Aanbod is oorzaak van cellentekort

Mr. H. de Jong, medewerker van het Bureau voor rechtshulp te Rotterdam en bestuurslid van de Coornhert Liga, geeft in NRC Handelsblad van 4 maart zijn mening over het cellentekort in het algemeen en de aanpak daarvan in het bijzonder.

De Jong neemt een standpunt in dat eenzijdig en niet onderbouwd is, en gebaseerd is op - hem bekende - incidentele, individuele gevallen. Hij verzuimt echter de eigen wetenschap te toetsen aan de feiten. Vooral de opmerking dat "legio mensen' onnodig in detentie worden gehouden - geïllustreerd met een bepaalde zaak waarbij de officier van justitie had kunnen volstaan met een meldingsplicht (immers betrokkene had "in een impuls' een delict gepleegd en vluchtgevaar was niet aanwezig) doet het vermoeden rijzen dat De Jong onvoldoende kennis draagt van de wettelijke gronden van de voorlopige hechtenis, en van de samenstelling van de huidige bevolking van de gevangenissen en huizen van bewaring.

In het arrondissement Rotterdam zitten thans ongeveer vierhonderd gedetineerden in preventieve hechtenis. Dit betreft - globaal gezien - de volgende delicten: gewapende overvallen, levensdelicten, zware zedenzaken, ernstige fraudedelicten, omvangrijke opiumfeiten en gedetineerden die worden verdacht van een reeks woninginbraken. Aan "lichtere' delicten komt het openbaar ministerie, gezien aanbod en capaciteit, voor wat betreft de voorlopige hechtenis, veelal niet toe.

Dat de huizen van bewaring gevuld zijn met verdachten waarbij vrijheidsbeneming niet geïndi- ceerd is, is dan ook bezijden de waarheid. Het aanbod van een willekeurige Raadkamer Gevangenhouding (waarbij de rechtbank - in Rotterdam twee maal per week met een wisselend aanbod van circa twintig tot veertig zaken per keer - oordeelt over rechtmatigheid en continuering van de voorlopige hechtenis) toont aan dat dit gedetineerden betreft die van ernstige delicten worden verdacht.

De aandacht die De Jong schenkt aan de cellen voor vreemdelingen en gestraften die hun boete - in plaats van te betalen - moeten uitzitten, is slechts van marginaal belang. Ook met de suggestie om gedetineerden die ter executie vastzitten vervroegd in vrijheid te stellen meent De Jong het wiel uit te vinden. Dit is echter geenszins het geval: het Rotterdamse parket doet zulks - noodgedwongen en met tegenzin - al jaren.

De discussie over het cellentekort zou aan zuiverheid winnen indien die tot de feiten wordt beperkt. Deze zijn dat op een willekeurige vrijdag, de drukste voorgeleidingsdag, de officieren (na een door henzelf toegepaste selectie op zwaarte van de zaak en na prioriteitstelling) soms tezamen meer dan dertig voorgeleidingen hebben en slechts een handvol cellen.

Daar zit het probleem, en niet in het vermeende "gebrek aan creativiteit'.