Brinkman vervroegd als leider aangewezen

DEN HAAG, 9 MAART. De gelederen binnen het CDA sloten zich bliksemsnel. Het besluit van het partijbestuur om fractievoorzitter Brinkman veertien maanden voor de verkiezingen aan te wijzen als lijsttrekker was een reactie op de verwarring tijdens de laatste week over de positie van Brinkman. Partijvoorzitter Van Velzen greep persoonlijk in en overrompelde daarmee zelfs Brinkman. De indruk dat de partijtop was verdeeld, moest echter hoe dan ook worden weggenomen.

De losse opmerking van Lubbers anderhalve week gelden dat hij "dolgraag' als premier had willen doorgaan, was daarvoor slechts één aanleiding, evenals de uitspraak van PvdA-leider Kok dat hij liever met Lubbers dan met Brinkman zou doorregeren. In de publiciteit trokken deze uitlatingen de meeste aandacht. Op de achtergrond staat echter de fundamenteler zorg over de koers van de partij en de greep die Brinkman daar op kan uitoefenen.

Het gevaar was dat ongewisheid over de keuze van de lijsttrekker de toch al riskante onduidelijkheid over de koers een explosieve lading zou geven. Zolang de keuze van Brinkman als lijsttrekker onzeker leek, zou bovendien tegenover de coalitiepartner het beeld blijven bestaan dat men niet geheel achter de nieuwe man stond en tegenover de eigen achterban dat de ideeën van Lubbers zwaarder wogen.

Op terreinen als financieringstekort en bestuurlijke vernieuwing lopen de ideeën van de premier en de fractievoorzitter duidelijk uiteen. Brinkman laat daarnaast nadrukkelijk in het midden met welke partijen hij na de verkiezingen wil regeren. Lubbers heeft herhaaldelijk laten doorschemeren dat hij de zittende coalitie wil voortzetten, eventueel aangevuld met D66. Het partijbestuur heeft Brinkman nu willen steunen in het interne debat over de zeggenschap van de overheid in het maatschappelijk middenveld en over de controle van de overheid op de sociale partners.

Een van de grote problemen waar Brinkman tussen nu en de kabinetsformatie voor staat, is hoe hij kan voorkomen dat zijn partij in de oppositie terecht komt. Om een "paarse' coalitie van PvdA, D66 en VVD te voorkomen, moet in elk geval zijn gezag binnen de partij op het gebied van de modernisering van de bestuurlijke verhoudingen onomstreden zijn. Nu kwesties als euthanasie en abortus zijn geregeld, vinden socialisten en liberalen elkaar namelijk in hun afkeer van de verwevenheid van overheid en maatschappelijke organisaties. Hoe klein echter de kans op een paarse coalitie is, bleek gisteren wel uit het feit dat zowel Kok als VVD-leider Bolkestein de nieuwe CDA-lijsttrekker direct het hof maakte.

Sinds de bijna-crisis over de WAO had Brinkman nog een ander probleem. Doordat hij in die tijd formeel ging onderhandelen met de VVD-fractie over een alternatief WAO-voorstel, laadde het oud-lid van de liberale jongerenorganisatie JOVD de verdenking op zich toch de voorkeur te geven aan een coalitie met de partij van Bolkestein en Wiegel. Het gesprek met de VVD vormde een soort climax in zijn groeiend ongeduld over de trage besluitvorming van het kabinet over herstructurering van de sociale zekerheid. De keerzijde daarvan was dat CDA-ministers als De Vries (sociale zaken) en Hirsch Ballin (justitie) zich stoorden aan wat zij zagen als teloorgang van het sociale gezicht van de partij. Bovendien zagen zij het kabinet in gevaar komen.

Tot dan toe had premier Lubbers met machtswoorden meningsverschillen tussen hem en Brinkman in zijn voordeel beslist. In de WAO-crisis, waarin Lubbers de kant van Kok en De Vries koos, had Brinkman daardoor duidelijk schade opgelopen, die nog eens werd versterkt door Lubbers' wat al te enthousiaste liefdesverklaring aan zijn huidig ambt. Hoe vervelend dit voor de toekomstig partijleider was, bleek wel uit zijn verzuchting gisteravond dat hij hoopte dat het “eindeloze gezeur” over zijn verhouding tot de premier “nu eindelijk eens afgelopen is”.

Opvallend was de rol van de anders voornamelijk op de achtergrond opererende partijvoorzitter Van Velzen. Hij besloot in te grijpen nu de indruk werd gewekt, dat Brinkman en Lubbers er samen niet meer echt uitkwamen. Van Velzen sprak al vóór dit weekeinde met Lubbers, waarin hij diens steun kreeg bij zijn plan Brinkman nu reeds als lijsttrekker te presenteren. Direct na zijn terugkeer van een skivakantie in Oostenrijk voerde Brinkman zondag rond het middaguur een gesprek met premier Lubbers. Daarna lichtte Van Velzen Brinkman in over zijn plan. De partijvoorzitter had zich inmiddels in het land verzekerd van de steun van het partijkader. Velen hadden zich gestoord aan Lubbers' opmerking over voortzetting van het premierschap.

Koks poging om het imago van Brinkman nog wat verder aan te tasten, werkte als een boemerang: de partij schaarde zich om zijn toekomstig leider. “Laat Kok zich met z'n eigen zaken bemoeien”, luidde een veel gehoorde reactie van CDA-kaderleden in het land. Even leken de dagen van Den Uyl en Van Agt teruggekeerd: Den Uyls felle campagne tegen Van Agt smeedde het CDA tot een hechte partij. Kok moet dat risico ook snel zelf hebben gevoeld; gisteren al vond op zijn initiatief een ontmoeting plaats, waarin hij Brinkman meedeelde “het allemaal niet zo te hebben bedoeld”.

Het beeld van een kibbelend duo Lubbers-Brinkman in combinatie met onzekerheid over de keuze van de leider kon in de ogen van partijvoorzitter Van Velzen niet langer voortduren. Beiden hebben nu ook duidelijk te verstaan gekregen, dat ze eendrachtig moeten samenwerken. Daarbij mag enerzijds Lubbers niet degraderen tot een "lame duck' en moet anderzijds Brinkman stevig op de stoel komen te zitten die door Lubbers zelf voor hem is klaargezet.