Regering Angola raakt in het nauw door opmars van Unita

LUANDA, 8 MAART. Van de militaire vliegtuigen op het vliegveld van Luanda stijgen er nog maar af en toe enkele op. De rest is kapot en wordt nog louter gebruikt als bron van reserve-onderdelen. De dagen dat de Angolese luchtmacht, dankzij gulle steun van de Sovjet-Unie, kon beschikken over 120 parate toestellen zijn allang vervlogen. Een Westerse militaire bron in Luanda schat dat het aantal inmiddels is geslonken tot vijftien.

Het verval van de luchtmacht is tekenend voor de grote problemen die de regering ondervindt bij de nieuwe etappe in de burgeroorlog. De perikelen voor de regering zijn er dit weekeinde niet minder op geworden door de terugtrekking van de regeringstroepen uit de zwaar omstreden stad Huambo in het zuiden van het land. Weliswaar is de strijd om de stad, de tweede van het land, nog allerminst voorbij, maar versterkingen van de regering rukken maar heel langzaam op en voorlopig heeft de guerrilla-organisatie UNITA de prestige-strijd in haar voordeel beslist.

Voor de Angolese regering, die door de linkse MPLA wordt gedomineerd, kwam de hervatting van de oorlog zeer ongelegen en ze heeft steeds aangedrongen op een bestand. Savimbi wilde daar echter niet van weten en liet eind februari demonstratief verstek gaan in Addis Abeba bij de laatste wanhopige poging van VN-bemiddelaar Margaret Anstee om de lieve vrede te redden.

“Het probleem met dr Savimbi is”, zegt onderminister van buitenlandse zaken Jorge Chicoti, “dat hij de neiging heeft te vechten zolang hij beschikt over voldoende wapens en manschappen. We hebben al verschillende keren overeenkomsten met hem gesloten, maar steeds verbrak hij die.” Chicoti, die zelf in een verder verleden deel uitmaakte van UNITA, meent dat de internationale gemeenschap niet werkloos mag toekijken bij het oplaaien van de strijd in Angola. “Er is meer nodig dan alleen papieren akkoorden, die UNITA naar believen kan negeren. De internationale gemeenschap moet sancties opleggen aan de organisatie, omdat die immers de uitkomst van de verkiezingen niet respecteert.”

De Angolese regering zou graag zien dat Washington de democratisch verkozen regering eindelijk erkent. Chicoti: “Eerst drongen de Amerikanen bij ons op democratisering aan. Daarna organiseerden wij verkiezingen, die volgens de meeste buitenlandse waarnemers eerlijk en vrij waren. Wij wonnen die verkiezingen en nog weigert Washington ons te erkennen.” Europese waarnemers, die anoniem willen blijven, bevestigen min of meer de versie van Chicoti, al wijzen ze erop dat er feitelijk nog geen persvrijheid heerst en het nieuwe parlement geen rol van betekenis speelt.

Tegen wil en dank heeft de regering zich weer op het oorlogspad begeven. Drie weken geleden werd er een plan gepresenteerd om de dienstplicht opnieuw in te voeren. De schaarse fondsen van het zeer verarmde Angola worden wederom voor een belangrijk deel aangewend voor militaire doeleinden. Hoeveel er precies opgaat aan defensie is een goed bewaard geheim, dat er intussen weinig of niets overschiet voor wederopbouw is daarentegen glashelder.

Westerse militaire bronnen bevestigen dat de regering haar afspraken beter nakwam dan de UNITA. Een groot deel van de oude regeringstroepen, in totaal zo'n 54.000 van de ruim 100.000 man, werd gedemobiliseerd. De UNITA daarentegen stuurde slechts ruim 7.000 man weg en hield de rest in staat van paraatheid.

Geen van beide partijen leverde zijn zware wapens in. De circa 400 waarnemers van de VN, die toezicht moesten houden op de naleving van het vredesakkoord van 1991 tussen beide partijen, misten een mandaat om beide kanten te ontwapenen, een mankement in het vredesproces dat Angola inmiddels duur is komen te staan.

De regering is in versneld tempo bezig de achterstand op de UNITA in te halen. Het leger telt intussen weer zo'n 30.000 man, terwijl ook de troepen van de politie (40.000 in totaal, onder wie zo'n 7.000 ex-militairen) een geduchte macht vormen. Materieel gezien beschikt de regering vermoedelijk op termijn over meer mogelijkheden dan de UNITA. Niet alleen heeft ze een - weliswaar verzwakte - luchtmacht, ook beschikt ze over ouderwetse Russische T-55 tanks en BTR-pantserwagens, kanonnen en natuurlijk grote hoeveelheden kalasjnikovs.

De UNITA, die alles bijeen eveneens over zo'n 70.000 manschappen op de been kan brengen, bezit wapens van een heel scala van leveranciers: de Verenigde Staten, Zuid-Afrika, China en op de regering buitgemaakte Sovjet-wapens. Een handicap is voor al deze verschillende wapens reserve-onderdelen te krijgen.

Militaire bronnen in Luanda tasten in het duister over de manier waarop Savimbi nu in zijn bewapening voorziet. Wel staat vast dat hij de aankopen grotendeels financiert met de opbrengst van diamanten, die in door hem gecontroleerde gebieden worden gedolven. De regering betaalt haar oorlogsinspanning hoofdzakelijk uit de inkomsten van de olie voor de kust van de enclave Cabinda.

Hoewel UNITA de afgelopen maanden terreinwinst heeft geboekt, achten waarnemers in Luanda de kans dat een van beide partijen een beslissende overwinning zal boeken gering. De regering is tot nu toe bijna steeds te sterk gebleken voor de UNITA in de steden, terwijl de UNITA-strijders duidelijk de overhand hebben op het platteland. Naar schatting driekwart van het Angolese grondgebied wordt min of meer door de UNITA gecontroleerd.

Belangrijk is vooral de uiteindelijke afloop van de slag om Huambo, de tweede stad van Angola. Al twee maanden vechten beide zijden verbitterd om de stad, waarvan volgens sommige berichten inmiddels niet veel meer over is.

Savimbi hecht zeer aan Huambo omdat hij uit de omgeving van de stad afkomstig is en veel steun geniet onder de plaatselijke bevolking, die vooral bestaat uit Ovimbundo's. Volgens onbevestigde berichten zou Savimbi eventueel Huambo tot hoofdstad willen maken van het deel van Angola dat hij beheerst. Anderen betwisten echter dat de UNITA-voorman zou voelen voor zo'n feitelijke opsplitsing van Angola.

Intussen valt, naarmate er meer bloed vloeit, steeds moeiljker in te zien hoe de huidige impasse kan worden doorbroken. De regering beroept zich er op democratisch te zijn verkozen en meent dat er geen reden is Savimbi na zijn verkiezingsnederlaag met nieuwe concessies te belonen voor zijn militaire agressie. Savimbi denkt daar uiteraard anders over. Niet alleen betwist hij het democratische gehalte van de huidige regering, op grond van zijn militaire kracht meent hij recht te hebben op een vooraanstaande rol in Angola.

Sommige waarnemers menen dat Savimbi het spel niet slim heeft gespeeld. Met zijn agressieve opstelling heeft hij veel mensen tegen zich in het harnas gejaagd. De voormalige vice-gouverneur van de Angolese centrale bank, Mario Pizarro, zegt hierover: “Veel mensen stemden niet op de MPLA omdat ze daar zo dol op waren, maar omdat ze schrokken van de retoriek van Savimbi. Van de twee kwaden kozen ze toen toch liever de MPLA. Was er een sterke derde partij geweest, dan zou die ongetwijfeld zeer veel stemmen hebben gekregen.”