Wie al jong zaait, heeft tijd om goed te boeren (2)

Door al van jongs af aan steeds iets opzij te leggen en dat tientallen jaren geduldig vol te houden, kan je zonder risico te lopen een vermogen opbouwen. Dat lukt alleen door die pot met goud als een serieus doel na te streven en de zaken daar omheen aan te pakken alsof het om ondernemen gaat.

De jonge twintigers die niet vies zijn van geld, reageren verschillend op zo'n planmatige aanpak: 'Ik ga liever twee keer per jaar lekker op vakantie.' Of: 'Dan kan ik nooit meer uit! Iedere avond bij me ouwe lui en de borrelnootjes zitten? Nooit!' Anderen, vooral zij die goed kunnen rekenen, openen binnen een paar dagen een spaarrekening. Soms samen, niet zo handig, met hun vriend of vriendin. Of ze bekijken de vergoeding op hun banksaldo ineens met enige argwaan.

Sommige ouwe knakkers reageren tegendraads: 'Laat die kinderen toch.' En: 'Wij laten ze straks genoeg na.' Grootouders, die de minder welvarende tijden nog kennen, zien wèl voordelen in de onderneming De Gouden Pot. Zulke sympathisanten moet een startende geldboer of -boerin natuurlijk koesteren.

Hoeveel moet men ieder jaar opzij leggen om over veertig jaar bijvoorbeeld een miljoen te bezitten? Dat hangt onder meer af van de rente, die zal fluctueren tussen 3 en 15 procent. Laten we eens uitgaan van gemiddeld zes procent. Dan vraagt dat ieder jaar een flinke investering/besparing van circa 6.500 gulden. Bij zeven procent 5.000 gulden en bij acht procent moet je 3.800 guldens zaaien. De oogst hangt af van de looptijd en de rente, indien de financieel agrarische ondernemer zich beperkt tot rentegevende gewassen die weinig aandacht en kennis vragen.

Een twintigjarige die over veertig jaar miljonair wil zijn (naast een pensioen in dienstverband) moet de hand nu aan de ploeg slaan, ieder jaar 3.800 gulden opzij leggen en acht procent maken. Is dat veel? Is dat veel wanneer de nouveau riche van de nieuwe dertiger jaren een eigen zaak begint die tijd en soms tienduizenden aan investering vergt. Nee! Zo'n 300 gulden per maand moet dus kunnen. Steun van de (groot)ouders mag niet afgewezen worden, want een stevige basis bij de opening van de Gouden Pot verlicht de inspanningen in de toekomst. Vergeet niet: 10 duizend gulden groeit, in 40 jaar tegen 8 procent, uit tot meer dan twee ton, die dan minder waard zijn door de aanhoudende inflatie.

Dan die 8 procent. Enige tijd geleden geen probleem. Nu ligt de rente onder het gewenste peil. Daar staat tegenover dat de besparingen voor de lange termijn zijn en niet op een direct opvraagbare rekening hoeven te staan. Dat scheelt.

Het zal bekend zijn dat rente door de fiscus als inkomsten belast wordt, op een vrijstelling van 1.000 gulden per jaar per volwassen persoon na. De banken melden die opbrengsten aan de belastingdienst. Verzwijgen helpt niet. De miljonair en route moet daarom fiscaal vriendelijk sparen, beleggen en verzekeren om die 8 procent te beschermen tegen afroming. Kan dat?

Het eerste deel van de route loopt via (spaar)rekeningen. Na ongeveer drie jaar 300 gulden per maand (exclusief extra's) overschrijdt de opbrengst de vrijstelling van 1.000 gulden. Dan wordt het tijd voor een nieuwe route, naast het aan te houden kapitaal van circa 12.500 dat beschikbaar blijft om in te zetten tegen hogere percentages. Wie weet. Dat is een van de opties.

Er bestaat ook een even grote vrijstelling voor dividenden op aandelen. In brochures van financiële instellingen staat vaak de suggestie aandelen (van hun fondsen) te kopen om van die vrijstelling te profiteren. Dat is geen duidelijk advies: je koopt aandelen(fondsen) omdat het aantrekkelijk lijkt en niet om een fiscale vrijstelling.

Na drie jaar kan je overwegen het spaarsaldo om te zetten in een rustige combinatie van goede aandelen en opties. Dat geeft dividend, een onbelaste optie-premie en wellicht onbelaste koerswinst. Samen boven de acht procent (netto) natuurlijk. Tegen die tijd moet de kleine ondernemer zelf die beslissing kunnen nemen en voldoende weten van die zaken.

Daarna begint, langs een tweede spoor, het vrije sparen, tot 12.500 gulden, opnieuw. Tenzij de rente te laag is en/of aandelen meer opleveren. Het gaat allemaal heel voorzichtig. Die splitsing over twee vormen/instrumenten, beleggen en sparen, vermindert het sterke effect van rente-op-rente c.q. opbrengst op opbrengst. Dat moet dus een goed berekende keuze zijn. Na zes jaar ligt het kapitaal tussen de 25 en 30 duizend gulden. De opbrengsten zijn niet belast. Nog vierendertig jaar voor de boeg! (wordt vervolgd, eerste artikel 27 februari)