"Twee keer gescoord, meneer, en een keer op de lat geschoten"

De afgelopen twee weken hield Ajax z'n jaarlijkse jeugddagen. Twaalfhonderd jongens tussen zes en zestien, van Schiermonnikoog tot Maaseik, mochten hun talenten tonen. Een record. Op zoek naar Bergkampjes en Jonkies.

AMSTERDAM, 6 MAART. De spanning giert 's ochtends om negen uur door de afgeladen kantine van Voorland. Vaders en moeders, broers en zussen, opa's en oma's, jeugdleiders _ de een nog nerveuzer dan de ander _ ze worden allemaal verwelkomd in de volle kantine van Voorland. Ja, ook de zaakwaarnemers. Er wordt hard gelachen. Maar Tonnie Pronk, assistent directeur technische zaken bij Ajax, meent het serieus. Want je weet het maar nooit, tegenwoordig.

De mededeling ontgaat de meeste jongetjes. Stijf van de zenuwen omklemmen ze met de ene hand de hengsels van hun voetbaltas en met de andere De Brief van Ajax. “Gefeliciteerd”, roept Pronk, “jullie mogen vandaag laten zien of je talent hebt.”

Geduldig legt hij uit dat ze allemaal een wedstrijdje van twee keer een half uur mogen spelen. “Voor de meesten zal het teleurstelling zijn”, vergeet hij er niet toe te voegen. “'t Kan best zijn dat we het vandaag niet gezien hebben. Maar blijf je best doen bij je eigen club en probeer het volgend jaar weer.”

Vorige week werd zowaar een meisje waargenomen op de instuif. Ze had keurig haar leeftijd, haar club en haar positie in het elftal op het inschrijfformulier ingevuld. Maar van haar voornaam alleen de eerste letter. Met het haar in de kraag verstopt schuifelde ze het veld op en speelde mee. Ze bleek nog aardig te kunnen voetballen, als rechtsbuiten. Maar al snel viel op dat ze geen jongen was. “Hardstikke leuk”, vertelt Pronk in de kantine, “maar we zijn geen damesvoetbalvereniging. Het gaat er toch om dat we jongens opleiden. Want die moeten straks tussen die vier masten spelen.”

Van Schiermonnikoog tot Maaseik, uit heel Nederland kwamen ze vorige week en deze week naar Ajax om hun talenten te tonen. Van zeven tot zestien jaar, twaalfhonderd jongens werden uitgenodigd, vierhonderd kregen een afschrijving. Zoveel konden er niet ondergebracht worden. Daarvoor is de accommodatie achter het Ajax-stadion te klein.

Sinds drie jaar worden de jeugddagen gehouden op inschrijving. In het verleden werd tijdens de Krokus-vakantie gewoon de poort opengegooid. Maar dan was de chaos niet meer te overzien. Ajax heeft nu eenmaal zo'n grote aantrekkingskracht, weet Pronk. “Het was instuiftoerisme geworden. Alleen maar naar Ajax komen om z'n dag te kunnen meemaken. Daar hebben we paal en perk aan moeten stellen. Het eerste jaar dat we dit op inschrijving organiseerden waren er zeshonderd aanmeldingen, vorig jaar achthonderd, dit jaar het dubbele.”

Dagelijks werden zo'n tweehonderd jongens, elke dag een leeftijdscategorie, geobserveerd door trainers en leiders van Ajax. Op grond van de opgegeven plaats die ze bij hun club bezetten, kregen ze een hesje met een rugnummer die correspondeert met hun voorkeurpositie. Gewapend met lijsten van namen en een scherp voetbaloog omzoomden de trainers het veld. Jongens met talent kregen een kruisje achter hun naam. Ze worden over veertien dagen aangeschreven voor een volgende selectiewedstrijd. Jongens die niet verder mogen, krijgen geen brief, benadrukt Pronk in zijn toespraakje. “Maar jullie moeten allemaal een prettig gevoel overhouden aan zo'n dag”, zegt Pronk. “Daarom krijg je allemaal een vaantje van Ajax en een foto van de eerste elftal-selectie.”

Mkasmi heeft het vaantje en de foto aan zijn vader gegeven. Hij is twaalf jaar, van Marokkaanse afkomst. Hij speelt bij DWV in de spits. Een spits met overzicht en een opvallend beheerste balvaardigheid, zo bleek. Natuurlijk, had hij gescoord. Niet gezien? Hij had bijna moeten afzeggen, vertelt zijn vader, gisteren had hij nog griep. Gepaste trots. Twee jaar geleden is Mkasmi's twee jaar oudere broertje aangenomen door Ajax, ook na de jeugddagen. Ook een spits. Maar als de concurrentie in de familie te groot wordt, kan Mkasmi altijd nog rechtsbuiten spelen, zegt vader.

Remi, een blonde linker middenvelder van 12 jaar, zit met hoogrode konen aan zijn cola te lurken. Hij speelt bij Zaan '90, ook als linker middenvelder, maar hij is puur rechts. Om Remi kan Pronk en de zijnen niet meer heen, zou je zeggen. Opvallend aanwezig, over het hele veld. “Twee keer gescoord, meneer, en een keer op de lat geschoten.” Vooral die stift, het tweede doelpunt, moet indruk hebben gemaakt. “Hij zenuwachtig, nooit”, zegt z'n vader. “Nou, in het begin wel hoor, ik kreeg gewoon geen bal”, bekent Remi.

De norm is natuurlijk vrij hoog bij Ajax, benadrukt Pronk. Hij is al veertig jaar lid va de club. Dat geeft een band, net zol i al die andere trainers en leiders. Een familieband. “Dan weet je gevoelsmatig: dat jongetje heeft iets dat bij Ajax past, dat kan wat worden. Je laat je Ajax-hart spreken. En ze moeten een beetje multifunctioneel zijn, zoals dat bij Ajax tegenwoordig heet.”

Dat zelfbewuste, die neiging aanvallend en op de helft van de tegenstander te spelen, dat zit er al vroeg in. Dan zie je een donker jongetje met een hesje met rugnummer 11 over zijn frele lijfje de ene subtiele passeerbeweging na de andere maken en gaan je gedachten willekeurig uit naar Brian Roy. Of een elegante spits met rugnummer 10, met een hang naar kapbewegingen en stiftballen, een jongere uitgave van Dennis Bergkamp. Of een spelverdeler met rugnummer 4.

Zo zal het blijven gaan in de ontwikkeling bij Ajax, van E2 tot het eerste. Iedere positie heeft hetzelfde nummer. Zodat jeugdspelers naar het eerste elftal kunnen kijken en "hun' speler met hun nummer gemakkelijk kunnen volgen en kunnen zien welke taken bij die positie horen.

Ajax is niet alleen afhankelijk van jeugddagen als de afgelopen weken. Een keurcorps van interne en externe scouts loopt wekelijks de Nederlandse voetbalvelden, maar ook de buitenlandse af. Daarnaast houdt Ajax instuiven op locatie. Vorig jaar werden in de herfstvakantie in Huizen en Hoofddorp en Purmerend een dag voor jongetjes van zeven, acht jaar (E2-tjes) gehouden. Er waren er 300. Een aantal werd geselecteerd en mocht deze week terugkomen om nogmaal zijn talent te tonen.

Het ligt in de bedoeling meer instuiven op locaties te organiseren. Voorlopig binnen een straal van dertig kilometer van Amsterdam. Ajax moet bereikbaar blijven voor de jongens. Hele jonge talenten die uit andere delen van het land komen, worden (nog) niet naar Amsterdam gehaald. Die blijven bij hun vereniging spelen, maar komen wel in het bestand van Ajax en worden op afstand gevolgd. Een internaat wil Ajax niet. De jongens moeten in hun eigen omgeving en hun eigen sociale milieu, op hun eigen school opgroeien. Alleen voor de echt hele goede, uit het buitenland bijvoorbeeld, wordt een gastgezin gezocht.

Jongens die uit de instuif worden geselecteerd zijn nog er nog lang niet. Ze worden uitgenodigd voor een volgende selectiewedstrijd, samen met "gescoute' spelertjes. Uiteindelijk worden er zo'n veertig jongens, verdeeld over de verschillende leeftijdscategorieen, bij Ajax aangenomen. Nieuwe spelers moeten vervolgens een aantal weken de hele Ajax-opleiding en school meemaken om te zien of zij zich daarin thuisvoelen en of ze "het' aankunnen. “Vorig jaar”, verklaart Pronk, “hebben we 46 spelers aangenomen. Uit een aanbod van 750 jongens op onze instuif. Daarvan kwamen er twintig uit de scouting en 26 uit de instuif.”

Ajax wil het scoutingssysteem automatiseren. Zodat met een toetsinslag alle linksbenige voetballers, van elke leeftijd, opgevraagd kunnen worden. Of hoeveel spelers er uit Amsterdam, Utrecht, Nijmegen of Noorwegen komen. Een juist gestart onderzoek moet duidelijk maken waarom de ene speler de top wel haalt en de andere niet. Over een periode van vier jaar worden de gegevens verzameld van alle spelers van B1, A2 en A1 om een lijn te kunnen ontdekken in voetbalprestaties, blessure-incidentie, beoordeling trainer, beoordeling jeugdleider, sociaal psychologisch onderzoek en medisch fysiologische gegegeven. Het wetenschappelijk gedeelte is in handen van Nico van Ieperen, een psycholoog aan de Universiteit van Nijmegen, het medisch fysiologische door kracht- en looptrainer Laszlo Jambor en clubarts Piet Bon.

Toch moet Ajax regelmatig spelers kopen wil de club met de top meedraaien. “Je kunt wel proberen te vermijden dat er gaten vallen in de doorstroming, maar het gebeurt, om wat voor reden dan ook”, zegt Pronk. In zijn toespraakje aan de familie en hun talentvolle verwanten legt hij dat nogmaals uit. “75 Procent van de jongens die bij Ajax tot het eerste doordringt, komt uit de jeugdopleiding. Dat is onze kracht. Dat willen we zo houden. Daarom hebben we jullie vandaag uitgenodigd.”

De spanning wordt te groot in de kantine. De jongens willen voetballen. Daarvoor zijn ze gekomen. Maar Pronk wil nog een ding kwijt. Bijna was hij vergeten dat de ouderlijke trots grenzeloze vormen zou kunnen aannemen. Nog eenmaal verheft hij daarom zijn stem: “En ouders graag buiten de hekken blijven.” Ze horen het niet eens meer.