Al te consciëntieuze jury verliest draad op Gaudeamus Concours

Internationaal Gaudeamus Concours voor Vertolkers van Hedendaagse Muziek 1993. Concert: Percussive Rotterdam, Dorothea Hofmann (piano), Tatiana Koleva (slagwerk), Ananda Sukarlan (piano) en Alexandra Krzanowska (piano). Werken van Wood, Ansink, Crumb, Little, Berio, Ligeti en Kornowicz. Gehoord 7/3 De Doelen Rotterdam. Radio-uitz.: 14/3 VPRO Radio 4.

Het Gaudeamus Concours trok dit jaar een recordaantal inschrijvingen van liefst 150 solisten en ensembles uit 18 landen, waarvan er uiteindelijk 64 in de afgelopen week waren te horen in Rotterdam. Zondagavond werden de prijzen in De Doelen verdeeld: de eerste prijs van ƒ 5000 voor de 18-jarige Poolse pianiste Alexandra Krzanowska, de tweede van ƒ 3000 voor de Percussive Rotterdam (tevens winnaar van de speciale Slagwerkprijs), de derde van ƒ 1500 voor de 25-jarige Indonesische pianist Ananda Sukarlan, de vierde van ƒ 1500 voor de 23-jarige Bulgaarse slagwerkster Tatiana Koleva en de vijfde voor de 32-jarige Duitse pianiste Dorothea Hofmann.

De jury (James Wood, Jan Williams, Geoffrey Madge, Eckart Schloifer en Ed Bogaard) ging opvallend consciëntieus te werk. Ik maakte in een voorronde mee hoe de Japanse slagwerkster Yuku Suzuki - die Cage's 27'10.554 bijzonder inventief uitvoerde, middels een net van draden over het gehele podium, verbonden met een bordewisser, een teil met water enz., daarbij een kleurige bal precies in de maat liet stuiteren, op alle mogelijke fluitjes blies en ondefinieerbare Japanse kreetjes slaakte - opeens werd onderbroken door een jurylid. Hij was de draad kwijt en verzocht haar opnieuw te beginnen. Ik herinner me juryleden op vorige concoursen die niet eens keken naar partituren.

Dat Percussive Rotterdam tenslotte de Slagwerkprijs verwierf, was volkomen terecht. Dit viertal studenten van het Rotterdams Conservatorium werd reeds bekroond op de internationale zomercursus voor nieuwe muziek in Darmstadt met de Kranichsteiner Musikpreis, en in het najaar verschijnt de eerste cd. Het werk van James Wood Village burial with fire was de groep op het lijf geschreven: fel en flamboyant in het openingsgedeelde en subtiel en sereen in het slot: alle aspecten komen er in aan bod.

Dat laatste was zeker niet het geval in de partij die David Little had gecomponeerd in zijn Modi-fications waarin de degelijk musicerende Tatiana Koleva veel mechanische marimbapassages had te verwerken. Het aardigste en meest afwisselende deel stond op de band.

Het programma van Dorothea Hofmann was in de voorronde afwisselender dan in de finale, maar het begrip degelijk zou ik desalniettemin ook voor haar willen reserveren. Maar op de bevlogenheid van de twee overige pianisten in de finaleronde viel niets af te dingen. Ananda Sukarlan had een te eenvormig programma in de voorronde, maar wisselde nu twee totaal verschillende speelstukken uitstekend af: een gracieuze Berio (Sequenza V) met een chopineske Étude nr. 6 van Ligeti, bij bijna alle pianisten de favoriete componist dit jaar. Sukarlan bezit een afwisselend toucher, behoudt overzicht, weet lange lijnen goed vast te houden en er spreekt uit zijn spel al routine in de goede zin van het woord. Alexandra Krzanowska musiceert beeldend en contrastrijk, is feller en emotioneler dan Sukarlan, minder helder en precies, niet bang om grote risico's te nemen, zoals in Jerzy Kornowicz Berenice's tress uit 1993, een Poolse romantische minimalist, zoals bij ons Simeon ten Holt. En jawel, ze heeft Ten Holt ook op haar repertoire! Ondanks haar 18 jaren heeft ze al een eerste prijs gewonnen op een concours in het kader van de ISCM Wereld Muziekdagen in 1992.

De prijswinnaars krijgen naast het geld ook concerten aangeboden in onder meer Nederland, Duitsland en het voormalige Tsjechoslowakije, waarbij het feit dat ze alle twee Nederlandse werken hebben moeten instuderen, zeker een stimulans is voor onze componisten in het buitenland. Bij de slagwerkers was dit jaar naast Ton de Leeuw ook Richard Rijnvos een duidelijke favoriet. Vanaf 1994 zal het nu tweejaarlijkse concours weer jaarlijks plaatsvinden en is dan bedoeld voor cellisten. Met een lenig flitsende uitvoering van Antheil's Ballet Mechanique door het ensemble van het Rotterdams conservatorium werd het concours, zoals het trouwens ook was begonnen, zondagnacht op feestelijke wijze afgerond.