Overheid moet op woningmarkt blijven

DEN HAAG, 6 MAART. De Nationale Woningraad (NWR) vindt het kabinet veel te optimistisch over de rol die de vrije markt kan spelen bij de woningbouw in de komende jaren. De raad, de overkoepelende organisatie van de meeste woningbouwverenigingen, denkt dat er veel meer maatregelen van de overheid nodig zijn om te bereiken dat er genoeg goedkope woningen komen.

Dit zei de algemeen directeur Kempen van de NWR gisteren in een reactie op de plannen van staatssecretaris Heerma (volkshuisvesting) en minister Alders (ruimtelijke ordening en milieu) om in de periode 1995-2005 162.000 woningen extra te laten bouwen. Het kabinet stemde gisteren in met deze plannen die tot doel hebben het woningtekort tot twee procent terug te brengen.

Kempen noemde het positief dat nu ook het kabinet het dreigende woningtekort erkent en wees erop dat zijn organisatie daar vorig jaar al voor heeft gewaarschuwd. Maar hij vindt de verdeelsleutel die het kabinet voorstaat, slechts dertig procent gesubsidieerde woningbouw, niet juist. Hij wees op de grotere behoefte aan goedkope woningen, nu het kabinet gemeente en woningbouwverenigingen heeft gevraagd meer asielzoekers te huisvesten. “Nu besteedt de overheid zo'n 20.000 gulden aan de opvang van een asielzoeker. Als je dat bedrag als woningsubsidie gebruikt kun je er een woningwetwoning voorbouwen.” De Nationale Woningraad pleit ervoor het sociale woningbouwprogramma met 7.500 woningen per jaar te verhogen.

Kempen denkt niet dat sociale huurwoningen in 1995 al zonder subsidie kunnen worden gebouwd. Heerma gaat van die veronderstelling uit, gelet op de ontwikkeling van de huren, de inflatie en de rente. “Dat vergt een fors hogere huurtrend”, zegt Kempen, “en als de rente iets tegenvalt, kloppen de sommetjes niet meer.” Dat woningbouwverenigingen inmiddels genoeg reserves hebben opgebouwd, zoals de staatssecretaris beweert, gaat volgens de NWR-directeur niet op. “Heerma gaat te veel uit van gemiddelden. Hij vergeet dat het de corporaties juist in de Randstad financieel veel minder gaat. Het is de bekende fout om te denken dat als je een man van twee meter lang hebt en een van een meter vijftig, dat ze dan gemiddeld in water van 1 meter 75 kunnen staan.”

De CDA-fractie steunt de hoofdlijnen van de plannen van Alders en Heerma; de PvdA-fractie was gisteren nog niet tot een reactie in staat. Het Kamerlid Koetje van het CDA wees er wel op dat het komende half jaar, als de bewindslieden gaan onderhandelen met de stadsgewesten, van beslissende betekenis is. “Het rijk zal dan ook zijn verplichtingen op het gebied van de bodemsanering en het openbaar vervoer moeten nakomen, wil de extra woningbouw kunnen.”

Koetje is het ermee eens dat vooral duurdere koop- en huurwoningen moeten worden gebouwd. Maar anders dan Heerma meent hij dat de gemeenten en woningbouwverenigingen dan over instrumenten moeten beschikken om de doorstroming uit de bestaande goedkope woningen te stimuleren. Het Kamerlid vindt dat daarvoor het middel van de tijdelijke huurcontracten moet worden gehanteerd. Heerma dient hierover binnenkort wel een wetsvoorstel in, maar in de verwachting dat hij het in de praktijk niet zal hoeven toepassen. “Ik hou het achter de hand”, zei de staatssecretaris gisteren.

Van de 162.000 extra woningen die er in de periode 1995-2005 moeten komen, worden er 99.000 buiten de Randstad gebouwd. Van de totale bouwproduktie van 645.000 woningen moeten in die periode de meeste woningen komen in Zuid-Holland (131.000), gevolgd door Noord-Brabant (119.000), Noord-Holland (102.000) en Gelderland (82.000). Zeeland (4.000) en Groningen (5.000) krijgen het kleinste aantal extra woningen toegewezen.