Stanley Menzo na "een reeks van fouten' reserve bij Ajax; De eenzame strijd van de keeper

VOLENDAM, 8 MAART. Zonder een spoor van emoties verliet de reserve-doelman na afloop van Volendam-Ajax de kleedkamer. “Geen commentaar.” Kort en streng. Het is een houding waarmee hij zich heeft vereenzelvigd. Zelfs na glorieuze wedstrijden verliest hij zich zelden in uitbundig vertoon. Een en al geslotenheid, het is zijn beroepsernst, tot op het bot. Stanley Menzo, meer verguisd dan geprezen, is niet meer de eerste doelman van Ajax. Hij heeft zijn bevoorrechte positie moeten afstaan aan Edwin van der Sar.

Keepers zijn Einzelgänger, ze behoren eigenlijk niet tot het team. Of trainers dat nu willen of niet. Keepers gaan hun eigen gang, ze willen en krijgen als enigen aparte training. Ze hebben hun eigen beleving aan voetbal. Tegenslagen verwerken ze alleen, als buitenstaanders. Missers worden hen meer aangerekend dan aanvallers. Zij zijn de sluitpost, één fout en het kost het elftal de overwinning en de club soms miljoenen. Niemand zal ze begrijpen. Misschien begrijpen ze zelfs elkaar niet. Daarom zijn keepers eenzaam.

Het getuigt van onbegrip, wellicht van onmenselijkheid, keepers aan de schandpaal te nagelen, al is het hun zoveelste fout. Het getuigt van opportunisme statistieken te maken van hun blunders en niet van hun reddingen. Verdedigers die fouten maken, zullen nooit bloot staan aan de bevrediging van statistici. In ijshockey worden goalies beoordeeld op alle onderdelen. Daar dienen percentages als graadmeter: zoveel schoten, zoveel stops. Misschien geen waterdichte vergelijking, maar ze heeft in elk geval iets eerlijks.

IJshockeykeepers worden verondersteld gek te zijn, niemand uitgezonderd. Maar dat heeft ook te maken met de snelheid van het spel en het projectiel dat op hen afkomt. Sommige voetbalcoaches menen hetzelfde te kunnen zeggen over voetbalkeepers. Bobby Robson, ex-PSV, gewaagde al eens “all goalkeepers are crazy” te zeggen als de beoordeling van Hans van Breukelen ter sprake kwam. Geef ze de schuld van een doelpunt en ze gaan onder in een langdurige depressie. Een keeper voelt zelf als eerste of hij goed of slecht speelt. Dat voelt hij al in de warming-up. Maak hem niet labieler dan hij al is.

“Wanneer een keeper een fout maakt is het een doelpunt”, zei Ajax-trainer Louis van Gaal zonder kritiek, toen hem vorige week woensdagavond werd gevraagd naar zijn oordeel over het optreden van Menzo bij het derde doelpunt van Auxerre. Het was niet meer dan de waarheid van het moment. Maar als Menzo schuld blijkt te hebben aan de uitschakeling van Ajax in het UEFA-Cuptoernooi, dan zullen falende middenvelders als Kreek, Alflen, Jonk en Davids die straks ook moeten dragen en zeker verdedigers als De Boer en Blind. Want door zo lichtzinnig als in Auxerre te spelen laten ze hun doelman vallen. Tot de hoekschop acht minuten voor het einde deed Menzo in zowel technische als tactische zin zijn werk gewoon goed.

Van Gaal hield woensdag de echte waarheid achter. Misschien twijfelde hij op dat moment nog aan de beslissing die hij meende te moeten nemen, mogelijk zelfs uit menselijke overwegingen. Misschien wilde hij Menzo nog even beschermen. Misschien bereikten hem later op de terugreis naar Amsterdam stemmen die zeiden dat het zo niet langer meer kon. Met Menzo op deze manier doorgaan, betekent verlies van status, verlies van het kampioenschap, verlies van de UEFA Cup, verlies van miljoenen. De stemming was er naar.

Na afloop van de wedstrijd van gisteren tegen Volendam klonk de verklaring van Van Gaal waarom hij Van der Sar had verkozen boven Menzo, eerlijk en genuanceerd. Want ook de directeur weet hoe voorzichtig je met keepers moet omspringen, zeker met Menzo, altijd het mikpunt van kritiek, de eeuwige loser. “In een reeks van wedstrijden heeft hij een mindere vorm laten zien. Het is niet een kwestie van een momentopname. Maar op een gegeven moment is er een omslagpunt. De manier waarop hij de laatste periode in de goal stond, dat heeft gevolgen gehad in Auxerre.”

Geduldig en voorzichtig ging Van Gaal verder: “Zoals bij iedere andere speler houden we na een wedstrijd een nabespreking. Dan probeer je verbeteringen aan te brengen. Ik zag het aankomen. Maar ik wilde hem zoveel mogelijk krediet geven. We hebben allerlei middelen gebruikt om hem uit het dal te krijgen. Ik zeg niet dat het er mee te maken heeft, maar sinds hij uit het Nederlands elftal is gezet door die fouten is hij minder gaan keepen. Van der Sar heeft zich als vervanger al eens goed gepresenteerd toen Menzo geblesseerd was. Hij stond goed te keepen op de training en in het tweede. Hij is nu nummer één en Menzo nummer twee. Zo is het ook met Pettersson, Kreek en anderen gegaan. Ik kan daarop met Menzo geen uitzondering maken. Van der Sar heeft nu het krediet wat elke speler heeft, het krediet wat Menzo heeft verspeeld.”

Van der Sar mocht al twee keer eerder opdraven om Menzo te vervangen. Onder het bewind van Beenhakker twee jaar geleden stond hij negenmaal in het doel, nadat de eerste doelman geblesseerd was geraakt aan zijn knie en enkel. Vorig jaar moest Van Gaal een beroep op de 22-jarige keeper doen, nadat Menzo een paar dagen na zijn fatale interland tegen Turkije een duimblessure opliep. "Vluchtgedrag', zou een psycholoog deze blessure net na een desastreuze wedstrijd kunnen noemen. Menzo mocht zelf van Van Gaal bepalen wanneer hij zich voldoende genezen achtte om weer te spelen. Zoveel krediet had hij nog steeds.

Maar de recente wedstrijd tegen PSV, waarin hij geen overtuigende indruk maakte, toonde aan de technische staf dat hij nog steeds niet het vertrouwen uitstraalde dat de verdedigers ten behoeve van hun eigen rust van hun doelman verlangen. Menzo mag dan een talentvolle keeper heten, hij wekt de indruk erg gespannen, zelfs achterdochtig te zijn. Wanneer de vaak foeterende doelman dan als tegen Auxerre een cruciale fout maakt, raakt het geduld bij zijn medespelers op. Dat was woensdagavond voelbaar. Dan kan de coach er niet meer om heen hem te passeren. Voor de eerste keer sinds Menzo's debuut in Ajax 1 in april '84.

Frans Hoek, ex-doelman van Volendam en keeperstrainer bij Ajax, vindt Menzo “technisch en tactisch misschien wel de beste keeper ter wereld”. Maar, zegt hij, het ongelukkige bij Menzo is dat hij in belangrijke wedstrijden fouten maakt. “Want daar word je als keeper op beoordeeld.” Geen doelman die zoveel zelfdiscipline heeft als Menzo, meent hij. Niet te veel? “Nee, zo is hij altijd geweest. Die strenge uitstraling hoort bij hem. Hij weet wat hij kan, hij is 29, hij speelt al negen jaar betaald voetbal.”

Hoek geeft toe dat Menzo de laatste wedstrijden bij de technische staf “het voordeel van de twijfel” heeft gehad. “Dat wist Menzo ook. Na woensdag vertelde Van Gaal wat hij wilde doen en hij vroeg wat ik ervan vond. Ik begrijp Van Gaal. Hoe verschrikkelijk het ook is voor Menzo. Toch denk ik dat Stanley er wel weer uitkomt.”

De grootste keepers maken altijd wel een fout in een wedstrijd. Dat hoort bij hen. Dat heeft de geschiedenis geleerd. Beara, Groscis, Ramallets, Jasjin, Van Beveren, Soskic, Zoff, Schumacher, Pfaff, Dassajev, Zenga, ze konden schitteren en onpasseerbaar zijn, totdat één moment van overmoed, soms het cruciale moment, hen in de steek liet. Maar daarom werden het ook legendarische keepers.

Menzo is een uitstekende keeper, niet meer dan dat, niet minder dan De Goey, de man die hem uit het Nederlands elftal verdreef. Wat aan hem ontbreekt is dat hij nooit als bovenstaande rij een wedstrijd voor zijn elftal wint. Een doelman die punten pakt voor zijn team. Zoals Schmeichel aan de basis stond van de Europese titel van Denemarken. Nog nooit hadden de Denen een goede keeper als afgelopen zomer. Zo'n doelman zou de besluitvorming bij de Ajax-leiding er misschien makkelijker op hebben gemaakt. “Maar”, geeft Hoek toe, “misschien is het wel het noodlot van een keeper van Ajax. Die krijgt weinig te doen, dan is elke bal die hij krijgt cruciaal.”