Lubbers en bevolkingsgroei

DE WERELDBEVOLKING zal de komende jaren toenemen van ruim vijf tot 7,7 miljard mensen in het jaar 2015.

Van deze groei zal 95 procent zich concentreren in Azië, Afrika en Latijns Amerika. De uitdaging die deze bevolkingsgroei in ontwikkelingslanden stelt aan de sociale en politieke systemen, aan de economische groei en aan de absorptiecapaciteit van het milieu zijn overweldigend. Na 2015 zal de bevolkingsgroei niet stoppen. In het toekomstscenario van het Centraal Planbureau vorig jaar wordt berekend dat de wereldbevolking zich tegen het jaar 2150 zal stabiliseren op 11,6 miljard mensen. Het aandeel van Europa en Noord-Amerika zal steeds verder afnemen.

In de rijke industrielanden, waaronder Nederland, zal de grootste uitdaging in de komende decennia bestaan uit aanpassingen ten gevolge van de vergrijzing van de bevolking. Slechts immigratie zorgt voor enige, op zichzelf welkome demografische dynamiek. Niettemin heeft premier Lubbers vorige week de bevolkingsgroei in Nederland aangehaald als element dat moet worden betrokken bij de omvang van de overheidsuitgaven. Hij reageerde daarmee op een voorstel van een CDA-commissie onder leiding van oud-premier dr. Jelle Zijlstra om de overheidsuitgaven na 1994 slechts te corrigeren voor inflatie maar overigens niet te laten stijgen. Als de lijn-Zijlstra aangehouden wordt, vraagt dat politieke keuzes om de samenstelling van de overheidsuitgaven aan te passen aan de veranderende maatschappelijke prioriteiten.

Lubbers zocht kennelijk naar verzachtende omstandigheden. Zijn inval om rekening te houden met de bevolkingsgroei was actueel na het kabinetsbesluit om tot het jaar 2005 162.000 woningen extra te bouwen om de gevolgen van immigratie en vergrijzing voor de woningmarkt te kunnen opvangen. Zo zijn ongetwijfeld meer aanpassingen van de overheidsfinanciën denkbaar die voortvloeien uit verschuivingen in de bevolkingsopbouw. Maar tegenover extra uitgaven op een aantal terreinen staan minder uitgaven op gebieden waarop een afnemend beroep wordt gedaan.

BEVOLKINGSGROEI als richtlijn voor de begrotingsomvang in Nederland is een gelegenheidsargument. Dan zou ook het energieverbruik, het gebruik van de pil, de arbeidsparticipatie of het aantal dagen met mooi strandweer als criterium voor de rijksuitgaven in de overwegingen betrokken kunnen worden. In al deze gevallen maakt het keuzes afhankelijk van buiten de politiek gelegen factoren. Het voorstel van Lubbers brengt een vorm van koppeling terug in de discussie, terwijl de ervaringen van de afgelopen jaren juist hebben geleerd dat vasthouden aan een koppelingsmechanisme het denken belemmert en leidt tot verstarring.

Zorgen om de bevolkingsgroei zijn zeker gerechtvaardigd. Ook de Nederlandse premier kan zich buigen over de wereldwijde problemen die hieruit voortvloeien. Maar dergelijke bespiegelingen moeten niet op de automatische piloot worden vertaald in Haags begrotingsopportunisme.