EG opent slechts beperkt haar grenzen voor Bulgarije

BRUSSEL, 9 MAART. Ook Bulgarije mag zich nu geassocieerd voelen met de Europese Gemeenschap, maar iets minder dan enkele andere Oosteuropese landen. Dat ligt niet aan Bulgarije, maar aan de economische tegenspoed waarmee de EG wordt geconfronteerd. Gisteren werd in Brussel het zogeheten Europa-akkoord officieel ondertekend, waarover de EG in december overeenstemming bereikte met Bulgarije. Het akkoord voorziet in uitgebreide economische, financiële en culturele samenwerking en in het tot stand brengen van een permanente politieke dialoog.

Bulgarije is het vijfde Oosteuropese land waarmee de EG een dergelijke overeenkomst heeft gesloten en die inhoudelijk een stap verder gaat dan de vroegere handelsakkoorden. Al eerder sloot Brussel Europa-akkoorden met Polen, Hongarije en het voormalige Tsjechoslowakije, de zogeheten Visegrad-landen. Een dergelijke overeenkomst is onlangs ook gesloten met Roemenië.

Bulgarije en Roemenië hebben in hun onderhandelingen met de EG echter enkele concessies moeten doen die niet zijn opgenomen in de akkoorden met de Visegrad-landen. Zo stelt de EG zich ten opzichte van beide landen restrictiever op als het gaat om de import van bepaalde landbouwprodukten en van textiel. Ook behoudt Brussel zich het recht voor om de grenzen te sluiten als Bulgarije en Roemenië naar de zin van de EG teveel staalprodukten willen exporteren naar West-Europa.

Die beperkingen zijn het gevolg van de economische moeilijkheden waarmee de twaalf lidstaten momenteel hebben te kampen. Daardoor is de neiging gegroeid om de grenzen af te sluiten voor onwelgevallige importen. Onder andere Duitsland en Griekenland maakten bezwaar tegen onbeperkte invoer van zwarte kersen en geitevlees uit Bulgarije en Roemenië..

Afgelopen herfst wond voormalige EG-commissaris Andriessen - die namens de Gemeenschap de onderhandelingen over de Europa-akkoorden voerde - zich vreselijk op over die houding van de lidstaten. Hij noemde de opstelling tegenover Roemenië en Bulgarije “een stap achterwaarts” in vergelijkingen met de onderhandelingen met de Visegrad-landen. “De kloof tussen mooie verklaringen en wat we in werkelijkheid doen, dreigt steeds groter te worden”, zei Andriessen. Een zegsman bij de Bulgaarse ambassade noemt het akkoord desondanks “natuurlijk” een goede zaak voor zijn land.

Officieel heet het dat de EG streeft naar nauwe politieke en economische banden met de landen van Centraal- en Oost-Europa. EG-commissaris Van den Broek herhaalde vorige week dat de zogeheten Europa-akkoorden uitzicht bieden op een “eventueel” EG-lidmaatschap van de betrokken landen. Maar dat is een zaak voor de (zeer) lange termijn. Vooralsnog zal de EG de Oosteuropese landen op afstand houden en tegelijkertijd proberen om de politieke dialoog te intensiveren. De Europese Commissie zal op de komende Europese Top in Kopenhagen, in juni, voorstellen doen om de huidige belemmeringen tussen de EG en de landen in Centraal- en Oost-Europa weg te nemen.