Short & co

Het was een vreemde en verwarrende fax waarin vorige week de onthoofding van de Wereldschaakbond (FIDE) werd aangekondigd. De inhoud was duidelijk. Kasparov en Short hadden de handen ineengeslagen en wilden het wereldkampioenschap zelf regelen, buiten de FIDE om. Maar van wie kwam die fax? De afzender was de Professional Chess Association. Een gloednieuwe vereniging, zonder statuten, adres of briefpapier en met voorlopig twee leden: Kasparov en Short.

Bestudering van fax- en telefoonnummer van de afzender leerde waar het bericht was weggestuurd. Het waren de nummers van het huisadres van Raymond Keene, schaakmedewerker van The Times. Op de fax werd de naam genoemd van een dame die verdere inlichtingen kon geven over deze spectaculairste coup in de geschiedenis van de wereldschaakbond. Die naam was bekend bij ingewijden in de Engelse schaakwereld. Het was de naam van het kindermeisje van de familie Keene. En hoewel het kindermeisje weinig concrete inlichtingen kon geven, werd toch duidelijk dat de fax inderdaad namens Kasparov en Short was weggestuurd.

De volgende dag stond er een ronkend hoofdartikel in The Times. De stap van Kasparov en Short werd geprezen als een triomf voor vrijheid, meritocratie en democratie. Jeltsin en Major, leiders van twee landen in nood, werden opgeroepen een voorbeeld te nemen aan het doortastende optreden van hun schakende landgenoten. Natuurlijk werd niet vermeld dat de schrijver van dit hoofdartikel dezelfde man was die namens Kasparov en Short de fax had opgesteld die er zo uitbundig in werd geprezen.

Begeerte moet Short hebben aangeraakt. Men stelle zich hem voor, op de boot van Italië naar Griekenland, waar zijn vrouw op hem wacht. De zon schijnt en op een dekstoel droomt Short van de miljoenen ponden die straks van hem zullen zijn. Aangekomen in Athene merkt hij dat het totale prijzengeld van de match die de FIDE in Manchester zou organiseren, slechts een miserabele drie miljoen gulden is. Valt er niets aan te doen? Hij belt met zijn vriend Dominic Lawson, hoofdredacteur van de Spectator. Die neemt contact op met zijn schaakmedewerker, eerdergenoemde Raymond Keene, een man met vele functies. En achter een glaasje champagne wordt in een vloek en een zucht een stoutmoedig plan geboren: het wereldkampioenschap wordt geprivatiseerd. Is het zo gegaan? Volgens de Engelse schakers die ik gesproken heb wel.

En hoe gaat het verder? Als de putchisten hun zin krijgen, gaat het zo: de match gaat alsnog naar Londen, georganiseerd door Channel Four. Keene komt iedere dag op de televisie. Short wordt alsnog miljonair. De FIDE is uitgeschakeld. Jammer voor de organisatoren in Manchester, die kort daarvoor op persconferenties nog zo warm omhelsd werden door Short. Jammer ook voor de Grandmasters Association, waar Short voorzitter van is. Die zou, volgens een overeenkomst met de FIDE, een deel van het prijzengeld van de match krijgen. Geld dat absoluut noodzakelijk is voor het voortbestaan van de organisatie. Daar is nu geen sprake meer van. Short heeft zijn eigen vereniging om zeep geholpen. Leuk zou de ontwikkeling misschien voor Karpov en Timman zijn. Volgens de reglementen van de FIDE moeten zij dan als invallers om het wereldkampioenschap spelen en Manchester is contractueel verplicht om die match volgens de oorspronkelijke voorwaarden te organiseren. Onze man toch nog wereldkampioen! Karpov-Timman in Manchester, terwijl tegelijkertijd in Londen Kasparov-Short wordt gespeeld. De toch al zo geplaagde noorderlingen zouden hun miljoenen net zo goed meteen in het Manchester Ship Canal kunnen gooien.

Maar op allerlei manieren kan het anders gaan. De FIDE bereidt een proces voor tegen de afscheidingsbeweging. Dat proces heeft geen kans van slagen. Maar de dreiging ermee kan wel sponsors afschrikken, die het misschien niet prettig vinden om een piratenmatch te steunen. De dreiging zou een compromis kunnen afdwingen. Bijvoorbeeld het volgende: de match komt in Londen, toch onder auspiciën van de FIDE, met een prijzengeld dat iets hoger is dan dat wat vorige maand op tafel lag. Short zou zich niet meer kunnen vertonen binnen de grenzen van zijn geboorteplaats Manchester, waar hij onmiddellijk aan een lantarenpaal op het stationsplein zou worden opgehangen, maar daarmee valt te leven. Alle onrust zou een storm in een glas water zijn geweest.

Er is ook nog een heel ander scenario denkbaar, waar Short misschien niet aan gedacht heeft. Hij heeft in het verleden Kasparov een Aziatisch despoot en een schoft genoemd. Iemand met wie geen normaal menselijk contact mogelijk is. Meer een aap dan een mens (vanwege de lichaamsbeharing van de wereldkampioen). Nu zijn Kasparov en Short opeens goede vrienden, althans zakenpartners. Maar Kasparov houdt zich stil en het is wel zeker dat er vele plannetjes door zijn hoofd gaan.

Op 22 maart moeten in Londen de nieuwe biedingen op de match Kasparov-Short onthuld worden. Stel dat Kasparov dan het volgende zegt: ""Het valt toch tegen, dat prijzengeld dat nu wordt aangeboden. Geen wonder eigenlijk, want iedereen weet dat Short veel te zwak is om tegen mij te spelen. Hij is de uitdager die uit de door de FIDE georganiseerde cyclus naar voren is gekomen. Maar met die FIDE hebben we niets meer te maken, die heeft Short voor me afgeschaft, waarvoor ik hem hartelijk dankbaar ben. Toevallig weet ik dat er in New Delhi veel meer geld beschikbaar is, maar dan moet ik natuurlijk wel tegen Anand spelen. Nu, dat is ook veel beter voor iedereen. Prachtige propaganda voor het schaken in Azië! De hele schaakwereld zal me dankbaar zijn, want Anand is veel sterker dan Short en bovendien heeft hij me geen aap genoemd. Ik kom als pleister op de wonde nog wel eens een vluggertjesmatch in Londen spelen tegen Short, als ik klaar ben met Anand.''

Wat zou Short daar tegenin kunnen brengen? Er is dan niemand meer die hem beschermen kan. De FIDE heeft hij zelf machteloos willen maken. Zijn eigen Grandmasters Association heeft hij het mes in de rug gestoken. Met zijn actie heeft hij zich met huid en haar overgeleverd aan de grillen van Kasparov. Wat zal die glimmen in Linares. De gehate FIDE het wereldkampioenschap afgepakt en daarmee alles wat ermee te maken heeft: zonale en interzonale toernooien, kandidatenmatches. De nog meer gehate Grandmasters Association, zijn verstoten kind, de definitieve doodklap toegebracht. Short geheel in zijn macht. En alles zonder er zelf iets voor te hebben hoeven doen. Zou hij niet toch tegen Short spelen, en eisen dat 95 procent van het prijzengeld naar de winnaar gaat? Ach, er zijn zoveel mogelijkheden, het leven is mooi...

Zo hoeft het niet te gaan natuurlijk, maar het feit dat het denkbaar en mogelijk is dat het zo zal gaan, zal zorgen dat andere topspelers zich wel drie keer zullen bedenken voor ze zich aansluiten bij die zogenoemde Professional Chess Association van Kasparov en Short. Voor de keuze gesteld om afhankelijk te zijn van de FIDE of van de luimen van Kasparov, zullen ze, met al hun bezwaren, voor het eerste kiezen. Maar als het zo gaat als in het perfide scenario dat ik net geschetst heb, zal ik geen medelijden met Short hebben. Zijn positie tegenover de Grandmasters Association, die hem in goed vertrouwen tot voorzitter heeft benoemd, is die van een penningmeester die er met de clubkas vandoor gaat. Juridisch waarschijnlijk niet, maar moreel wel.