheid van de archieven uitgesproken. Gloria Estrago, advocate van het mensenrechtencomité Adavi, zegt dat er papieren gestolen worden. Zij maakte deel uit van de "burgerwacht' die zich begin januari aanbood om de werkkamer van rechter Agustin te bewaken. De eerste dagen zagen zij er 24 uur per dag op toe, dat niemand iets uit het archief meenam. Na onenigheid met rechter Fernandez trokken zij zich terug. Lus Monjelos, voormalig politiek gevangene en lid van de burgerwacht: “Een politieman zei tegen ons: "Goed dat jullie er zijn, want als er een meerdere van mij langskomt en iets wil meenemen, dan kan ik hem niet tegenhouden'.”

Rechter Fernandez ontkent dat er documenten verdwijnen. “In eerste instantie waren we bang voor een brandbom, daarom is het raam extra beveiligd. En er staan politieagenten bij de ingang. En als hier toch mensen binnenkomen, dan is het heel moeilijk om iets te vinden in deze puinhoop. Maar honderd procent zekerheid heb je nooit.”