Vormgeving Medea wint het ruim van regie

Voorstelling: Medea van Euripides door Het Zuidelijk Toneel. Vertaling: Klaas Tindemans. Regie: Ursel Hermann. Vormgeving: Karl-Ernst Hermann. Spel: Sara de Roo, Peter Blok, Julien Schoenaerts, Mil Seghers e.a. Gezien: 5/3, Schouwburg, Eindhoven. Nog te zien: t/m 3/5 elders.

Van de legendarische ensceneringen van Mozart-opera's door het Oostduitse echtpaar Ursel en Karl-Ernst Hermann heb ik alleen La Finta Giardiniera gezien. Die voorstelling was inderdaad memorabel. Muziek, spel en decor vormden een perfecte symbiose; ik herinner me vooral lichtheid. Relativering was kennelijk de leidraad geweest van de Hermannen en die keuze resulteerde in een wonder van elegantie.

Voor de enscenering van Euripides' Medea, bij Het Zuidelijk Toneel, heeft het echtpaar wederom samengewerkt, maar tegelijkertijd is met enige nadruk gesteld dat het om de eerste zelfstandige regie van Ursel Hermann gaat. Haar man heeft "slechts' zorggedragen voor de vormgeving. Hoewel het onderscheid vooral van intern belang lijkt, heeft het zichtbare gevolgen. Niet alleen ontbeert Medea de harmonie van La Finta, het is veel sterker: zelden ziet men vormgeving en enscenering van een voorstelling zo uiteenlopen.

Het begin is overrompelend, omdat Karl-Ernst Hermanns toneelbeeld dat is. Het bestaat uit verschillende niveaus. Het bovenste, centrale deel is een driehoekig, naar voren hellend, wit vlak, waarmee de zwarte kubus - Medea's onderkomen - in het midden een prachtig contrast vormt. Onder het toneel bevinden zich schaars verlichte alkoven, waarin zich het uit vrouwen bestaande koor ophoudt. Hun terrein is een omheinde, tweede driehoek, het kleinere spiegelbeeld van de bovenste. De opbouw van geometrische elementen oogt indrukwekkend, het geheel herinnert aan de decors van de estheet Robert Wilson.

De door een onzichtbare Medea geslaakte kreet aan het begin van de voorstelling wordt in deze omgeving vanzelf een blijk van majesteitelijke smart. In de verte weerklinkend, dreigend tromgeroffel vergroot het leed nog eens, evenals de eenzame aanwezigheid op de bovenste witte driehoek van de geheel in zwart gehulde min (Marlies Hamelynck). De spanning bereikt een hoogtepunt op het moment van Medea's entree. In een bijna lichtgevende rode japon, met daaroverheen een eenvoudig jasje en met een band rond het hoofd verschijnt zij in de deuropening van de mysterieuze, zwarte kubus. Ze leunt tegen de wand; haar kalmte is minstens even angstaanjagend als het geroffel in de verte.

Deze Medea had louter uit dit soort beelden moeten bestaan. Sara de Roo maakt de belofte van haar imposante verschijning in de deuropening niet waar. Ursel Hermann heeft de titelrol opzettelijk door een 22-jarige laten spelen: die bezit immers de ondoordachtheid van de jeugd, de angsten en de hartstocht van de onzekere volwassene. Die gedachte klopt en kan passen in een bepaalde rolopvatting over Medea, maar dan moeten de ondoordachtheid en de angsten en de onzekerheid wel getoond worden. De Roo houdt de voordelen van haar jeugd zorgvuldig verborgen - met het gevolg dat slechts de nadelen gaan tellen. Ze mist (nog) de persoonlijkheid voor deze rol, haar spel is nog niet de flauwste schaduw van de wraak - de moord op hun twee kinderen - die zij op haar overspelige man Jason neemt.

Of die wraak politiek of romantisch gekleurd is, laat de regisseur in het midden. Duidelijk, te duidelijk, wordt wel haar feministische standpunt. De vrouwen van het koor ontdoen zich van hun schorten na Medea's aanklacht tegen haar man en omhangen zich met kleurige lappen als Aigeus Medea een veilige aftocht garandeert. Later mogen zij uiting geven aan hun afgrijzen over Medea's daad, maar wat dan stoort is dat Hermann de geëtaleerde solidariteit zomaar laat verlopen. Zij had het loyaliteitsprobleem minstens even scherp moeten stellen.

Te zware aanzet enerzijds, accentloos anderzijds, laat Hermanns enscenering een rommelige indruk achter. De mise-en-scènes, vooral tijdens de koorpassages, lijken op toeval te berusten en de ruimte die Julien Schoenaerts krijgt of neemt voor zijn bodeverhaal is onevenredig groot. Zijn optreden is wel het enige moment waarop de voorstelling van de grond loskomt en de kwaliteit van de vormgeving benadert. Want die is de echte ster van deze bleke vertoning.