Antwerpen koppelt oude en moderne kunst

ANTWERPEN, 8 MAART. Een wollige woordenstroom die herinnerde aan de persconferenties van Jan Hoet over de Documenta kenmerkte de toelichting die projectleider beelden kunst Bas Cassiman hield over het hedendaagse kunst-programma van Antwerpen, dit jaar culturele hoofdstad van Europa. Hoet maakte ondanks zijn wolligheid een interessante Documenta en de drie Antwerpse "projecten' die Cassiman toelichtte lijken ook veelbelovend.

De eerste tentoonstelling in de reeks, die deze zomer begint, speelt zich af in het Openluchtmuseum voor beeldhouwkunst in het Middelheimpark. Bij de oprichting in 1950 was het de eerste in zijn soort; later werden er biënnales gehouden die de oorspronkelijke museumtaak hebben overschaduwd. Cassiman wil die functie nu herstellen door een aantal sculpturen in het park te "herschikken' en zo tot een betere indeling te komen. Bovendien worden tien permanente beelden toegevoegd aan deze collectie in de buitenlucht. Daarvoor zijn onder anderen Richard Deacon, Isa Genzken, Per Kirkeby en Thomas Schütte uitgenodigd. Sommige werken, zoals dat van de Amerikaan Matt Mullican, zullen de openbare ruimte zelf tot thema hebben. Vanaf 6 juni wordt het park Middelheim voor het publiek opengesteld.

In het museum voor Schone Kunsten, dat Cassiman omschrijft als een "container van een collectief geheugen', zal eind juli de expositie Het sublieme gemis beginnen. Juist in dit tijdloze bolwerk voor oude kunst wil hij actuele ontwikkelingen tonen: “Voor veel kunstenaars is de geschiedenis een zuiver heden”. Cassiman haalde de deelnemende Italiaanse kunstenaar Luciano Fabro aan die zozeer leeft met de kunstwerken van Michelangelo dat hij het gevoel heeft hem persoonlijk te kennen.

De oude kunst moet als referentiekader fungeren voor de recente. Jeff Walls levensgrote foto's van het moderne straatbeeld bij voorbeeld vertonen overeenkomst met de iconografische opbouw van zestiende- en zeventiende-eeuwse schilderijen, aldus Cassiman. Onder de 25 deelnemende kunstenaars treffen we voorts René Daniëls, Niek Kemps, Gerhard Richter, Robert Gober en Jan Vercruysse.

Voor het derde en laatste project vroeg Cassiman drie buitenlandse, zogenaamd "vrije' tentoonstellingsmakers om “de vinger om de pols van de actualiteit te leggen”. Vanaf eind september is het nog naamloze project te zien in het vernieuwde, uitgebreide MUKHA, het Antwerpse museum voor hedendaagse kunst. De Engelse Iwona Blazwick, de in Italië woonachtige Carolyn Christov-Bakargiev en de Fransman Yves Aupetitallot, allen werkzaam geweest in "alternatieve' expositieruimtes, lichtten toe dat het hier gaat om een "laboratorium-project". Geen presentatie dus van de meeest veelbelovende jonge kunstenaars van nu, maar van hen die - aldus Christov-Bakargiev - "in de marginaliteit opereren'.