Arbeidsorganisatie hekelt wereldwijde "schuldslavernij'

WASHINGTON, 9 MAART. Tientallen miljoenen mensen in Afrika, Azië en Latijns-Amerika leven feitelijk in slavernij.

Tot die conclusie komt de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in een gisteren gepubliceerd rapport. Het gaat om verschillende vormen van slavernij, variërend van de traditionele vorm, zoals die nog voorkomt in landen als Soedan en Mauretanië, tot kinderarbeid en gedwongen werk om vermeende schulden af te lossen - zogeheten "schuldslavernij' - die veelvuldig voorkomt in Azië en Latijns-Amerika. De organisatie zegt dat de laatste vorm het meeste voorkomt. Ze mag dan “misschien minder schokkend zijn dan de zuivere slavernij, maar ze is minstens even effectief”.

In zulke gevallen brengt de werkgever een hoog, gewoonlijk fictief bedrag in rekening aan zijn werknemers voor geleverde "diensten' zoals vervoer vanuit de stad naar de plantage, en kost en inwoning. Deze grotendeels fictieve kosten van de werkgever worden vervolgens in mindering gebracht op het loon - niet zelden overtreffen de onkosten het loon - zodat de werknemer bij zijn baas in de schuld blijft staan. Gewapende opzichters moeten voorkomen dat de goedkope arbeidskrachten de benen nemen. Vaak komt de werknemer nooit meer van zijn schuld af en moet hij deze soms zelfs overdraagt aan kinderen en kleinkinderen. “Er zijn gevallen gevonden van mensen die gedwongen werk verrichten om schulden te betalen die acht generaties geleden gemaakt waren.”

De slachtoffers zijn veelal zeer arm, analfabeet en behoren vaak tot etnische minderheden. Vooral in Pakistan komt deze misstand op grote schaal voor, aldus het rapport. In India, waar de schuldslavernij in 1976 officieel werd afgeschaft, werken naar schatting nog zo'n vijftien miljoen mensen, onder wie vijf miljoen kinderen, aan de afbetaling van vermeende schulden. In Brazilië en Peru zijn het vooral leden van Indiaanse stammen die het slachtoffer zijn van deze vorm van slavernij.

Het rapport maakt voorts melding van allerlei vormen van kinderarbeid. Op Haïti zouden meer dan honderdduizend arme kinderen zijn tewerkgesteld in de huizen van rijkere families. In veel gevallen worden deze kinderen feitelijk verkocht aan deze families. Het rapport meldt verder dat de exploitatie van kinderen in Thailand “zeer systematische” vormen heeft aangenomen. Er zijn gevallen bekend van kinderen van zes jaar die arbeidsdagen van zeventien en achttien uur maken. Sommige worden misbruikt door hun eigenaars, andere worden doorverkocht aan bordelen.

Volgens Max Kern, een advocaat van de ILO, zou het aanbeveling verdienen de naleving van de conventies tegen slavernij en gedwongen arbeid internationaal af te dwingen. “Er is heel wat goede wil op het niveau van de centrale regeringen, maar de politie maakt vaak gemene zaak met de uitbuiters op het plaatselijke niveau”, aldus Kern.

Volgens de in Londen gevestigde Internationale Organisatie tegen de Slavernij is het moeilijk het exacte aantal van op enigerlei wijze tot werk gedwongen personen vast te stellen, maar ze raamt het aantal zelfs op tweehonderd miljoen. (Reuter, AP)