Solide Kok zet zijn reputatie op het spel

DEN HAAG, 6 MAART. Het kabinet Lubbers-Kok loopt zich warm voor een eigen versie van de majeure saneringsoperatie Centurion. Volgende week wordt een begin gemaakt met het opstellen van de (verkiezings)begroting voor 1994. Om aan de financiële afspraken van het regeerakkoord te voldoen, zou het kabinet dit jaar nog 2,5 miljard gulden moeten bezuinigen en in 1994 negen miljard.

Maar de norm uit het regeerakkoord is voor PvdA-minister Wim Kok (financiën) “geen ijzeren randvoorwaarde” meer. (Economische) nood breekt wet. Door de tegenvallende economische ontwikkeling heeft het industriebeleid weer een prominente plaats gekregen op de politieke agenda. Ondernemers weten de weg naar hun oud-collega Koos Andriessen - nu minister van economische zaken - te vinden. En CDA-minister Andriessen heeft zijn collega's Kok en Lubbers al laten weten dat hij extra geld wil voor het industriebeleid; een bedrag van één à twee miljard gulden zou op zijn "wensenlijstje' staan.

De prognoses. Het Centraal Planbureau voorspelt voor dit jaar een economische groei van 0,6 procent en voor volgend jaar twee procent. Magere cijfers in vergelijking met een gemiddelde groei van ruim drie procent aan het begin van dit decennium. De economische terugval heeft directe gevolgen voor de werkloosheid. Na een gestage daling van 346.000 in 1990 naar 300.000 in 1992 stijgt de werkloosheid dit jaar en volgend jaar met 117.000 personen.

Tegen deze achtergrond is Kok bereid zijn reputatie van solide van minister van financiën op het spel te zetten. Een leger - stemgerechtigde - werklozen zal weinig begrip kunnen opbrengen voor een keurig gehaalde norm van het financieringstekort van 3,25 procent in het verkiezingsjaar. Bezuinigingen hebben een negatief effect op de werkloosheid, meent de Keynesiaan Kok.

Begin november hield minister Andriessen een soortgelijk pleidooi. “We moeten dus nu niet gaan bezuinigingen om de tegenvallende belastingontvangsten (gevolg van een lagere economische groei, red.) op te vangen”, zei de oud-hoogleraar economie. Minister-president Lubbers had zich in het voorjaar al beklaagd over het strakke corset van het regeerakkoord. De CDA-bewindslieden in het kabinet staan pal achter hun collega van financiën. En daarmee riskeren ze een politiek conflict met hun fractie in de Tweede Kamer. Fractievoorzitter Brinkman wil immers dat het kabinet onverkort vasthoudt aan de afspraak van het Regerakkoord.

Maar het financieringstekort en ook de vermaledijde koopkrachtplaatjes - vorig jaar nog goed voor een kabinetscrisis - moeten wijken voor de werkgelegenheid. Lubbers, Kok en minister De Vries (sociale zaken) inventariseren op dit moment de maatregelen die een forse impuls kunnen geven aan de werkgelegenheid.

Kok heeft de Tweede Kamer deze week al laten weten dat hij de lasten voor burgers en bedrijven wil verlagen ondanks de financiële problemen van het kabinet. De belasting op arbeid moet omlaag om de werkgelegenheid te stimuleren. Een wens van CDA-minister De Vries kan daarbij in vervulling gaan, namelijk een verdere verhoging van de vaste aftrek voor werkenden (het arbeidskostenforfait). Een groter verschil tussen loon en uitkering moet werklozen prikkelen een baan te zoeken.

Verder wordt arbeid goedkoper wanneer het tarief in de eerste belastingschijf wordt verlaagd. Het CPB heeft bijvoorbeeld berekend dat een verlaging van het tarief in de eerste schijf met een half procent per jaar in de periode 1995-1998 in het eerste jaar drieduizend extra banen oplevert en na vier jaar 27.000. Totale kosten: ongeveer zes miljard gulden. Om op de korte termijn de werkgelegenheid een impuls te geven, wordt onder meer gedacht aan een verruiming van de wet Kaderregeling Arbeidsinpassing waarbij werkgevers een loonkostensubsidie ontvangen wanneer ze een werkloze in dienst nemen.

Bij de mega-bezuinigingsoperatie zullen verder de overheidsinvesteringen - goed voor de werkgelegenheid - zoveel mogelijk worden ontzien. De overheidsinvesteringen laten sinds 1970 een vrijwel continue daling; een trend die vorig jaar is afgevlakt in een stabilisatie. In vergelijking met de omringende landen zijn de consumptieve overheidsuitgaven relatief hoog. Centurion à la Kok houdt verschuiving in “van lenen en consumeren naar sparen en investeren” (Miljoenennota 1993).

Het CDA lichte gisteren al een tipje op van het begrotingsbeleid na 1994. “Het lijkt me verstandig als er pas op de plaats wordt gemaakt”, zei het prominente CDA-lid dr. J. Zijlstra. De voorganger van minister Kok (1958-1963) en oud-president van De Nederlandsche Bank is voorzitter van een studiegroep die een advies opstelt voor CDA-verkiezingsprogram. Conform de ideeën van Andriessen pleit Zijlstra voor een bevriezing van de overheidsuitgaven; ze mogen alleen aan de inflatie worden aangepast.

“Was het maar zover”, verzucht een ambtenaar van financiën. “Dan hadden we het jaarlijkse circus van het proefbalonnen, extra claims en lekken naar de pers weer achter de rug. Voorlopig maakt de "pc' overuren.” Als het aan zijn politieke baas ligt, wordt op korte termijn de financieel-economische knoop doorgehakt. De beslissingen die genomen gaan worden, lenen zich niet voor verkiezingsleuzen.