Slurfcontroles

“SINDS 1985 is er paniek in het Nederlandse asielbeleid”, constateerde het NJCM Bulletin, Nederlands tijdschrift voor mensenrechten, onlangs in een redactioneel commentaar. In genoemd jaar viel in Europa het aantal asielzoekers voor het eerst hoger uit dan dat van de legaal toegelaten gastarbeiders. Dat was het begin van een nieuwe fase die er, in de woorden van de Europese Commissie, door wordt gekenmerkt “dat het niet altijd mogelijk is de sereniteit te laten prevaleren”.

Symptomatisch zijn de zogeheten “slurfcontroles” door de Koninklijke Marechaussee op Schiphol bij de aankomst van vluchten uit notoire aanvoerlanden van oneigenlijke (economische) vluchtelingen. Het gaat hier om een typische noodmaatregel met een ontmoedigend karakter. Toch heeft iedere vreemdeling die aan de grens om asiel vraagt recht op gehoor, ook al worden negen van de tien ten slotte geheid afgewezen.

Haar operaties in dit menselijke mijnenveld zijn de Marechausse komen te staan op een zwartboek met klachten van de vereniging Vluchtelingenwerk. Voor de ministers van justitie en defensie was dit aanleiding tot een “diepgaand onderzoek” waaruit zij concludeerden dat geen sprake is van “structureel falen” op Schiphol. De Marechaussee opereert volgens de bewindslieden integendeel in het algemeen op een juiste wijze aan de uitgang van vliegtuigen.

Deze bevinding contrasteert met de uitkomsten van een eigen onderzoek door de Nationale Ombudsman. Hij oordeelde vier van de tien gevallen beneden de maat terwijl het kabinet niet verder kwam dan ruimte voor twijfel in twee van de negentien gevallen. Ook de Ombudsman meent dat niet gesproken kan worden van systematisch falen maar hij wijst er terecht op dat ieder geval waarin iets misgaat er één te veel is. Er is inderdaad geen reden tot zelfvoldaanheid. De Ombudsman noemt het dringend nodig de Marechaussee beter voor haar lastige taak op Schiphol te vormen en toe te rusten.

DAT ER IETS moet worden gedaan aan de slurfcontroles beseffen de verantwoordelijke bewindslieden zelf ook wel. Zij gaan een gespecialiseerde groep vormen die wordt ondersteund door een vooruitgeschoven post van de Directie vreemdelingenzaken van het ministerie van justitie. Zoveel is er dus kennelijk toch wel aan de hand en het was beter geweest wanneer de ministers daar dan ook maar duidelijk voor waren uit gekomen. Nu deed de wens kool en geit te sparen hen niet toekomen aan verdere verbeteringen die de Ombudsman wèl voorstelt, zoals de aanwezigheid van een meerdere bij slurfcontroles en een telefonische hulplijn.

De voorzitter van de ministerraad gaf deze week trouwens ook een bijdrage aan de halfslachtigheid in een gesprek met een CDA-blad over het Nederlandse antwoord op het migrantenprobleem. De “kritische grens” is bereikt, waarschuwde premier Lubbers, maar de regels mogen niet leiden tot “ijzigheid”. Zijn parool voor het toelatingsbeleid was ernaar: gestrengheid en menselijkheid. Zoiets kan moeilijk erg verhelderend heten voor de marechaussees aan de slurf.