Daling van rente lijkt voorlopig nog niet ten einde

ROTTERDAM, 8 MAART. Van augustus vorig jaar (vlak voor de eerste EMS valutacrisis) tot en met afgelopen week, dat wil zeggen in een half jaar tijd, is de Nederlandse lange rente met ongeveer 1,5 procentpunt (0,015) gedaald.

Deze historisch gezien uitzonderlijk snelle en grote afneming heeft er inmiddels toe geleid dat de 10-jaars rente onder de 6,5 procent is gekomen. Dit niveau werd vorige week bereikt na een nieuwe "rally' op de Nederlandse obligatiemarkt. Directe aanleiding vormde de verassende verlaging afgelopen vrijdag van de repo rate (vergelijkbaar met de Nederlandse beleningsrente) door de Bundesbank, van 8,49 naar 8,25 procent. De donderdag ervoor had de centrale bank nog de officiële tarieven onveranderd gelaten, terwijl de financiële markten juist op een verlaging van deze tarieven hadden gespeculeerd. Blijkens voorzichtige uitlatingen van monetaire autoriteiten in Frankfurt zijn nieuwe stapsgewijze renteverlagingen in de toekomst niet uit te sluiten.

De al lang verwachte versoepeling van het Duitse monetaire beleid lijkt nu definitief te zijn ingezet. Hoewel niet alle monetaire signalen op groen staan, wordt er in de markt algemeen rekening mee gehouden dat de rente nog verder zal kunnen dalen. Dit geldt ondermeer de aanhoudende spanningen in het EMS, temeer daar de aanstaande verkiezingen in Frankrijk wederom tot een druk op de Franse franc kunnen leiden. Een andere factor die een steeds groter gewicht in de renteweegschaal krijgt, is de scherpe recessie waarin de Duitse economie terecht komt. De laatste cijfers laten een nog negatiever beeld zien dan aanvankelijk werd aangenomen. De centrale bank lijkt zich wel degelijk zorgen te maken over de slechte toestand van de Duitse economie, en dus niet alleen de monetaire indicatoren als enig ijkpunt te willen beschouwen.

Het wachten is nu eerst op de Bundesbankraadsvergadering van 18 maart. Dan zijn ook de nieuwe geldgroeicijfers bekend over de maand februari. Daarbij mogen de recent in Duitsland bereikte loonakkoorden alleszins zijn meegevallen, de politieke touwtrekkerij rond het gezondmaken van de Duitse overheidsfinanciën in het kader van het Solidarpakt is nog in volle gang. Bovendien zal veel afhangen van de inflatie-ontwikkeling, die nog steeds geen overtuigende neerwaartse trend laat zien.

Hoewel in ons land de rentedaling afgelopen week de kleinste was van Europa, blijven de vooruitzichten zowel vanuit fundamenteel als valutair oogpunt onverminderd goed. Dit geldt vooral ook de gulden/mark positie. De Nederlandse rente is monenteel reeds de laagste van Europa. Naast in negatief rente-écart in zowel de korte als de lange sfeer met Duitsland, ligt de D-mark inmiddels op 1,1245 gulden. Een nieuwe verlaging van de beleningsrente door De Nederlandsche Bank is dan ook slechts een kwestie van tijd.

Internationale obligatiemarkten

Gevoed door speculaties omtrent een Duitse verlaging van het disconto en gesteund door de daadwerkelijke verlaging van de repo-rate, zetten vorige week de meeste Europese obligatiemarkten hun "rally's' voort. Ditmaal was het niet Nederland waar de grootste winsten te behalen vielen. Landen als Denemarken, Frankrijk en België profiteerden in nog grotere mate van het positieve sentiment. Zelfs de geplaagde obligatiemarkten van Spanje en Italië waren in een goede stemming nu Duitsland bereid lijkt te zijn de rente-niveaus een treetje lager te zetten. En gezien de fundamentele ontwikkelingen en de hoogte van de rente in de meeste van deze landen is er geen reden om te veronderstellen dat de Europese obligatiemarkten hiermee hun laatste prijsstijging hebben gezien. Ook in het Verenigd Koninkrijk stegen de obligatieprijzen op het goede nieuws van de Duitse renteverlaging. Sinds het Britse pond het wisselkoersstelsel van het EMS verliet is de monetaire situatie in het Verenigd Koninkrijk anders dan in de rest van Europa. Zo is de korte rente ongeveer 5,5 procent. De recessie heeft bovendien zo hard toegeslagen dat de obligatiemarkt op dit moment weinig reden zien erg bevreesd te zijn voor een stijgende inflatie. Dat de lange rente toch bijna 8 procent is, heeft te maken met de vrees dat de financieringsbehoefte dit jaar groot zal zijn. Waar deze behoefte in het fiscale jaar '92-'93 ongeveer 35 miljard pond bedroeg, houdt men voor '93-'94 rekening met 50 miljard pond.

In de VS was de prijstrend nog wel opwaarts gericht, maar niet zo meer steil als de weken ervoor. De eerste obstakels waren de bomexplosie in New York en opmerkingen van de Minister van Financiën Lloyd Bentsen dat men er niet teveel op moest hopen dat het financieringsprogramma op het lange stuk van de obligatiemarkt ontzien zou worden. Het volgende obstakel kwam er vorige week vrijdag in de vorm van de maandelijkse werkgelegenheidscijfers. De groei van 365000 arbeidsplaatsen exclusief landbouw was hoger dan verwacht. Met dit soort cijfers halen obligatiebeleggers altijd de inflatoire scenario's uit de kast. De cijfers over de producentenprijzen komende vrijdag zullen bepalen of zij weer in de kast kunnen worden gezet.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank/Robeco