VOOR DE ZWIJNEN

Pearls. Ornament and Obsession door Kristin Joyce en Shellei Addison 255 blz., geïll., Thames and Hudson 1992, f 117,80 ISBN 0 500 01560 0

Cleopatra, Coco Chanel, Koningin Elizabeth I, Prinses Diana, keizer Nero en Dame Edna hebben in ieder geval één ding met elkaar gemeen: een ongebreidelde passie voor parels. Vooral Elizabeth I (1533-1603) was verslaafd aan parels. Dag en nacht was ze ermee behangen. Haar garderobe telde 3000 jurken, 80 pruiken en tientallen oorhangers, ringen, colliers, haarnetjes en schoenen, die stuk voor stuk versierd waren met parels. Zelfs haar lievelings-huisdier, een klein wit hermelijntje dat ze vaak op haar arm droeg, was getooid met een geparelde halsband. Bij de begrafenis van Elizabeth stond bovenop haar kist een wassen beeld van de vorstin dat behangen was met haar lijfsieraden - uitgevoerd in was, dat wel.

Elizabeth I leefde niet voor niets in de "Pearl Age', schrijven journaliste Kristin Joyce en styliste Shellei Addison in het recent verschenen Pearls; Ornament and Obsession. Tijdens de renaissance waren parels zeer geliefd vanwege hun "natuurlijke schoonheid'. Ze werden geprefereerd boven edelstenen omdat ze niet gepolijst of geslepen hoefden te worden. Bovendien waren parels schaars en dus een echt statussymbool. In veel Europese landen waren speciale wetten van kracht die bepaalden wie wel of niet parels mocht dragen. Reden te meer voor sommige vorsten om zich zodanig met deze kleinodiën te behangen dat de Italiaanse dichter Petrarca spottend sprak van "versierde altaars op feestdagen'.

Pearls is niet het ultieme wetenschappelijke standaardwerk over dit onderwerp - daarvoor is het boek net te glossy - maar Joyce en Addison zetten wel op onderhoudende wijze de feiten op een rijtje. In kort bestek belichten zij de handel in parels vanuit het oude Perzië en India naar Europa, de ongelooflijke prestaties van de vrouwelijke parelduikers in Japan (die moeiteloos tot 20 meter diep duiken zonder hulpstukken), de opkomst van juweliers als Tiffany en Cartier (die in 1917 zijn nieuwe kantoor van zes verdiepingen contant betaalde met een parelketting), tot aan de artistieke verwerking van parelmoer in elektrische gitaren, damestasjes, telefoontoestellen en auto's.

MYSTERIE

Van oudsher wekte de parel, zo benadrukken Joyce en Addison, niet alleen hebzucht op, maar appelleerde ook aan gevoelens van mysterie en metafysica, vooral omdat de herkomst lang onbekend bleef. De Chinezen dachten dat de donder de mossel zwanger maakte en dat de parel 's nachts groeide door het licht van de maan. De Grieken associeerden parels met Aphrodithe, de godin van de liefde. Deze zou bij haar geboorte uit zee gestapt zijn waarbij de waterdruppels die ze van haar lichaam schudde, in parels veranderden

Hardnekkig was ook het geloof dat een parel vitaliteit en eeuwige jeugd aan de drager schenkt. Of dan ten minste de macht om bosbranden te voorkomen. Sommige culturen gebruikten de parel als medicijn of aphrosidiacum. En vrijwel door de gehele menselijke geschiedenis heen werd de parel zowel in verband gebracht met kuisheid en huwelijk als met passie en sex. Nog in het Victoriaanse Engeland gebruikte men het woord "parel' als eufemisme voor de clitoris. Een ondergronds pornografisch blaadje uit die tijd had dan ook de toepasselijke naam The Pearl.

Na eeuwen van wetenschappelijke gissingen en twijfel weten we nu dat de parel een min of meer regelmatig klompje parelmoerstof is, dat in het lichaam van de pareloester of -mossel wordt gevormd. Zij ontstaat doordat mantelepitheel (het goedje dat parelmoer vormt aan de binnenzijde van de schelp) in het bindweefsel van de mantel terechtkomt, bijvoorbeeld door zandkorrels of parasieten.

Naast de bekende ronde vorm, hebben parels bijna alle soorten en maten. In Pearls staan ze allemaal: peervormige, langwerpige of zelfs x-vormige. Tegenwoordig worden ze op industriële wijze gekweekt en nagemaakt, waardoor de glans er toch een beetje vanaf gaat. Het resultaat is dat jan en alleman ermee kan lopen, zoals die Amerikaanse dame die in de jaren vijftig een jurk liet maken van 100.000 gekweekte parels - hetgeen toentertijd toch nog altijd een slordige 900.000 dollar kostte.

Veel beroemde echte parels uit de wereldgeschiedenis zijn overigens verdwenen, zoals het exemplaar dat Cleopatra in haar wijnglas opdronk na een weddenschap met Marcus Antonius. Of de onschatbare peervormige parel, wijd en zijd vermaard vanwege de ongekende perfectie, die een Perzische koning in de laat-Romeinse tijd na een nederlaag op de grond wierp, waarna zijn paarden haar vertrappelden.

Enkele hebben echter de stormen des tijds wel overleefd, waaronder "la Peregrina', ook wel bekend als "de onvergelijkbare zwerfster', die in 1560 door een slaaf werd gevonden voor de kust van Panama. De slaaf verkreeg door de vondst zijn vrijheid, en de parel belandde via de Spaanse koning Philips II en de Schotse koningin Mary Stuart uiteindelijk in handen van Elizabeth Taylor, die haar in 1969 als kadootje kreeg van Richard Burton. Jammer genoeg gebruikte haar hond de parel onlangs als kluif, waardoor die danig beschadigde en de waarde ervan met vele honderdduizenden guldens daalde. Overigens is la Perigrina nog niets vergeleken bij de grootste parel ter wereld, de "Parel van Azië', die ruim anderhalf ons weegt en eruit ziet als een kleine aubergine.

Parels hebben vaak schrijvers en dichters geïnspireerd. Joyce en Addison noemen zelfs de Nederlandse poëten Matthijs de Castelein, Jacob Franz Sleutel en Jacob Cats - naast bekende parelliefhebbers als Shakespeare en John Steinbeck, schrijver van The Pearl uit 1947. Ook de Amerikaanse schrijfster Dorothy Parker greep wel eens naar de parel om literaire kwesties op te lossen. Zoals toen ze haar aartsvijandin Clare Booth Luce eens bij een deuropening ontmoette. Die liet Parker voorgaan met de opmerking: ""Age before beauty'', waarop Parker doorliep onder het uiten van de riposte ""Pearls before swine''.