Plat

Naar het schijnt gaat Nederland anders spreken. Men kan het platter noemen, slordiger, maar misschien ook preciezer. In ieder geval anders.

Is dat erg?

Voor de oorlog sprak alleen het Volkstoneel plat. De grote komieken van die tijd spraken niet plat, hoogstens Gronings, wat dan voor alle dialecten stond. Gronings stond voor platteland en het leek zowel op het echte Gronings als op het Achterhoeks en het Twents, maar het was een aan mekaar geleerd toneel-Gronings, na de oorlog nog veel beoefend door Corrie Vonk, die trouwens ook de e-a-wechsel uitgevonden heeft en doorgaf aan haar pupillen. (Om even iets recht te zetten: vergis je niet in Corrie Vonk. Oké, ze werd in de laatste programma's opgebracht als een vreemd aanhangsel dat naar het scheen zo nodig moest, maar Corrie heeft, vooral in de begintijd, veel bedacht. Bovendien gaf ze leiding aan de meespelende meisjes bij Kan, het ABC-cabaret etc. En met die e-a-verandering bedoel ik bijvoorbeeld niet zeggen "bij de Chinezen', maar "bij de Chinezan'. Vraag maar aan Connie Stuart, die kent die taal en die tijd).

Buziau sprak vreemd en hoog (professor Kikeriki) maar niet plat. Hij zette z'n stem wat hoger aan, net zoals Bourvil dat deed als hij de dorpsgek speelde. Louis Davids had een eigen soort plat, dat niet helemaal aansloot bij zuiver Haarlemmerdijks of Jordaans, net als Carmiggelt ook geen zuiver plat sprak, maar een mengeling van eigengemaakt Haags/Amsterdams.

Vlak na de oorlog kwam men vaak een joods accent tegen, zoals in Potasch en Perlemoer, maar het echte algemene plat kwam pas met de televisie, en vooral de televisieseries, die vrijwel zonder uitzondering een algemeen plat aan de dag leggen, of een soort Amsterdams. Merkwaardig genoeg hebben we, behalve incidentele sketches van Koot en Bie, nooit een hele Haagse serie gehad, op een paar uitzonderingen na, van meen ik, Haagse amateurs, die overigens prachtig speelden.

Op het toneel klonk wel wat meer plat dan voorheen. Ko van Dijk kon prachtig plat lopen (zoals ook Jean Gabin dat kon) maar echt plat spreken deden ze daar niet, dat was voorbehouden aan de televisie-acteurs, Johnny Kraaykamp kon het overigens wel.

Het mooiste voorbeeld van plat is nu ontegenzeggelijk "Kaatje is verdronken' van de Mexicaanse Hond, een Pinteriaanse voorstelling, met buitengewoon geestige dialogen (Alex van Warmerdam) en de platste jaren-vijftig-kleding die ik ooit zag (van Leonie Polak).

We horen het nu ook voortdurend op de reclame-blokjes. Iedereen spreekt daar anders dan normaal. Of het is de stem van een borrelnootje, van een kabouter, de zachte g van Mona (erg leuk trouwens, daar niet van) of de sjieke modulatie van Dröge.

Overigens zijn de "normale' stemmen de laatste jaren ook zeer veranderd.

Wie naar radio-opnamen luistert van vlak voor de oorlog herkent die andere stemmen en die andere taal meteen, maar ook de eerste televisie-uitzendingen klonken heel anders, omdat de stemmen in de laatste jaren veranderd zijn.

Veel televisieseries zijn, zoals gezegd, in een soort Amsterdams opgenomen. Anders dan dit namaak-Amsterdams (en natuurlijk de streektalen van Op Hoop Van Zegen en Bartje) wordt niets gebruikt. In Amerika en Groot-Brittannië worden natuurlijk wel series gemaakt in plaatselijke dialecten. Het verst gaat de plat-Schotse serie Rab Nesbitt, die moeilijk te verstaan wordt voor buitenlanders, maar die wel bijzonder authentiek en leuk is.

Het Algemeen Beschaafd Nederlands heeft een verandering ondergaan, die men het best hoort bij de jonge afgestudeerden of de jongere politici. Dit geldt nog meer voor vrouwen dan voor mannen. Het gaat dan om een klankkleur die nasaler is, de r wordt rollend uitgesproken, de o klinkt holler en het is alsof men meer voor in de mond spreekt. In ieder geval ligt de klemtoon meer en meer op de eerste lettergreep. Het laatste woord van de laatste zin, lettergreep, wordt ook heel anders uitgesproken dan vroeger, met hoorbare r'en, en een minder toonloze ee van greep.

Vooral als mensen netter gaan spreken dan ze gewend zijn, treedt dit fenomeen op. Dan krijgen we restaurant en politie met een duidelijke t aan het eind.

Het ziet ernaar uit, nu leraren, doktoren, advocaten en politici en alle televisie-acteurs allemaal diezelfde taal gaan bezigen, dat het Algemeen Beschaafd zoals we dat nog kennen volledig verdwijnt, op enkele taalfossielen na.

Daarin zijn we niet uniek.

In Amerika, Zweden en Groot-Brittannië is eenzelfde ontwikkeling aan de gang. Het zal zo worden dat we de "oude' taal alleen nog maar van heel oude mensen of van bandopnamen van vroeger kunnen horen. Of zoals W.E. de Perponcher aan het eind van de achttiende eeuw zei: ""onder lieden die goed en cierlijk spreken''.

Hij schreef "Onderwijs voor Kinderen'. ""De taal, die in dat werk gesproken werd'', zei de oom van mijn grootvader, ""was die, welke kinderen van welopgevoede lieden in hun omgeving hoorden spreken en zelve spraken.'' Hij maakte zich overigens al toen zorgen over de derde druk van het boek, dat door een bewerker in 1815 naar de nieuwe spelling overgezet was en waarin allerlei dingen op nieuwerwetse wijze "verbeterd' waren.

Hij stoort zich o.a. aan het feit dat je en jij in gij veranderd waren, en jou in u.

Bent was in zijt veranderd, plezier werd vermaak, net zoo werd evenzo, kapot was ineens gebroken. Vreemd was ook dat een dessertkast nu nagerechtkast moest heten en dat de kindertjes niet meer "waar je die mooie bloemetjes van daan hebt', mochten lezen, want dat werd nu "waarvandaan gij die fraaije bloempjes hebt'.

In 't kort, ""al wat los, al wat naïef, al wat frisch en natuurlijk was, werd door het stijve, het pedante, het gemaakte, het witgedaste vervangen,'' zegt hij ongerust in 1863.

We weten inmiddels dat het zo'n vaart niet gelopen is.