Getuigenverhoor nodig in strafzaak moord politieman

UTRECHT, 9 MAART. Wie loste 4 december 1992 in het Vinkeveense hotel Résidence het dodelijke schot op wachtmeester I. Klaassen? Opdat duidelijk wordt wie de 40-jarige politieman uit Wilnis neerschoot, moeten de mensen die getuige zijn geweest alsnog voor de rechter-commissaris worden gehoord.

Dat besliste gisteren op de terechtzitting de Utrechtse rechtbank. De drie verdachten, Erol K. (25), Michael de W. (22) en Celal D. (23), gaven gisteren alleen toe dat zij in Utrecht een bank hadden beroofd.

Die bewuste dag reden de drie jongemannen gewapend met twee pistolen, bivakmutsen en een scanner in een Lancia naar een filiaal van de Amrobank. Celal belde aan en trok nadat de deur openging een bivakmuts over zijn hoofd. Michael en Erol volgden hem. Zij bedreigden het aanwezige personeel en haalden uit de brandvrije kast 54.499,32 gulden aan Nederlandse en buitenlandse valuta. Een bankmedewerker wist echter alarm te slaan en nadat ook een getuige buiten de overvallers van auto had zien wisselen zat de politie hen al snel op de hielen.

Op de A2 probeerden twee agenten uit Maarssen in een politieauto de 140 km per uur rijdende Fiat Uno tot stoppen te manen. Toen zij de auto op tachtig meter waren genaderd dook opeens een man op naast de bestuurder die dwars door de achterruit op de agenten schoot. “Ik zag een rozet verschijnen in de achterruit van de Fiat en hoorde een inslag in ons dienstvoertuig”, verklaarde een van de agenten. Daarop verminderde de achtervolgende politieauto vaart.

De Fiat draaide een afslag naar Vinkeveen op. Vlakbij hotel Résidence vluchtten de overvallers uit hun auto en probeerden met een roeibootje te ontkomen. Het bootje begaf het echter en de drie klommen drijfnat achter het hotel weer aan wal. Inmiddels waren een aantal politiemensen ter plekke gekomen. Twee van hen, D. Leeuw en I. Klaassen, gingen het hotel binnen. In kamer 115 troffen zij één of twee van de overvallers aan en twee medewerkers van het hotel: Bensekrane en Havid. Over het verdere verloop van de gebeurtenissen lopen de versies uiteen.

Erol - die net zo min als de andere verdachten onder de indruk leek te zijn van de dodelijke schietpartij - zegt dat hij door kogels getroffen werd en wegvluchtte. Tijdens zijn vlucht over het hotelterrein zou hij zijn wapen even hebben neergelegd en zich hebben verkleed. Toen hij klaar was lag er, naar zijn zeggen, een ander wapen op de grond.

Zeker is dat er 19 hulzen werden gevonden in kamer 115, waarvan negen uit een wapen dat later op Erol werd aangetroffen. Zeker is ook dat wachtmeester Klaassen, die een kogelvrij vest aan had, door een kogel uit dat wapen dodelijk in de hals werd getroffen. Ook in kamer 115 vielen slachtoffers. Havid ligt nog steeds in het ziekenhuis en zowel De Leeuw als Bensekrane zeggen psychisch niet in staat te zijn voor een volle zaal een verklaring af te leggen.