Junkie-talk op de Zeedijk

“Wapperen jij”, roept de agent. “Ja chef, capo, boss, sir, labbekakker.” De man bromt nog steeds in zichzelf wanneer de agent die hem heeft gesommeerd door te lopen allang uit zicht is. Hij steekt de brug over in dat typische junkenloopje, als een eend op de wal op zoek naar kruimels.

Een onduidelijke kluwen heeft zich verzameld voor de Chinese porseleinwinkel Dun Yang. Gegil in talen door elkaar. Ook het Nederlands klinkt hier als "awadehe'. Soms is er een welomlijnd “kolerestinkwijf” te herkennen, dan waaieren de kreten weer alle kanten uit.

De nauwe steegjes rond de Zeedijk vormen een klein universum. Een vreemde knoop van culturen en verlangens. Junkies, ondernemers, hoeren, toeristen, agenten, intellectuelen en travestieten. Ze leven er samen in een molen die alleen tussen zes en acht 's ochtends even lijkt stil te staan. Dan komen de mannen van de gemeentereiniging. Oranje zwaailichten beschijnen de holle wangen van een junk die vannacht niet heeft weten te scoren. Een vroege fietser gaat op weg naar haar werk. Verder is het onwaarschijnlijk stil.

Ongeveer zes jaar geleden begon de gemeente met het "schoonvegen van de Zeedijk'. Vooral op de kop, tegenover het Centraal Station, woedde het extreme soort leven dat de Zeedijk het predicaat "no-go area' gaf; een gebied waar een gewone burger absoluut niet komt.

Er werden samenscholingsverboden ingesteld en "dijkverboden': mensen die dealden of openlijk gebruikten, mochten acht uur lang het gebied niet meer betreden. Bars werd gesloten, goktenten opgerold. Op initiatief van de gemeente begon een groep ondernemers - "NV Herstel Zeedijk' - aan het opknappen van de huizen aan het eerste deel van de dijk.

Een paar maanden geleden balanceerden junkies, bewoners en agenten nog over de houten vlonders die op het strand van de opgebroken straat waren gelegd. Nu is de renovatie van het eerste deel klaar. Keurige barretjes, een boekwinkel, een Chinees uitvaartbedrijf. De Chinese gemeenschap speelt een belangrijke rol in het oppoetsen van de buurt. Schoon en redelijk "junkvrij' is het nu op de kop van de Zeedijk.

Het andere deel is dat wat minder. Hier raast het leven nog - veelal op de cadans van het dienstrooster van het nabijgelegen politiebureau Warmoesstraat. "Peepshow in de Sint Annendwarsstraat gesloten', luidt het laatste politiebericht. In het bedrijf werd gehandeld in gestolen goederen. “Ook werd er in de eenpersoonscabines, die zijn opgesteld om tegen betaling te kijken naar een naakte vrouw danwel een stel dat op dat moment de liefde bedrijft, door verslaafden veelvuldig heroïne gebruikt”, schrijft de politie.

Euforie en wanhoop, agressie en lust, maar tussendoor ook gewoon boodschappen doen, wandelen en lekker eten. “Neem nog een broodje. Ik betaal. Zalig hier, hè?” De jongen klopt zijn maat op de rug. “Het is de beste Surinamer van heel Amsterdam en misschien wel van heel Nederland”. Genietend proeft hij van zijn roti. “Smakelijk eten allemaal”, roept hij tegen de andere gasten in het eethuisje. De jongen is uitbundig: niets van wat hij zegt mag de andere bezoekers ontgaan. Hij vertelt hoe hij soms wekenlang over straat zwerft. “Maar je moet je grenzen kennen, hè? Neem nog een broodje. Ik betaal.” Je moet gewoon lekker thuis blijven zitten, met een paar flessen pils. Zodra je de deur uitkomt ben je een geeltje kwijt. Ach ja, hij wil nu eenmaal dat iedereen goed te eten en te drinken heeft. “Neem nog wat, ik betaal”, spoort hij zijn vriend weer aan. “Het gaat om genieten in het leven.” Dan komt een man de zaak binnen. Trillend en bevend van het gebrek aan dope. Hij bedelt om een tientje bij een oudere Surinaamse man. De man schudt van nee. “Straatkatten”, verzucht de jongen. “Je moet ze niks geven hoor.”

Het gesprek gaat nog lang over eten. Hoe je slakken klaarmaakt en schorseneren en hoe je kip met je handen moet eten. Dan is het tijd om op te stappen. “Betaal jij”, zegt de jongen tegen zijn vriend.