"PvdA moet uitersten van CDA en VVD verzoenen'; PvdA-generalist Van Zijl ziet weinig in nieuwe politieke bewegingen

Wordt de Tweede Kamer bevolkt door specialisten, ambtenaren en politieke mieren? Wie naar de nieuwe politieke bewegingen en andere critici van het politieke bedrijf luistert zou het bijna denken. In een serie vraaggesprekken dienen meer en minder bekende generalisten uit de Kamer hun critici van repliek en schetsen tevens enkele politieke hoofdlijnen. Als tweede: PvdA'er J. van Zijl.

DEN HAAG, 8 MAART. “Partijpolitiek is momenteel niet in, maar er is wel veel politieke belangstelling”, zegt Jan van Zijl (40), Kamerlid voor de PvdA. “Greenpeace, Natuur en Milieu en Artsen zonder Grenzen activeren het publiek en zetten ons onder druk. Het zijn one issue-clubs, maar ze vormen opgeteld het palet van de samenleving.”

Van Zijl werd in de jaren zeventig politiek actief. Het was de tijd van het kabinet-Den Uyl en de politieke polarisatie. De PvdA zag hij als de voorhoede van een betere maatschappij. Hij werd gemeenteraadslid in Den Bosch en medewerker van de PvdA-fractie in het Europees Parlement. Later werkte hij op het ministerie van landbouw. In 1989 werd hij Kamerlid. Van Zijl geldt inmiddels als "rijzende ster'; hij werd vorig jaar lid van het PvdA-fractiebestuur.

Hij vindt sommige groepen die buiten de politieke partijen om het parlementaire bestel ingrijpend willen veranderen - zoals de Schierclub of de Zeevalkinggroep - “bedenkelijk”. Van Zijl: “Het is minder pervers dan Janmaat, maar het brengt het ongenoegen over het parlementaire bestel onder woorden. Jurriaan Kamp, leider van de Schierclub, zei onlangs op televisie dat we ons moeten afvragen of de parlementaire democratie niet is overleefd. De tijdelijke alternatieven die we hebben gekend waren niet echt hoogtepunten in onze geschiedenis. Als zulke clubs veld winnen, baart dat me meer zorgen dan de perversiteit van de Centrumdemocraten. Kamp heeft gelukkig een probleem: het charisma van een winterwortel.”

Van Zijl begon op het Binnenhof als tweede woordvoerder landbouw en eerste woordvoerder visserij. Veilige portefeuilles op het eerste gezicht, maar in 1990 kwam de visserijfraude op zijn bord. Van Zijl zette namens zijn fractie de aanval in op CDA-minister Gerrit Braks, voor wie hij op het ministerie nog toespraken had geschreven. Het beginnende Kamerlid had een harde leerschool: Braks trad af, zélf viel hij van de spanning kilo's af. Inmiddels is Van Zijl de PvdA-woordvoerder voor inkomensbeleid en sociale zaken, en geldt hij als een generalist. Hij vindt het hoge gehalte specialisten in de Kamer “niet goed”. Toch zijn er volgens hem minder specialisten dan vaak wordt gedacht. “In mijn eigen fractiebestuur blaast iedereen over allerlei zaken een partij mee, en dat geldt ook voor de nieuwe generatie, als Rob van Gijzel, Ella Kalsbeek of Peter van Heemst.”

Maar in “specialisatiedrift”, die leidt tot eindeloze Kamerdebatten over beleidstechniek, ziet hij wel een probleem. Van Zijl zoekt de oplossing in een betere taakverdeling en het vaker wisselen van portefeuilles. “Sommige Kamerleden zijn goed in maken van wetten, anderen houden een goed verhaal voor de televisie. Ook nu zitten er in de fractie mensen die onbekend zijn bij het grote publiek maar goed functioneren als routiniers in wetgeving. Je lost het probleem niet op door alleen maar vlotte babbelaars in de Kamer te zetten”.

Het veel gehoorde verwijt dat de politiek niet beslist en de problemen alleen maar doorschuift, wijst Van Zijl van de hand. De gelijke behandeling en de euthanasie zijn behoorlijk geregeld, de groei van de WAO wordt aangepakt en de adviesraden worden afgeschaft. “Dat is een goede zaak, de bezem door het web van adviesraden. Het primaat moet bij de politiek liggen. Dat adviesnetwerk is niet in het belang van een beweging, zoals de sociaal-democratie, die verandering wil. Het holt politiek uit, vertraagt en blokkeert. Hetzelfde geldt voor een grote overheid waarmee de PvdA vaak wordt geïdentificeerd. De bureaucratie plakt alles vast op de overheid, maar achter ambtelijke structuren zit een conglomeraat van belangen dat besluitvorming verlamt.”

De PvdA staat er slecht voor in de peilingen. PvdA-voorzitter Rottenberg vindt dat in de campagne voor de komende verkiezingen bestrijding van de misdaad essentieel is: de PvdA moet "streng en rechtvaardig' zijn. Nog niet zo lang geleden was de roep om meer politie in de PvdA taboe. “Ik geef toe dat we een verleden hebben met dat onderwerp”, zegt Van Zijl. “Maar dat beeld spoort niet meer met de werkelijkheid, de PvdA bepleit al lang meer politie op straat.” Hij is echter bang dat de roep om harde maatregelen doorslaat. “Kijk naar VS: tien jaar Reagan-Bush, tien jaar law and order. Is het drugsprobleem er opgelost? Ik waak voor argumentloos doorslaan. Je moet criminelen oppakken en de gepaste straf geven. Maar het gaat mij om maatregelen die werken, en niet om symboolregels. Als verplicht afkicken het probleem oplost voor de verslaafden en de maatschappij is het bespreekbaar. Ik aarzel niet uit softheid, maar met oog op het resultaat.”

Van Zijl vindt herstel van normen en waarden en van gemeenschapszin het beste wapen tegen criminaliteit en vandalisme. “We hebben geen behoefte aan fatsoensrakkerij, maar de gemeenschapszin moet terug. Dat is nodig in een ordentelijke samenleving. Er bestaat onder burgers een groot gevoel van onveiligheid. Sociaal-democraten moeten zich dat meer aantrekken dan andere partijen want wie rijk is bouwt een muur om zijn villa. Bejaarden met enkele spaarcenten zijn het slachtoffer.”

Het thema normen en waarden is volgens Van Zijl mede bepalend voor de keuze van de geschikte partner voor de volgende coalitie. Diverse combinaties zijn denkbaar, want de ideologische barrières uit de jaren zeventig zijn weg. De afstand tot de VVD is veel geringer. “Wat wij gemeen hebben met het CDA is gemeenschapszin. Dat gevoel is bij de PvdA en het CDA dieper verankerd dan bij D66 of VVD. Bij het CDA heet dat naastenliefde of de Bijbel, bij ons zorg voor zwakkeren en het idee van solidariteit. Maar het appeleert aan eenzelfde soort grondslag.”

Marcel van Dam, lid van de PvdA-programcommissie, pleit sterk voor individualisering. Van Zijl is sceptisch. “Individualisering heeft goede aspecten: mondigheid van burgers, ontplooiing van het individu. Maar we moeten ook de band leggen met de zorg voor zwakkeren, de solidariteit. Zélf je route bepalen is prima, maar er is het gevaar dat het recht van de sterkste overwint. Daar ligt een exclusieve taak voor ons. De VVD is voor een vergaande vorm van individualisering en kijkt nauwelijks naar draagkracht. Bij het CDA geldt bijna het omgekeerde, het gezin staat er voorop. De sociaal-democraten moeten die twee uitersten verzoenen.”

Tegen D66 wil Van Zijl “zich niet geweldig afzetten”, maar hij relativeert de mogelijkheden van samenwerking met de Democraten in een "paarse coalitie' met de VVD. “Het is allemaal erg én, én, én. D66 is tegen het ministelsel nú, maar later kan het wel. Wanneer en waarom later? Dat komt goed uit want nú kun je de vakbeweging behagen over de WAO. Je laat de hoogte van de uitkering ongemoeid, maar hoe kom je later bij het ministelsel? D66 is tegen beperking van de inflatiecorrectie, maar wil ook de koppeling vasthouden. Het is een illusie dat je hoge inkomens onaangetast laat en tegelijk onbeperkt kunt koppelen. Bij D66 kan dat allemaal. Neem de Wet gelijke behandeling. Lankhorst van Groen Links is aan het eind van het debat uitbundig over de wet, maar D66 blijft tot het eind zieken en griepen. Haar speelgoedje is afgenomen. D66 pretendeert dat alle eigentijdse onderwerpen van D66 afkomen. Maar D66 praat vrijblijvend, en kiest niet. Van Mierlo schrijft de electorale problemen van de PvdA toe aan het verschil tussen de hoge toon in de oppositietijd en de werkelijkheid van regeren. Misschien moet Van Mierlo eens goed in de spiegel kijken. D66 staat weliswaar dichterbij ons, maar we kunnen even makkelijk zaken doen met de VVD.”