Onenigheid over uitgangspunten; Moeizaam begin conferentie Antillen

WILLEMSTAD, 8 MAART. De meningen van de Nederlandse en de Antilliaanse delegaties over de uitgangspunten van de vandaag begonnen Toekomstconferentie in Willemstad staan lijnrecht tegenover elkaar.

Dit bleek vanochtend uit de openingstoespraak van minister Hirsch Ballin (koninkrijkszaken) aan het begin van de conferentie.

De inzet van de Nederlandse delegatie is dat de Antillen eerst “de werkelijke problemen” in het functioneren van de overheden van de eilandgebieden op bestuurlijk en financieel gebied moeten verbeteren voordat er gesproken kan worden over nieuwe staatkundige verhoudingen. De Antilliaanse premier, Maria Liberia-Peters, liet tijdens een persconferentie afgelopen vrijdag weten dat zij juist van mening is dat eerst de staatkundige structuur moet worden gewijzigd om de bestuurlijke en financiële problemen op te kunnen lossen.

De Toekomstconferentie wordt georganiseerd om de consequenties te bespreken van het feit dat Aruba te kennen heeft gegeven niet uit het koninkrijksverband te willen stappen per 1 januari 1996. Dit was afgesproken tijdens een zogeheten Ronde-Tafelconferentie in 1983. Vooruitlopend op de onafhankelijkheid had Aruba in 1986 reeds een status aparte als autonoom land binnen het koninkrijk verworven.

Het eiland Curaçao heeft vervolgens te kennen gegeven ook aanspraak te willen maken op een status aparte. Zo kan dit grootste eiland van de “Antillen van de vijf” (Curaçao, Bonaire, St. Maarten, St. Eustatius en Saba) eindelijk afkomen van de last van de minder draagkrachtige overige eilanden.

Nederland onderkent dat Curaçao net als Aruba het recht heeft om op eigen kracht verder te gaan maar stelt daaraan voorwaarden op bestuurlijk en financieel terrein. “De koninkrijksband behelst meer dan de gemeenschappelijke vlag, het paspoort en de schepen van de Nederlandse marine”, aldus Hirsch Ballin.