Mallemolen rond Marcel van Dam draait vrolijk verder

Marcel van Dam is populair, als stemmentrekker maar ook als pispaal.

Onlangs liet Elsevier zeshonderd mensen vragen wie PvdA-leider zou moeten zijn: Kok scoorde weliswaar het hoogst, maar al snel daarna volgde de oud-bewindsman van volkshuisvesting. En sinds zijn aantreden als lid van de commissie die het verkiezingsprogramma schrijft zijn de opvattingen van Van Dam in de publiciteit “weinig doordacht” (PvdA-vice-voorzitter Vreeman), “stuurloos” (CDA-ideoloog Van Gennip) en “eenzijdig” (PvdA-ideoloog Kalma) genoemd.

Van Dam behoort tot het soort politici dat zowel fascinatie als afkeer oproept en daardoor in Nederland nooit de top heeft bereikt. Ook bij de volgende verkiezingen zal niet de flamboyante Van Dam maar de sobere Kok de PvdA aanvoeren.

In de jaren zeventig en tachtig verging het Van Dam niet veel anders. Tekenend was zijn entree in de politiek. Befaamd geworden als ombudsman bij de VARA trad hij in 1973 toe tot het meest linkse kabinet aller tijden. Maar Den Uyl moest wel met hem bij verscheidene departementen leuren. Van Doorn, die CRM ging leiden, weigerde. Westerterp op Verkeer eveneens. Op Sociale Zaken kreeg de vernederende mallemolen nog een extra zetje. Pas op Volkshuisvesting kwam die tot stilstand. Daar vormde Van Dam met minister Gruijters en de tweede staatssecretaris Jan (“in geouwehoer kun je niet wonen”) Schaefer een illuster trio, bekend om hun afkeer van roomse machtspolitiek en hun voorkeur voor het gevulde glas.

De geschiedenis kent hem echter minder van zijn daden op Volkshuisvesting dan van zijn optredens als Tweede-Kamerlid. Bewondering wekte hij met zijn debatingstechnieken waarmee hij de politiek van Van Agt geselde. Premier Lubbers wist hij tot razernij te brengen toen hij de uitleg van de sociale politiek van de premier betitelde als "belubberen'.

Het hoogtepunt van zijn roem lag misschien wel in 1983 toen hij als vice-voorzitter van de enquête-commissie fraude met bouwsubsidies onderzocht. Na zijn glansrol daar wilden zijn fractiegenoten hem eigenlijk niet terug. "Jalousie de métier', angst en wantrouwen jegens zijn politieke stijl waren de oorzaak. Ter Veld, nu staatssecretaris, vond hem te publiciteitsbegerig. Kosto, nu staatssecretaris, noemde Van Dam in een vraaggesprek “een ingeslagen meteoriet met louter leegte om zich heen”. Zijn zelf aangekondigde kandidatuur voor de opvolging van fractieleider Den Uyl deed hem de das om.

Anno 1993 zijn de geur van whisky en de sfeer van morsigheid geweken. Tegenwoordig kent men Van Dam van zijn succes bij de VARA en van zijn geleerde stukken in de Volkskrant. Stof voor levendige discussies in de verkiezingscommissie. Maar de kans is klein dat het programma straks “doordesemd” zal zijn van individualisering, zoals Van Dam aankondigde. Commissievoorzitter Thijs Wöltgens liet weten dat individualisering een trend is, die dus ook weer over kan gaan. En PvdA-wetenschapper Paul Kalma, eveneens lid van de verkiezingscommissie, viel Van Dam nog openlijk aan in zijn Volkskrant-column. Het heeft er alle schijn van dat de opmars van Van Dam opnieuw stokt. Zijn vinding "belubberen' heeft de Van Dale ook nooit gehaald. (KV)