President Soeharto is al zeker van zijn toekomst

JAKARTA, 6 MAART. Rondom het parlementsgebouw in Jakarta-Senayan zijn dezer dagen elfduizend politiemannen samengetrokken, de meesten in alledaags dienstenue en de rest in burger. Mochten de beraadslagingen worden opgeschrikt door relschoppers buiten, dan liggen de helmen en rotan schilden binnen handbereik en zijn tientallen politiehonden beschikbaar. Ook in het volkspaleis met de futuristische dakconstructie doen ordebewaarders de ronde. Volgens de Indonesische minister van defensie L.B. Moerdani wordt een rustig verloop van het Vijfde Volkscongres vooral "van binnenuit' bedreigd.

Die uitlating van de minister was eerder een laatste waarschuwing dan een voorspelling. Van "buitenparlementaire' acties is geen sprake en binnen verdringen de duizend gedelegeerden zich niet rond de interruptiemicrofoon maar om de stalletjes met souvenirs. Hun taak zat er eigenlijk al op voordat zij zich maandag al dan niet per regeringslimousine naar Senayan lieten rijden om te luisteren naar de openingsrede van president Soeharto.

De taak van het om de vijf jaar vergaderende Volkscongres komt hierop neer: vaststelling van een regeringsprogramma voor de komende periode en de verkiezing van een president en vice-president. Dat programma is de laatste zes maanden in een reeks commissievergaderingen op papier gezet en nog voor de huidige zitting waren alle fracties het eens over de bezetting van de twee hoogste ambten. Soeharto wordt voor de zesde keer president en zal ditmaal worden bijgestaan door de onlangs gepensioneerde stafchef van de strijdkrachten, generaal b.d. Try Sutrisno. De algemene beschouwingen over de presidentiële verantwoording van maandag zijn een formaliteit: een verwerping zou Soeharto's terugkeer immers op losse schroeven zetten.

Toch hangt er een lichte spanning in het parlementsgebouw. Voor het eerst sinds mensenheugenis heeft het secretariaat van het Volkscongres stemkaarten laten drukken en het hardnekkige gerucht doet de ronde dat de beraadslagingen zullen worden onderbroken door interrupties. De kleinste fractie, die van de populistische PDI (Democratische Partij van Indonesië), heeft een ontwerpbesluit opgesteld over de gelijke behandeling van politieke partijen bij verkiezingen en bij de samenstelling van het kabinet. Geen overbodige zet, want regeringspartij Golkar, de in een partijjasje gestoken bureaucratie, controleert al twintig jaar de stembussen en Soeharto's kabinetten bestonden uitsluitend uit Golkar-leden. Wel een kansloze zet, want Golkar en de strijdkrachten zullen het ontwerp niet steunen. De PDI heeft echter aangekondigd om het "ter politieke lering van het volk' alsnog in stemming te brengen, een precedent in Soeharto's Nieuwe Orde.

Een ideale zitting van het Volkscongres verloopt, in het Indonesisch, lancar, aman dan tertib (wrijvingsloos, veilig en ordelijk). Besluitvorming met algemene stemmen is niet voorgeschreven, maar tot stemmingen is het nooit gekomen. Unanimiteit werd de afgelopen twintig jaar bijna volledig gewaarborgd door binnenskamers overleg, een strakke fractiediscipline en, in voorkomende gevallen, met behulp van de interne ordedienst.

Tijdens de zitting van 1988, die achter de schermen werd omgeven door een krachtmeting tussen het leger en Soeharto, greep een lid van de legerfractie naar de microfoon om bezwaar te maken tegen de kandidatuur van Golkar-voorzitter Sudharmono voor het vice-presidentschap. Hij werd door de ordedienst ijlings afgevoerd. Bij deze zitting is men op alles voorbereid: wie wil interrumperen, heeft toestemming nodig van zijn fractie en een afgevaardigde die deze "afspraak' negeert, ziet zijn microfoon uitgeschakeld.

De president van de Republiek wordt krachtens de Grondwet van 1945 aangewezen door het Volkscongres. Of dit mandaat een uitdrukking is van de "volkswil' is de vraag. De meeste congresleden hebben hun zetel namelijk te danken aan de "mandataris' zelf. Het hoogste politieke orgaan van Indonesië bestaat voor de helft uit de vijfhonderd leden van het parlement. Daarvan worden er slechts vierhonderd verkozen - die van Golkar, de islamitische PPP en de PDI - de overige honderd zijn benoemde vertegenwoordigers van de strijdkrachten. De andere helft van het Volkscongres bestaat uit aanvullende vertegenwoordigers van de vier parlementsfracties - bij elkaar 251, waarvan 142 Golkarleden en 50 militairen - 149 regionale afgevaardigden en 100 leden van "maatschappelijke en religieuze organisaties', geselecteerd op hun politieke loyaliteit.

Het Volkscongres verleent een mandaat van vijf jaar aan het staatshoofd en gaat vervolgens uiteen. Het tussentijdse toezicht wordt toevertrouwd aan de Kamer van Volksafgevaardigden (het parlement). Als het parlement van mening is dat de president afwijkt van zijn mandaat, kan het met tweederden van de stemmen een speciale congreszitting bijeenroepen. Dat is nog nooit gebeurd, niet onbegrijpelijk gezien de getalsverhoudingen en de geldende procedures.

In feite behoeven alle Golkar-afgevaardigden (zowel de parlementariërs als de aanvullende congresleden) de zegen van Soeharto als voorzitter van Golkars Commissie van Toezicht. Hetzelfde geldt voor de 150 ABRI-afgevaardigden en de gedelegeerden van de regio's (door Soeharto benoemde bestuurders) en van de "groepen'. De enige fracties in het Volkscongres waar Soeharto weinig over te zeggen heeft, zijn die van PPP en PDI, samen slechts 177 van de duizend afgevaardigden. Die zijn alleen verantwoording schuldig aan hun partijbestuur.

De congresleden worden met klem verzocht tijdens de plenaire zittingen hun mond te houden, maar worden verder met alle égards omgeven. Zij worden gedurende de zittingsperiode op staatskosten ondergebracht in de beste hotels van Jakarta, krijgen een auto met chauffeur en een dagvergoeding van zeventig gulden, voor de meeste Indonesiers een maandinkomen. Omdat de kaarten goeddeels zijn geschud en verrassingen onwaarschijnlijk zijn, storten de Indonesische journalisten in het parlementsgebouw zich op de politieke kruimels.

De gedelegeerden worden buiten de vergaderzaal bestookt met vragen: “Komt er een stemming? Gaat U interrumperen?” De inmiddels demissionaire leden van het kabinet - zonder uitzondering opgenomen in de Golkar-fractie - krijgen steevast de vraag: “Komt U straks terug als minister?” De bewindslieden houden zich glimlachend op de vlakte; hun politieke lot ligt immers in handen van het staatshoofd. Die is formeel ook uitgediend, maar hij is ten minste zeker van zijn toekomst.