De terreur van boze stemmen

Op papier lijkt de zaak van mevrouw Bremelmans een routinekwestie. Kleine winkeldiefstallen: waxinelichtjes, sigaretten, tandpasta, flessen sterke drank. Ze is al vaker op dergelijke vergrijpen betrapt, wat twee jaar geleden tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken leidde.

Maar zodra mevrouw Bremelmans aan het woord komt, beseffen de toehoorders dat het hier geen doorsnee-zaak betreft. Zij is een ruim 30-jarige vrouw met hoge jukbeenderen in een hol, angstig gezicht. Onophoudelijk wrijft zij haar handen tegen elkaar terwijl ze naar de vragen van de Amsterdamse politierechter, mr. H. Bruin, luistert. Haar man gaat zo dicht mogelijk bij haar zitten, op de eerste rij.

''Tegen de politie heeft u gezegd dat u de diefstallen in een boze bui heeft gepleegd'', zegt de rechter.

“Nee”, zegt ze toonloos, “die stemmen waren boos op me. Ik heb last van stemmen in mijn hoofd. Die zeggen dat ik gestraft moet worden. Daarom snijd ik mezelf en steek ik mezelf in brand. Ik zoek steeds andere confrontaties in de hoop dat ik gestraft word.”

“Geven die stemmen daar ook een reden voor?”

“Ze vinden dat ik geen bestaansrecht heb.”

“U bent nu onder behandeling van het Riagg?”

“Ik ben in deeltijd opgenomen in het ziekenhuis. Afdeling psychiatrie. Eerst zat ik op een gesloten afdeling. Na een suïcidepoging.”

Haar advocaat, mr. H. Cleerdin, schiet te hulp. “Ze is hiervoor al behandeld door een psychiater”, zegt hij tegen de rechter. “Heeft u de brief van de psychiater niet gekregen? Die heb ik u op 20 februari toegestuurd.”

Maar de rechter en de officier hebben geen brief gezien. Het is ook wel erg luchthartig om van het justitiële apparaat te verwachten dat een brief binnen veertien dagen in de dossiers is opgenomen. Intussen zijn de mededelingen van mevrouw Bremelmans aan gene zijde van de tafel hard aangekomen.

“Ik vraag me af of we hiermee nu door moeten gaan”, zegt de rechter.

“Ik vind van niet”, zegt de officier van justitie, mr. C. de Beaufort.

De advocaat ziet echter ook voordelen in een onmiddellijke behandeling. “Rapportage is zo'n zwaar middel”, zegt hij. In dat geval wordt de zaak voor nader onderzoek terugverwezen naar de rechter-commissaris die mevrouw psychiatrisch zal laten onderzoeken. En psychiaters zijn bij veel patiënten allesbehalve populair.

De rechter knikt. “Laten we maar kijken hoe het gesprek hier verder gaat.” Hij neemt met mevrouw het lijstje van onbenullige diefstallen door. “Hoe lang is de situatie al zo. Vanaf 1991?”

“Ik heb al heel lang last van deze ziekte. Ik doe er alles aan om er verandering in te brengen.”

Mevrouw Bremelmans was vroeger verpleegkundige. Ze zit al een poosje in de WAO en heeft een kind van drie jaar waarvoor haar schoonmoeder de laatste tijd zorgt.

De rechter geeft het woord aan haar echtgenoot. “Haar lot hangt af van de vraag hoe sterk ze tegen die stemmen zal zijn”, zegt hij. “Soms brandt ze zichzelf met sigaretten. Afgelopen donderdag heb ik bij haar een doosje scheermesjes kunnen onderscheppen. Ze had toen van haar stemmen de opdracht gekregen om haar tong af te snijden. Toen dat niet lukte, heeft ze nog enkele winkeldiefstallen gepleegd.”

Hij valt even stil, overweldigd door de emoties. Zijn vrouw snikt.

“Doe maar rustig”, zegt de rechter. De bode haast zich weg en komt terug met twee glaasjes water.

“In de zes jaar dat ik haar ken, is ze ook al eens op de intensive care terechtgekomen”, zegt meneer Bremelmans. “Ze had toen spelden ingeslikt. Het heeft geen zin als u haar een geldboete of celstraf geeft. Integendeel, want dan blijft ze het juist doen. Ze wil straf. Haar zou verplichte behandeling moeten worden opgelegd. Dat zou ook de instanties onder druk zetten, want we krijgen haar nu niet geplaatst daar waar we willen. De behandelcentra voor schizofrenen vallen buiten onze regio.”

“Maar dat kunnen wij niet”, zegt de rechter.

“Dit is eigenlijk geen zaak voor de strafrechter”, meent de advocaat. “Wij hopen dat ze geen straf krijgt, zodat het voor haar geen zin meer heeft om dit te doen.”

De officier reageert met een onverwachte tussenzet. “Ik wil u vragen de zaak aan te houden”, zegt hij tegen de rechter. “Ik durf niet te zeggen: straf of voorwaardelijke straf. Misschien moet ze wel ontslagen worden van rechtsvervolging. Laten we dat uitzoeken: de rechter-commissaris kan die rapportage opstellen. Dat is de zuiverste oplossing. Wij kunnen de voorgelegde vragen nu niet beantwoorden.”

“Dat was nu net wat ik in het begin bedoelde: moeten we hiermee doorgaan?” zegt de rechter.

“Dat is het meest praktisch”, zegt de advocaat. “De oplossing van de officier is enorm ingrijpend. Mevrouw is al doodgegooid met psychiatrisch onderzoek. Wat schieten we ermee op? Het doel van de zitting moet toch zijn dat de strafbare feiten ophouden. Ik vraag u om een voorwaardelijke straf of een schuldigverklaring zonder strafoplegging.”

De beste straf is voor mevrouw Bremelmans géén straf - die paradox is de enige sleutel die toegang verleent tot de gevangenis van haar geest. De rechter moet er nog even aan wennen, maar dan zegt hij ferm: “Ik kies voor het advies van de raadsman, hoe loepzuiver het standpunt van de officier in juridische zin ook is. Het lijkt me onwenselijk mevrouw weer door de hele molen van de psychiatrie te laten gaan.”

“Dan vraag ik u haar te ontslaan van rechtsvervolging”, zegt de officier.

Mevrouw Bremelmans krijgt het laatste woord. “Ik begrijp er niks meer van”, zegt ze. “Krijg ik een voorwaardelijke straf?”

“Dat is inderdaad mijn bedoeling”, zegt de rechter. “Ik begrijp dat die stemmen u veel problemen opleveren, maar u weet ook wel dat u die winkeliers overlast bezorgt. U bent strafbaar, maar ik ga er vanuit dat u het voortaan zoveel mogelijk probeert te voorkomen. Ik leg u een gevangenisstraf van twee weken voorwaardelijk op met een proeftijd van twee jaar. Bent u het ermee eens?”

Mevrouw Bremelmans kijkt hulpeloos naar haar advocaat. Dan knikt ze met hem mee.

“En de officier?” vraagt de rechter.

“Ik wil er nog even over denken”, zegt de officier een beetje wrevelig.

Misschien vindt hij de oplossing van de rechter halfslachtig. Een voorwaardelijke straf zou immers voor mevrouw Bremelmans óók "de belofte' van een nieuwe straf kunnen inhouden. Heeft misschien daarom een eerdere voorwaardelijke veroordeling evenmin geholpen? Maar mevrouw en meneer Bremelmans zijn voorlopig opgetogen. Hij houdt haar stevig vast als hij haar stralend de zaal en vervolgens het gebouw uitleidt: deze ramp is afgewend.

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.