Antwerpse Falstaff is Bruegeliaanse klucht

Voorstelling: Falstaff van G. Verdi door de Vlaamse Opera o.l.v. Stefan Soltesz m.m.v. o.a. John del Carlo, Ned Barth, Barbara Madra, Talia Jeralyn Refeld, Kevin Anderson. Decor en kostuums: William Orlandi; regie: Gilbert Deflo. Gezien: 5/3 Kon. Vlaamse Opera Antwerpen. Herhalingen: 9, 11, 14, 16. Radio-uitz.: 9/3 BRTN-3.

“Een ode aan een verdwijnende traditie” - zó typeert de Belgische regisseur Gilbert Deflo zijn nieuwe enscenering van Verdi's Falstaff bij de Vlaamse Opera in Antwerpen ter gelegenheid van het eeuwfeest van Verdi's laatste opera naar Shakespeares The merry wives of Windsor. De decors zijn geïnspireerd door de allereerste produktie - 9 februari 1893 in de Scala te Milaan. Ze lijken trouwens in essentie op die van bijna alle andere Falstaff-voorstellingen sindsdien, ook op de teleurstellende versie van de Nederlandse Opera in 1986, op de tweede avond dat het Amsterdamse Muziektheater open was.

De authentieke reconstructie van wat nu toch echt déjà vu is en vooral als sullige conventie wordt ervaren, is een merkwaardig uitgangspunt voor de meestal zo vernieuwingsgezinde Vlaamse opera. Die baarde de laatste jaren opzien door Puccini-repertoire (Manon Lescaut, Tosca, Turandot) juist te ontdoen van wat altijd werd gezien als onvermijdelijk realisme in de uitbeelding.

Het brengen van een lofzang aan deze traditie vereist dat die in een zo gunstig mogelijk licht wordt geplaatst. Daarvan is bij deze produktie helaas geen sprake: het belachelijk maken van de dikke Falstaff door een paar dames die hij het hof wil maken, gaat op zijn Bruegeliaans - ouderwets vettig en erg langdurig. Ook in zijn soort is deze produktie minder dan middelmatig. Op een hoger niveau is die kwalificatie in wisselende mate ook van toepassing op op het vocale gehalte: niet slecht, maar ook niet erg goed. Het orkestspel is verreweg het beste.

De obsessieve terugblik naar het verleden heeft bij Deflo kennelijk elke inventiviteit gesmoord. Spitsheid en venijn ontbreken, zodat Falstaff wordt gereduceerd tot een trage dorpsklucht. Echt aansprekende traditionele visuele pracht is er alleen in de betoverende woudscène: lampionnetjes boven de elfenkoningin, een volle maan schijnt door de bomen, een regen van glitters en fonteinen van koudvuur plezieren het kind in de operaliefhebber.